Tekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2008–2009
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 september 2009
Tijdens het Algemeen Overleg over financieel-economische criminaliteit
van 21 januari 2009 (Kamerstukken II 2008–2009, 29 911, nr. 22) heb ik,
namens de Minister van Financiën, toegezegd uw Kamer nader te infor-
meren over Hulplijn 113 en onze visie hierop, alsmede over bevindingen
van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing over een Helpdesk
financieel-economische criminaliteit. In deze brief, die ik u stuur mede
namens de Minister van Financiën, informeer ik u over deze en andere
initiatieven. In een bijlage is de door het Ministerie van Financiën
gemaakte quick scan over Hulplijn 113 bijgevoegd.
1. Hulplijn 113
De afgelopen anderhalf jaar heeft uw Kamer meerdere malen gesproken
over een initiatief van een groep burgers om een telefonische hulplijn op
het gebied van beleggingsfraude op te zetten, bekend onder de naam
Hulplijn 113.
Hulplijn 113 wil financiële beleggingsfraude bestrijden door consumenten
te adviseren over aanbiedingen van specifieke producten, om ze op die
manier van frauduleuze aanbiedingen te weerhouden. De initiatiefnemers
stellen zich voor dat iemand die een financiële aanbieding krijgt, zich tot
de hulplijn kan wenden met het verzoek om inhoudelijk advies over het
specifieke aanbod. Dit advies wordt direct of op korte termijn gegeven.
Het advies is beperkt tot «rood» (niet doen), «groen» (geen bezwaar) of
«oranje» (liever niet doen, onzeker).
Voor de opzet denken de initiatiefnemers van Hulplijn 113 aan een
publiekprivate stichting of aansluiting bij een overheidsdienst.
Voor zover deze helpdesk advies geeft over financiële producten, zou ze
mogelijk vergunningplichtig zijn onder de Wet financieel toezicht (Wft).
Los van de vraag óf, en zo ja in welke vorm, de overheid daarin zou
kunnen deelnemen, bestaat er zonder meer een aansprakelijkheidsrisico
bij een dergelijke helpdesk. Bij een onjuist «rood» of «oranje» advies kan
Hulplijn 113 aansprakelijk worden gesteld door de aanbieder. En mocht
KST134700
0809tkkst29911-32
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009 Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 911, nr. 32 1
het misgaan met de aanbieder nadat een «groen» advies is gegeven, dan
kan Hulplijn 113 aansprakelijk worden gesteld door de consument. Bij
deelname aan de helpdesk door de overheid wordt een «groen» advies
bovendien mogelijk opgevat als een keurmerk of beleggingsadvies van de
overheid, met minder voorzichtige consumenten als resultaat.
Het plan voor een «Hulplijn 113» zoals de initiatiefnemers dit presenteren,
is sympathiek, maar de overheid kan bij individuele zaken derhalve niet
verdergaand helpen dan door middel van het verstrekken van reeds open-
bare informatie. Een grotere betrokkenheid zou de neutraliteit van de
overheid in gevaar brengen.
2. Initiatieven vanuit de overheid
Het is wenselijk dat de overheid consumenten helpt weerbaar te worden
als het gaat om de beslissing al of niet in zee te gaan met financieel-
economische aanbiedingen en hen helpt bewust te worden van hun eigen
mogelijkheden om te voorkomen slachtoffer te worden. Momenteel wordt
een voorstel uitgewerkt voor het opzetten van een helpdesk op het gebied
van financieel-economische criminaliteit. Daarnaast neemt de overheid
verschillende initiatieven op het terrein van de financiële dienstverlening.
2.1 Helpdesk financieel-economische criminaliteit (ministerie van Justitie)
In het kader van het Actieplan Veilig Ondernemen (project 18, AVO 3) en in
lijn met de motie van de leden De Wit en Azough (TK, 2007–2008, 31 200
VI, nr. 48), wordt een voorstel uitgewerkt voor het opzetten van een help-
desk voor slachtoffers van financieel-economische criminaliteit en
mensen met vragen op dit gebied. In het kader van dit project wordt
beoogd om burgers en bedrijven bewuster te maken van hun eigen moge-
lijkheden om te voorkomen dat ze slachtoffer worden van oplichting.
