Tekst
Eerste Kamer der Staten-Generaal
1
Vergaderjaar 2008–2009
31 324 (R1844) Wijziging van de Paspoortwet in verband met
het herinrichten van de
reisdocumentenadministratie
A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN RIJKSWET
20 januari 2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
Paspoortwet te wijzigen in verband met het herinrichten van de
reisdocumentenadministratie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met
gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor
het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Paspoortwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen b tot en met l worden geletterd c tot en met m.
2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in onderdeel a
indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft;.
3. In onderdeel e (nieuw) wordt «houder» vervangen door: aanvrager.
B
Artikel 2, wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:
g. bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen andere
reisdocumenten.
KST127270
ISSN 0921 - 7363
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009 Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 1
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
2. Reisdocument van Nederland is de Nederlandse identiteitskaart.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over
de geldigheidsduur en de territoriale geldigheid van de in het eerste en
tweede lid bedoelde reisdocumenten. Bij algemene maatregel van
rijksbestuur kan een afwijkende geldigheidsduur worden vastgesteld voor
reisdocumenten, waarin als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de
aanvrager geen vingerafdrukken kunnen worden opgenomen.
4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling het model van de in het
eerste en tweede lid bedoelde reisdocumenten vast en draagt zorg voor
de vervaardiging van die documenten.
C
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «Onze Minister kan bepalen» vervangen door:
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden
bepaald.
2. In het tweede lid wordt «de foto van de bijgeschreven persoon»
vervangen door: de gezichtsopname van de bijgeschreven persoon,
volgens nadere door Onze Minister te stellen regels.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Een reisdocument is voorzien van de gezichtsopname, twee
vingerafdrukken en de handtekening van de houder volgens nader door
Onze Minister te stellen regels. Bij algemene maatregel van rijksbestuur
kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden voorzien
van een of meer van deze gegevens en kunnen regels worden gesteld
over de gevallen waarin kan worden afgezien van het opnemen van de
gezichtsopname, vingerafdrukken of de handtekening in het aange-
vraagde reisdocument indien deze gegevens niet van de houder kunnen
worden verkregen.
4. In het vijfde lid wordt na «vermeldt» ingevoegd: het document-
nummer,.
5. Het achtste lid vervalt.
D
Artikel 4a komt te luiden:
Artikel 4a
1. Onze Minister voert een reisdocumentenadministratie waarin
gegevens worden bijgehouden met betrekking tot vervaardigde, uitge-
reikte, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen, ontvreemde of
anderszins als vermist opgegeven, alsmede definitief aan het verkeer
onttrokken reisdocumenten. In de administratie worden uitsluitend
gegevens bijgehouden met betrekking tot reisdocumenten als bedoeld in
artikel 2.
2. In de reisdocumentenadministratie worden uitsluitend vermeld:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3;
b. twee andere bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 2
vingerafdrukken van de aanvrager van een reisdocument dan die in
overeenstemming met artikel 3, derde lid, in het reisdocument zijn
opgenomen;
c. het administratienummer waarmee de houder van een reisdocument
in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland dan wel in een
bevolkingsadministratie in een van de eilandgebieden van de Neder-
landse Antillen dan wel in de bevolkingsadministratie van Aruba is
vermeld;
d. bij algemene maatregel van rijksbestuur aangewezen administratieve
gegevens die in de aanvraag moeten worden vermeld;
e. gegevens met betrekking tot de status van het reisdocument;
f. administratieve gegevens die noodzakelijk zijn voor de gegevens-
verwerking in de reisdocumentenadministratie.
3. De in de reisdocumentenadministratie op te nemen gegevens zijn
afkomstig van de met de uitvoering van deze wet belaste autoriteiten
alsmede van andere instellingen en personen die bij de uitoefening van
hun publiekrechtelijke taak over gegevens komen te beschikken die van
belang zijn voor de bijhouding van de reisdocumentenadministratie. Bij
algemene maatregel van rijksbestuur wordt bepaald welke autoriteiten,
instellingen en personen tot mededeling van gegevens verplicht zijn.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot:
a. de in de reisdocumentenadministratie op te nemen gegevens,
bedoeld in het tweede lid, alsmede de verwijdering en vernietiging van
deze gegevens;
b. de autoriteiten, instellingen of personen, die verantwoordelijk zijn
voor de bijhouding van de gegevens in de reisdocumentenadministratie,
de bij te houden gegevens en de wijze waarop de mededeling van
gegevens, bedoeld in het derde lid, die van belang zijn voor de
bijhouding, moet worden gedaan.
