Tekst
AH 2919
2010Z10230
Antwoorden minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 14 juli
2010)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht “EU wil nieuwe stap in toetreding
Turkije”? 1)
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het initiatief van aankomend EU-voorzitter België om
nieuwe stappen te zetten in het toetredingsproces van Turkije tot de
Europese Unie?
Antwoord
Het Belgisch EU-voorzitterschap heeft in zijn werkprogramma gesteld dat de
aangescherpte uitbreidingsstrategie van 2006 alsmede de vorderingen die
individuele kandidaat-lidstaten boeken bij het doorvoeren van hervormingen
leidend moeten zijn voor het tempo van de toetredingsonderhandelingen. Dat
is ook de lijn van de Nederlandse regering.
Turkije heeft, ondanks herhaalde aansporingen, de Douane-unie met de EU
nog altijd niet van toepassing verklaard op Cyprus. Hierdoor worden acht
bevroren hoofdstukken niet in de onderhandelingen betrokken en kan geen
enkel hoofdstuk voorlopig worden gesloten. Na de opening op 30 juni 2010
van het hoofdstuk voedselveiligheid en veterinair/fytosanitair beleid zijn er,
als gevolg van uiteenlopende politieke bezwaren van enkele lidstaten, nog
maar drie hoofdstukken waarop geen de facto blokkade ligt (sociaal beleid,
mededinging en aanbesteding). Ik verwijs u graag naar mijn Turkije-brief aan
de Kamer van 12 maart 2010 (kamerstuk 32 123 V, nr 74). Turkije heeft het
tempo waarmee de toetredingsonderhandelingen worden gevoerd (en
onderhandelingshoofdstukken kunnen worden geopend) grotendeels zelf in de
hand.
Vraag 3
Hoe strookt dit beleidsvoornemen van België met de nieuwe koers van de
Turkse regering, onder leiding van islamist Erdogan, om meer prioriteit
te geven aan goede banden met landen in het Midden-Oosten,
bijvoorbeeld schurkenstaten als Iran en Syrië?
Antwoord
Het openen, en voorlopig sluiten, van hoofdstukken in de
toetredingsonderhandelingen met Turkije gebeurt op basis van objectieve
criteria. Als Turkije aan de voorwaarden voldoet, kan er voortgang worden
geboekt in de onderhandelingen en kunnen hoofdstukken worden geopend.
Dit staat los van het nabuurschapsbeleid dat Turkije voert met Iran en Syrië.
Tegelijkertijd stelt het onderhandelingsraamwerk uit 2005 wel dat Turkije
zich gedurende de toetredingsonderhandelingen geleidelijk dient aan te passen
aan het beleid en de standpunten van de Europese Unie ten aanzien van derde
landen en de positie van de EU in internationale organisaties.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de recente ontwikkelingen met betrekking tot het
zogenaamde hulpkonvooi voor de kust van Gaza, waarbij de Turkse
regering oorlogszuchtige taal uitte ten opzichte van Israel, aanleiding
geven om de EU-onderhandelingen met Turkije te stoppen? Zo ja, bent u
bereid uw Europese collega’s hiervan te overtuigen?
Antwoord
Zoals ik reeds stelde in mijn antwoord op vragen van het lid Van der Staaij
(SGP), hecht Nederland er aan dat Israël en Turkije bilateraal blijven zoeken
naar manieren om de traditioneel goede banden te herstellen. Deze opvatting
draagt Nederland zowel in contacten met beide landen als in EU-verband uit.
De EU dient in haar dialoog met Israël en Turkije, waar mogelijk, bij te
dragen aan verbetering van de relaties tussen beide landen. Dat is immers in
het Europese veiligheids en economische belang. Het overleg op 1 juli jl.
tussen de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, en de
Israëlische minister van Handel en Industrie, Benjamin Ben Eliezer, is in dit
kader bemoedigend.
Vraag 5
Wanneer bent u eindelijk bereid uit te spreken dat Turkije nooit lid mag
worden van de Europese Unie?
Antwoord
In het onderhandelingsraamwerk uit 2005 is vastgelegd dat toetreding tot
de EU het doel is van de onderhandelingen met Turkije.
Tegelijkertijd is overeengekomen dat de onderhandelingen een open-einde
proces zijn, waarvan de uitkomst (en derhalve toetreding) niet op voorhand
kan worden gegarandeerd.
1) Het Parool, 28 juni 2010
http://www.parool.nl/parool/nl/225/BUITENLAND/article/detail/302769/201
0/06/28/EU-wil-nieuwe-stap-in-toetreding-Turkije.dhtml