Eén van de actiepunten van het project is te onderzoeken of een helpdesk
wenselijk en haalbaar is. Onderzoek onder burgers in Nederland1 heeft
uitgewezen dat er behoefte bestaat aan een helpdesk waar men infor-
matie kan krijgen over oplichting. Momenteel wordt gekeken naar de
haalbaarheid van een dergelijke helpdesk. Hierbij is het idee om te komen
tot het opzetten van één helpdesk waar burgers én bedrijven terecht
kunnen voor advies en antwoorden op vragen op het gebied van
financieel-economische criminaliteit. Er wordt door de helpdesk geen
advies gegeven over individuele aanbiedingen. Wel wordt informatie
gegeven over datgene waar men op moet letten als men wil ingaan op
een bepaalde aanbieding en wat mogelijke risico’s zijn.
Bij meer complexe vragen zal door de helpdesk worden samengewerkt
met bestaande organisaties die op dit gebied deskundig zijn. Met deze
organisaties zullen nadere afspraken worden gemaakt over de wijze van
samenwerking. Er kan door de helpdesk eveneens worden gewezen op de
mogelijkheid om private organisaties in te schakelen, bijvoorbeeld in het
geval van producten van individuele aanbieders. Tegelijkertijd zal worden
gewezen op de mogelijke risico’s. Op deze wijze houden burgers en
bedrijven een eigen verantwoordelijkheid om ergens wel of niet op in te
gaan.
Op 2 juli 2009 heeft het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing inge-
stemd met de verdere uitwerking van de opzet van zo’n helpdesk. In
november 2009 zal een uitgewerkt voorstel voor de helpdesk worden
voorgelegd aan het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing dat hier-
1
over een definitieve beslissing zal nemen.
Onderzoek «slachtoffers van (poging tot)
oplichting, onderzoek onder burgers in
Nederland», Centerdata, 23 september
2008.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 911, nr. 32 2
2.2. Consumentenbescherming bij financiële producten (ministerie van
Financiën)
Het beleid ten aanzien van consumentenbescherming voor financiële
producten ligt binnen de verantwoordelijkheid van de Minister van Finan-
ciën. Dit beleid richt zich op het scheppen van kaders en randvoorwaarden
voor het goed functioneren van de financiële markten; ook op het terrein
van aanbiedingen van financiële producten.
De volgende maatregelen worden genomen:
1. Medio augustus heeft de Minister van Financiën bij uw Kamer een
wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet op het financieel
toezicht (Wft), waarin onder andere een voorstel is opgenomen om de
bepalingen ten aanzien van vrijstellingsvermeldingen te wijzigen,
zodat daarvoor vormvoorschriften kunnen worden gesteld, voor de
gevallen waarbij aanbieders zijn vrijgesteld van de vergunningplicht
en/of de prospectusplicht. In eerdere communicatie met uw Kamer is
dit wel het «wildwestbordje» genoemd.
2. Ook in de gevallen waarbij aanbieders van financiële producten op
basis van de Wft weliswaar zijn vrijgesteld van de vergunningplicht
en/of de prospectusplicht, mogen zij de consument niet misleiden. De
Autoriteit Financiële Markten (AFM) kan hiertegen sinds 15 oktober
2008 optreden op grond van de Wet handhaving consumentenbescher-
ming (Whc), waarin sinds dat moment de Richtlijn Oneerlijke handels-
praktijken is geïmplementeerd.
Bij de evaluatie van de Prospectusrichtlijn die de Europese Commissie
momenteel uitvoert en waarvoor binnenkort de onderhandelingen voor
een herziene richtlijn zullen starten, is de Nederlandse inzet om het grens-
bedrag van € 50 000, waarboven aanbiedingen van effecten momenteel
zijn vrijgesteld van toezicht, minimaal te verdubbelen.