5. Onze Minister treft maatregelen met betrekking tot het beheer en de
beveiliging van de reisdocumentenadministratie.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere
regels gesteld omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de
tot uitreiking bevoegde autoriteiten zorg dragen voor de bewaring van,
het verlenen van toegang tot, alsmede de verwijdering en de vernietiging
van de in hun administratie opgeslagen aanvraaggegevens, geschriften
en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die zij in verband met de
uitvoering van deze wet gebruiken of hebben gebruikt.
E
Er wordt een nieuw artikel 4b ingevoegd, luidende:
Artikel 4b
1. De reisdocumentenadministratie heeft tot doel het verstrekken van
gegevens als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, aan daartoe ingevolge deze
wet bevoegde autoriteiten, instellingen en personen die belast zijn met de
uitvoering van deze wet voor zover zij de gegevens nodig hebben voor die
uitvoering.
2. Onverminderd het in het eerste lid genoemde doel kunnen gegevens
als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, beschikbaar worden gesteld met het
oog op:
a. het voorkomen en bestrijden van fraude met en misbruik van
reisdocumenten,
b. de identificatie van slachtoffers van rampen en ongevallen,
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten, en
d. het verrichten van onderzoek naar handelingen, die een bedreiging
vormen voor de veiligheid van de staat en andere gewichtige belangen
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 3
van een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van
met het Koninkrijk bevriende mogendheden.
3. De verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie
ingevolge het tweede lid, kan worden toegestaan aan bij algemene
maatregel van rijksbestuur aangewezen:
a. organen van rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld
en andere personen of colleges, met enig openbaar gezag bekleed, voor
zover verstrekking van die gegevens noodzakelijk is voor de vervulling
van hun taak;
b. instellingen en personen die met het oog op de uitvoering van een
wettelijke identificatieplicht een gerechtvaardigd belang hebben bij
verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie.
4. De verstrekking van gegevens betreffende de vingerafdrukken van de
houder uit de reisdocumentenadministratie in de gevallen, bedoeld in het
tweede lid, onder a en c, geschiedt uitsluitend aan de officier van justitie.
De verstrekking vindt slechts plaats:
a. ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van een verdachte
of veroordeelde voor zover in het kader van de toepassing van het
strafrecht van hem een of meer vingerafdrukken zijn genomen en er
twijfel bestaat over zijn identiteit;
b. in het belang van het onderzoek in geval van een misdrijf waarvoor
voorlopige hechtenis is toegelaten.
5. De verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie
beperkt zich in de gevallen als bedoeld in het derde lid, onder b,
uitsluitend tot de mededeling of een door de instelling of persoon
opgegeven documentnummer van een reisdocument in de
reisdocumentenadministratie voorkomt en, bij een bevestigend antwoord,
of het desbetreffende reisdocument in het maatschappelijk verkeer mag
voorkomen.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot:
a. het indienen van een verzoek tot verstrekking van gegevens;
b. de gegevens die verstrekt kunnen worden aan de in het eerste en
derde lid, onder a en in het vierde lid bedoelde autoriteiten, instellingen
en personen, alsmede onder welke voorwaarden die verstrekking dient
plaats te vinden;
c. de wijze waarop de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het
eerste en derde lid, kan plaatsvinden.
7. Uit de reisdocumentenadministratie worden uitsluitend in overeen-
stemming met deze wet gegevens verstrekt.
F
Aan artikel 7 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. De bedragen, opgenomen in de algemene maatregel van rijks-
bestuur, bedoeld in het eerste en derde lid, kunnen bij ministeriële
regeling worden geïndexeerd overeenkomstig een bij algemene
maatregel van rijksbestuur vastgestelde systematiek.
G
Artikel 16, tweede lid, komt te luiden:
2. Ten aanzien van elke categorie van reisdocumenten als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onder g, wordt bij algemene maatregel van rijks-
bestuur vastgesteld aan wie en onder welke voorwaarden deze
documenten, onder overeenkomstige toepassing van deze wet, kunnen
worden verstrekt.
