Vragen van de leden Van der Steenhoven (GroenLinks) en Klein Molekamp (VVD) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over bodemsanering van de Noorderstraat te Leiden. (Ingezonden 21 mei 1999); Antwoord

Bestand:PDF-iconKVR10307
Inhoud:Vragen naar aanleiding van het 'Eindrapport Inspectieonderzoek bodemsanering Noorderstraat te Leiden' door de Inspectie Milieuhygiëne Zuid-West uit november 1998, onder meer over het niet ontvankelijk verklaren van de Awb-procedure inzake de bezwaren tegen de saneringsverklaring en de aanleiding van het onderzoek (verdenking van fraude).
Vindplaats:Kamervragen met antwoord 1999-2000, nr. 54, Tweede Kamer
Document nummer:nr. 54
Indieners:
Afkomstig van:
Publicatiedatum:13-10-1999
Datum indiening:21-05-1999
Datum reactie:04-10-1999
Document-id:129617
Omvang:3 pagina's

Reageer op dit kamerstuk

Om gebruik te maken van het forum moet u ingelogged zijn.

  • Log in of registreer

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999–2000 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2-9-’96 heeft plaatsgevonden en chloorwaterstoffen»3, terwijl in de 54 evenmin volgens de oorspronkelijke rapportage duidelijk wordt gemeld Vragen van de leden Van der ontgravingstekening1 en evenmin dat er een onderzoek heeft volgens de daarna, op verzoek van plaatsgevonden naar de Steenhoven (GroenLinks) en Klein GS gemaakte, verbeterde en door GS aanwezigheid van EOX, doch dat Molekamp (VVD) aan de minister nadrukkelijk als juist geaccepteerde nadere identificatie van deze stoffen van Volkshuisvesting, Ruimtelijke tekening van juli 1998? Kunt u niet heeft plaatsgevonden? Op basis Ordening en Milieubeheer over aangeven op basis waarvan het de van welke verifieerbare feiten heeft bodemsanering van de Noorderstraat Inspectie bekend is dat de «westelijke de Inspectie vastgesteld dat de te Leiden. (Ingezonden 21 mei 1999) grens van de sanering in ieder geval aangetroffen gehalogeneerde 1 verschoven is»2? koolwaterstoffen hoofdzakelijk Hebt u kennis genomen van het chloorkoolwaterstoffen zijn? 4 «Eindrapport Inspectieonderzoek Waarom wijkt de door de Inspectie in 8 bodemsanering Noorderstraat te haar Eindrapport Inspectieonderzoek Kunt u een eindoordeel geven over Leiden» door de Inspectie bodemsanering Noorderstraat te het onderzoek van de Inspectie Milieuhygiëne Zuid-West uit Leiden zelf gefabriceerde tekening af binnen de context van de taak van de november 1998? van uit de tijdens de sanering Inspectie als tweedelijnscontrole op 2 gemaakte foto’s vast te stellen andere overheden en de aanleiding Is het u bekend dat met betrekking tot gegevens? voor het onderzoek (de verdenking deze zaak GS van Zuid-Holland op van fraude)? 5 11 februari jl. heeft besloten de Heeft de Inspectie bij haar onderzoek 9 Awb-procedure inzake de bezwaren gebruik gemaakt van de kadastrale Kunt u een oordeel geven over de tegen de saneringsverklaring niet gegevens cq. tekeningen? Zo ja, betrouwbaarheid van de sanering ontvankelijk te verklaren waardoor waaruit blijkt dat? Zo neen, waarom zelf, gezien het feit dat er enerzijds het indienen van bedenkingen niet niet? sprake is van een verontreiniging met mogelijk was? Wat is uw oordeel ten aanzien van dit besluit? Is het juist dat per en tri, welke beide 6 normaliter en ook in andere wateroplosbaar zijn en ook zwaarder Heeft de Inspectie in dit geval gebruik provincies dergelijke besluiten ter zijn dan grondwater maar dat er gemaakt van eigen onderzoek of visie worden gelegd en het indienen anderzijds tot slechts 3 meter diepte metingen ter plaatse? Zijn van bedenkingen mogelijk is? Wat is gesaneerd? Is op deze locatie bijvoorbeeld gesprekken gevoerd met denkt u er aan te doen als hier ten voldoende controle achteraf omwonenden of betrokkenen die een onrechte niet in beroep kon worden