Een deel van de problematiek van onbetrouwbare aanbiedingen van
financiële producten kan worden afgevangen door aan consumenten
duidelijk te maken dat zij moeten kijken of de aanbieder een vergunning
van de AFM heeft.
De AFM houdt doorlopend toezicht op de aanbieders van effecten, beleg-
gingsobjecten en deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen, en is
belast met de goedkeuring van het prospectus voor effectenaanbiedingen.
3. Particulier initiatief
Vanuit het Platform CentiQ gewerkt aan een helpdesk waar consumenten
(met name risicogroepen en niet-internetgebruikers) terecht kunnen met
vragen over huishoudfinanciën. Dit is een uitbouw van de bestaande
Nibud-helpdesk. Het gaat hierbij heel uitdrukkelijk om algemene vragen
op het terrein van financiële zaken en niet om fraudegerelateerde vragen
of specifiek advies ten aanzien van bepaalde producten of aanbieders.
Ik ben van mening dat de onder paragraaf 2 en 3 genoemde initiatieven
voldoende mogelijkheden bieden om mensen bewuster te maken van de
kwestie wel of niet met bepaalde aanbiedingen in zee te gaan.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 911, nr. 32 3
Bijlage Quick scan Hulplijn 113, analyse van het ministerie van Financiën
Wat is het doel van Hulplijn 113? [bron: werkgroep 113]
113 wil financiële fraude bestrijden door consumenten te adviseren over
aanbiedingen van specifieke producten, om ze op die manier van fraudu-
leuze aanbiedingen te weerhouden. Uit recent door de initiatiefnemers
verstrekte informatie wordt duidelijk dat zij hierbij niet alleen denken aan
aanbiedingen van financiële producten maart 2009 aan alle gevallen
waarbij consumenten geld uit de zak wordt geklopt (sweepstakes, gratis
vakanties, zogenaamde «Nigeriaanse oplichting» e.d.). Voor het gedeelte
dat betrekking heeft op financiële producten, geven de initiatiefnemers
enerzijds aan dat 113 zich niet zal bemoeien met aanbieders die onder
AFM-toezicht staan, maart 2009 anderzijds stellen zij ook dat een even-
tuele aanpassing of afschaffing van de vrijstellingsgrens (€ 50 000) niet
van invloed is op de producten waarover geadviseerd wordt.
Wat doet 113? De initiatiefnemers stellen zich voor dat eenieder die een
financiële aanbieding krijgt, zich tot het call-center kan wenden met het
verzoek om inhoudelijk advies over het specifieke aanbod. Dit advies
wordt direct of op korte termijn gegeven. Het advies is beperkt tot «rood»
(niet doen), «groen» (geen bezwaar) of «oranje» (liever niet doen,
onzeker). Het advies wordt gegeven op basis van kennis die in de data-
base van de Hulplijn aanwezig is, of na informatie te hebben ingewonnen
bij de partners van 113. Hoewel de Hulplijn primair is gericht op preventie,
kunnen adviesvragers die al op een aanbieding zijn ingegaan, ook contact
opnemen. 113 kan dan alsnog over de aanbieding adviseren en als daar
een «rood» advies uit komt, zonodig als wegwijzer fungeren naar
opsporende/vervolgende instanties (politie, AFM, OM enz.). De vergaarde
informatie kan bovendien bij het advies aan een volgende vrager worden
gebruikt.
Hoe moet de Hulplijn 113 worden georganiseerd? Naar het idee van de
initiatiefnemers zou de hulplijn moeten worden geplaatst binnen 1) een
overheidsdienst (OM, FIOD-ECD, AFM, DNB, Consumentenautoriteit), 2)
een andere bestaande instelling (Consumentenbond), of 3) een publiek-
private samenwerking in de vorm van een stichting. Een zelfstandige
particuliere organisatie zonder intrinsieke verbindingen met de overheid
heeft volgens de initiatiefnemers te weinig gewicht om functioneel te zijn
en loopt grote risico’s «aangevallen» te worden; overheidsdeelname zou
bij het publiek het nodige vertrouwen wekken.