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 4
H
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. in Nederland: de burgemeester, voor zover het aanvragers betreft die
als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van enige
gemeente zijn ingeschreven, alsmede de burgemeester van een bij
algemene maatregel van rijksbestuur aangewezen gemeente, voor zover
het aanvragers betreft die niet als ingezetene in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «de basisadministratie persoons-
gegevens van de eilandgebieden» vervangen door: de bevolkings-
administratie van een eilandgebied.
3. Het vierde lid komt te luiden:
4. Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor Neder-
landse identiteitskaarten zijn de in het eerste lid onder a en d bedoelde
autoriteiten, alsmede de onder c bedoelde autoriteiten die daartoe in
overeenstemming met Onze Minister zijn aangewezen.
I
Artikel 28, derde lid, komt te luiden:
3. De aanvrager dient persoonlijk voor de in het eerste lid bedoelde
autoriteit te verschijnen. Van de persoonlijke verschijning door de
aanvrager van het reisdocument kan worden afgezien indien wegens bij
algemene maatregel van rijksbestuur nader te bepalen zwaarwegende
redenen dit niet van hem kan worden gevergd en voor zover de juistheid
van de gegevens omtrent de identiteit, de nationaliteit en de verblijfstitel
van de aanvrager met voldoende zekerheid kunnen worden vastgesteld.
Bij of krachtens deze algemene maatregel van rijksbestuur worden regels
gesteld over de wijze waarop in dat geval de gezichtsopname, vingeraf-
drukken of de handtekening van de aanvrager kunnen worden verkregen.
J
Artikel 30, eerste lid, komt te luiden:
1. De aanvrager die houder wenst te blijven van een geldig Nederlands
reisdocument naast het aangevraagde reisdocument, kan daartoe een
verzoek doen aan de autoriteit die bevoegd is de aanvraag in ontvangst te
nemen. Deze autoriteit beslist op het verzoek volgens nader bij algemene
maatregel van rijksbestuur te stellen regels.
K
Artikel 31, derde lid, komt te luiden:
3. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot de af te leggen verklaring van de
vermissing.
L
Artikel 40 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. in Nederland: de burgemeester, voor zover het aanvragers betreft die
als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van enige
gemeente zijn ingeschreven, alsmede de burgemeester van een bij
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 5
algemene maatregel van rijksbestuur aangewezen gemeente, voor zover
het aanvragers betreft die niet als ingezetene in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven;.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «de basisadministratie persoons-
gegevens van de eilandgebieden» vervangen door: de bevolkings-
administratie van een eilandgebied.
3. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. in het buitenland: het hoofd van de daartoe aangewezen consulaire
post;
4. Het zevende lid komt te luiden:
7. Bevoegd tot het verstrekken van Nederlandse identiteitskaarten zijn
de in het eerste lid onder a en d bedoelde autoriteiten, alsmede de onder c
bedoelde autoriteiten die daartoe in overeenstemming met Onze Minister
zijn aangewezen.
M
Er wordt een nieuw artikel 41a ingevoegd, luidende:
Artikel 41a
1. Alvorens een reisdocument wordt uitgereikt, doet Onze Minister
onderzoeken of een aanvrager
a. meer reisdocumenten dan ingevolge deze wet is toegestaan, heeft
aangevraagd met gebruikmaking van zijn eigen persoonsgegevens, dan
wel
b. bij de aanvraag gebruik heeft gemaakt van persoonsgegevens van
een ander of van een niet-bestaande persoon.
2. Onze Minister deelt op basis van het onderzoek, bedoeld in het eerste
lid, aan de tot uitreiking bevoegde autoriteit mede of tot uitreiking van het
reisdocument kan worden overgegaan.
3. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten
worden aangewezen die niet worden onderworpen aan een onderzoek als
bedoeld in het eerste lid.
N
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «na de verstrekking.» vervangen door:
a. na de mededeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 41a, tweede
lid, inhoudende dat tot uitreiking mag worden overgegaan,
dan wel
b. na de verstrekking indien het reisdocumenten betreft die zijn
aangewezen overeenkomstig artikel 41a, derde lid.
2. In het derde lid, onderdeel c, wordt «houder» vervangen door:
aanvrager.