uitgevoerd om zeker te stellen dat de goed beeld kunnen schetsen van wat gegaan? verontreiniging niet dieper zit? er daar gebeurd is? Zo neen, waarom niet? 1 «Evaluatie van de sanering van de 3 Op basis van welke verifieerbare Noorderstraat 3–7 te Leiden» Eindrapport 11 7 augustus 1997. De Straat Milieuadviseurs. feiten heeft de Inspectie in het geval Op basis van welke inzichten heeft de 2 Eindrapport Inspectie; bijlage 1, punt 3. van de Noorderstraat te Leiden Inspectie kunnen concluderen «dat er 3 Eindrapport Inspectie; blz. 5. vastgesteld dat de sanering niet sprake was van hoge concentraties conform de bestektekening d.d. KVR10307 2989913350 ISSN 0921 - 7398 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 1999 Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, Aanhangsel 113 Antwoord de Inspectie, geen correct beeld heeft de Dienst Recherchezaken geven van de verrichte recentelijk een aantal omwonenden Antwoord van minister Pronk werkzaamheden. De Inspectie heeft in gehoord. (Volkshuisvesting, Ruimtelijke het kader van haar aanvullend Ordening en Milieubeheer). 7 onderzoek het beschikbare (Ontvangen 4 oktober 1999), zie ook Het bodemonderzoek van De Straat fotomateriaal geanalyseerd en op Aanhangsel Handelingen nr. 1910, Milieuadviseurs BV, waarop het basis hiervan een nieuwe tekening vergaderjaar 1998–1999 saneringsplan en het evaluatierapport opgesteld. Hieruit blijkt een groter zijn gebaseerd, is door de Inspectie 1 ontgravingsvolume dan in het door middel van dossieronderzoek en Ja. eindrapport van de Inspectie is gesprekken met betrokkenen aangenomen. De verschuiving van 2 geverifieerd. Hieruit is gebleken dat «de westelijke grens van de Ja. Tegen het besluit van de provincie de door dit bureau gerapporteerde sanering» is op deze foto’s vast te Zuid-Holland om de ingediende verontreinigingssituatie is gebaseerd stellen. bezwaren tegen vaststelling van het op enkele tientallen geanalyseerde evaluatierapport niet-ontvankelijk te 5 grond- en grondwatermonsters. In verklaren is beroep ingesteld bij de Ja. In het eindrapport van de deze monsters, genomen voor, Raad van State. Mocht de Raad van Inspectie is de oppervlakte conform tijdens en na de sanering, zijn State het besluit van de provincie opgave van het kadaster vermeld. In chloorkoolwaterstoffen (met name tri- Zuid-Holland om de bezwaren het aanvullend onderzoek is bij meer en tetrachloooretheen) consistent niet-ontvankelijk te verklaren gedetailleerde navraag bij het aangetroffen. Gelet op de aard van de vernietigen, dan zal de provincie een kadaster gebleken dat de afmetingen bedrijvigheid die op de besluit moeten nemen, waarbij van het perceel afwijken van het desbetreffende locatie heeft alsnog inhoudelijk op de ingediende gestelde in het eindrapport. plaatsgevonden, behoeft dit geen bezwaren moet worden ingegaan. verwondering te wekken. De Inspectie 6 Overigens acht ik het gewenst dat is van mening dat het Het onderzoek van de Inspectie belanghebbenden de mogelijkheid bodemonderzoek door «De Straat» heeft zich gericht op de hebben om bezwaar en beroep in te op goede wijze heeft plaatsgevonden. bodemonderzoeken op basis waarvan stellen tegen een besluit tot De eindconclusie van de Inspectie, de sanering is uitgevoerd, de afvoer vaststelling van een evaluatierapport, dat er sprake was van een van de grond alsmede de financiën. indien dat het enige besluit is verontreiniging met Hiertoe zijn de dossiers onderzocht waardoor deze belanghebbenden chloorkoolwaterstoffen, is gebaseerd van: gemeente Leiden; provincie direct in hun rechtspositie geraakt op de door de Inspectie geverifieerde Zuid-Holland; De Straat worden. In het kader van de resultaten van het bodemonderzoek Milieu-adviseurs BV; aannemer Van Beleidsvernieuwing bodemsanering door «De Straat». Voor wat betreft