3. In het derde lid wordt onder verlettering van onderdeel c naar d een
(nieuw) onderdeel c toegevoegd, luidende:
c. de tot uitreiking bevoegde autoriteit geen mededeling uit hoofde van
artikel 41a, tweede lid, heeft ontvangen dat tot uitreiking kan worden
overgegaan;
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 6
4. In het derde lid wordt onder vervanging van de punt achter
onderdeel d (nieuw) door een puntkomma een onderdeel toegevoegd,
luidende:
e. zich ten aanzien van het uit te reiken reisdocument een omstan-
digheid als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder b, c, d of e, blijkt voor te
doen.
5. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, wordt een lid
ingevoegd, luidende:
4. De aanvrager van het uit te reiken reisdocument verschijnt
persoonlijk voor de in het eerste lid bedoelde autoriteit. Van de persoon-
lijke verschijning van de aanvrager kan worden afgezien, indien wegens
bij algemene maatregel van rijksbestuur nader te bepalen zwaarwegende
redenen de persoonlijke verschijning niet van de aanvrager kan worden
gevergd, waarbij tevens wordt bepaald op welke andere betrouwbare
wijzen de betrokken persoon in het bezit kan worden gesteld van het
reisdocument.
O
Artikel 47, vierde en vijfde lid, vervalt.
P
In artikel 54, eerste lid, onderdeel d, wordt «de foto» vervangen door: de
gezichtsopname.
Q
In artikel 57 wordt «door Onze Minister» vervangen door: bij algemene
maatregel van rijksbestuur.
R
Artikel 59 komt te luiden:
Artikel 59
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot de administratieve uitvoering van deze
wet en de beveiliging van het aanvraag- en uitgifteproces van
reisdocumenten.
S
De artikelen 65 en 66 worden vervangen door:
Artikel 65
1. De autoriteit die het reisdocument verstrekt, bewaart in de adminis-
tratie, bedoeld in artikel 3, achtste lid, tweede volzin:
a. de in artikel 3, derde lid, bedoelde vingerafdrukken;
b. twee andere, door Onze Minister aan te wijzen vingerafdrukken van
de aanvrager van een reisdocument.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden uitsluitend verstrekt
aan autoriteiten, instellingen en personen die belast zijn met de uitvoering
van deze wet, voor zover zij de gegevens nodig hebben voor die
uitvoering.
3. De in het eerste lid bedoelde gegevens, alsmede de in artikel 3,
achtste lid, bedoelde gegevens, worden, bij de inwerkingtreding van
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 7
artikel I, onderdelen D en E, van het bij koninklijke boodschap van
21 januari 2008 ingediende voorstel van rijkswet tot wijziging van de
Paspoortwet in verband met het herinrichten van de reisdocumenten-
administratie (Kamerstukken II 2007/08, 31 324 (R1844), nr. 2), nadat dit
voorstel tot wet is verheven, overgebracht naar de reisdocumenten-
administratie, bedoeld in artikel 4a, zoals dit luidt na inwerkingtreding van
artikel I, onderdeel D, van genoemd voorstel van rijkswet.
4. Onze Minister kan met het oog op de verwerking van de in het eerste
lid bedoelde gegevens nadere regels stellen met betrekking tot de
administratieve uitvoering van deze wet en de beveiliging van het
aangifte- en uitgifteproces van reisdocumenten. Deze regels kunnen
afwijken van het bepaalde krachtens artikel 59.
5. Tot het moment waarop artikel I, onderdeel B, onder 3, van het in het
derde lid genoemde voorstel van rijkswet, nadat dit tot wet is verheven, in
werking treedt, kan Onze Minister een afwijkende geldigheidsduur
vaststellen voor reisdocumenten, waarin als gevolg van een tijdelijke
verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken kunnen worden
opgenomen.
6. Tot het moment waarop artikel I, onderdelen D en E, van het in het
derde lid genoemde voorstel van rijkswet, nadat dit tot wet is verheven, in
werking treedt, wordt in de in artikel 3, derde lid, tweede volzin, bedoelde
bij algemene maatregel van rijksbestuur te stellen regels voorzien bij
ministeriële regeling.
ARTIKEL II
1. De artikelen van deze rijkswet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onder-
delen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel S, van deze
wet in werking op het moment waarop artikel I, onderdeel C, onder 3, van
deze wet in werking treedt en vervalt dit onderdeel op het moment
waarop artikel I, onderdeel C, onder 5, van deze wet in werking treedt.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van
de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Eerste Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 324 (R1844), A 8