het Eyck; stortplaats DOP-NOAP te (BEVER) wordt dan ook thans in de vraag genoemde Rotterdam. Teneinde nagegaan of de juridische status van bodemonderzoek waarbij EOX in onduidelijkheden op te helderen heeft het evaluatierapport in de wet kan sterk verhoogde mate is aangetoond, de Inspectie gesproken met bij deze worden verduidelijkt. zij opgemerkt dat het hierbij ging om sanering betrokken personen, zoals één grondwatermonster. Het betreft 3 en 4 de milieukundig begeleider en de een parameter die de aanwezigheid Het «Eindrapport Inspectieonderzoek directievoerder, verantwoordelijke aantoont van gechloreerde, bodemsanering Noorderstraat te ambtenaren van gemeente en gebromeerde of gejodeerde Leiden» van november 1998 bevat de provincie. Ook heeft de Inspectie koolwaterstoffen gezamenlijk, maar resultaten van een onderzoek naar zowel tijdens het eerste onderzoek als zonder nadere identificatie niet een in 1996 uitgevoerde tijdens het aanvullend onderzoek met aangeeft welke afzonderlijke bodemsanering door de gemeente de in het antwoord op de vragen 3 en gehalogeneerde koolwaterstoffen in Leiden. Naar aanleiding van dit 4 bedoelde burgers gesproken. De welke concentraties voorkomen. rapport hebben nadere gesprekken Inspectie heeft het RIVM onderzoek Aangezien in de eerder gemelde plaatsgevonden met een tweetal in laten doen teneinde de diepte van de grond- en grondwatermonsters bij deze zaak geïnteresseerde burgers. ontgraving alsmede het soortelijk voortduring tri- en tetrachlooretheen Deze waren voor de Inspectie reden gewicht van de grond door middel is aangetroffen, mocht de Inspectie er een aanvullend onderzoek te van veldonderzoek op een aantal van uitgaan dat het hier verrichten. De resultaten van dit punten te bepalen. De Dienst chloorkoolwaterstoffen betroffen. aanvullend onderzoek staan vermeld Recherchezaken van mijn ministerie in het bijgevoegde rapport. In met heeft een administratief onderzoek 8 name de hoofdstukken 2, 4 en 7 uitgevoerd naar de grondtransporten Het onderzoek is uitgevoerd in het wordt uitgebreid ingegaan op het en de hiermee gemoeide financiën. kader van het tweedelijnstoezicht van gestelde in de vragen 3 t/m 5. In het De in de dossiers aangetroffen de Inspectie op de uitvoering door de onderstaande wordt daarom volstaan bescheiden, zoals vrachtbrieven en provincie Zuid-Holland en de met een beknopt antwoord op deze weekrapporten, zijn onderling gemeente Leiden van de Wet vragen. vergeleken. Rechtstreeks bij de bodembescherming. Naar mijn Uit het aanvullende onderzoek van de sanering betrokken personen, zoals mening heeft de inspecteur zijn Inspectie is gebleken dat eerdere bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs tweedelijnsbevoegdheden in deze tekeningen van de sanering, inclusief en uitvoerders, zijn door de Dienst zaak op een juiste manier toegepast. de tekening uit het eindrapport van Recherchezaken ondervraagd. Ook Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, Aanhangsel 114 9 Verspreiding naar de diepte is afdoende gecontroleerd door middel van grondwatermonsters tot een diepte van 6 meter beneden maaiveld. Plaatselijk is de bodem tot 3,85 meter beneden maaiveld ontgraven. Metingen hebben aangetoond dat de verontreinigingen als gevolg van de slechte doorlatendheid van de bodem ter plaatse zich slechts zeer beperkt hebben verspreid. De Inspectie is van mening dat de verontreiniging zowel verticaal als horizontaal in voldoende mate is afgeperkt. Wel heeft de Inspectie kanttekeningen geplaatst bij de mogelijke aanwezigheid van restverontreinigingen. Naar aanleiding daarvan is door de gemeente Leiden aanvullend bodemonderzoek gedaan. Hieruit is gebleken dat er geen significante restverontreiniging meer aanwezig is. Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000, Aanhangsel 115