Hoe moet Hulplijn 113 worden gefinancierd? De financiering zou volgens
de initiatiefnemers moeten komen van de overheid en van marktpartijen.
Adviesvragers dragen bij aan de financiering door het bellen van een
betaalnummer (particulieren) of door het betalen van een consultancy fee
bij uitgebreider advies of rapportage (particulieren, ondernemingen).
Analyse Ministerie van Financiën
– Kan de overheid (MinFin. Of breder) participeren in Hulplijn 113 zoals
de initiatiefnemer dit voor zich ziet?
– Het gaat bij 113 om alle fraude met een financiële component, dus
breder dan advies over financiële producten. De primaire verantwoor-
delijkheid voor het onderwerp fraude ligt bij het ministerie van Justitie.
Consumentenbescherming voor financiële producten ligt bij het minis-
terie van Financiën maart 2009 richt zich op het scheppen van kaders
en randvoorwaarden voor het goed functioneren van de financiële
markten en niet op advies over individuele aanbiedingen.
– Het geven van adviezen over (de betrouwbaarheid van) individuele
aanbiedingen betekent dat de overheid niet langer neutraal is. De
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 911, nr. 32 4
overheid zou dan optreden als een financieel adviseur: dit is een activi-
teit die (mogelijk) vergunningplichtig is onder de Wet financieel
toezicht (Wft).
– Er is een aansprakelijkheidsrisico. Bij een onjuist «rood» of «oranje»
advies kan 113 aansprakelijk worden gesteld door de aanbieder. En
mocht het misgaan met de aanbieder nadat een «groen» advies is
gegeven, dan kan 113 aansprakelijk worden gesteld door de consu-
ment.
– Moral hazard gevaar. Een «groen» advies wordt opgevat als een keur-
merk of beleggingsadvies van de overheid, met minder voorzichtige
consumenten als resultaat. De burger moet niet blindvaren op «groen
licht», maar heeft een eigen verantwoordelijkheid.
– Het idee van 113 is dat gebruik wordt gemaakt van openbare en
vertrouwelijke informatie. Een dergelijke helpdesk kan niet over
vertrouwelijke informatie (bv. Informatie van de AFM over aangiftes
die zij heeft gedaan of het feit dat er een strafrechtelijk onderzoek
loopt) beschikken, omdat de wet en het opsporingsbelang dat niet
toestaan. Wat er overblijft als mogelijke kennis in de database van zo’n
helpdesk, is een bundeling van reeds (o.a. door overheidsinstanties)
openbaargemaakte informatie. De vraag is dan of dit, gezien de
inspanning aan capaciteit en kosten die dit vergt, de moeite waard is.
– Daarnaast is het de vraag in hoeverre consumenten bij het beslis-
moment de hulplijn zullen raadplegen. Weliswaar kan hieraan met
grote marketingcampagnes worden gewerkt, maart 2009 de consu-
menten moeten nog steeds zelf het verband leggen tussen de betref-
fende aanbieding en mogelijke fraude. Het totale aantal producten in
de markt is enorm; kennis hierover zou in veel gevallen nog moeten
worden vergaard op het moment dat de consument belt. Ook is het
effect van een hulplijn onbekend. Er zijn ook geen vergelijkbare initia-
tieven bekend in het buitenland.
Samenvattend stelt het ministerie van Financiën dat het plan voor een
«Hulplijn 113» zoals de initiatiefnemers dit presenteren, sympathiek is,
maart 2009 dat de overheid dit plan niet verdergaand kan ondersteunen
dan door middel van het verstrekken van reeds openbare informatie. Een
grotere betrokkenheid zou de neutraliteit van de overheid in gevaar
brengen. Daarnaast kunnen overheidsdiensten «geheime» gegevens niet
verstrekken aan de hulplijn.
De overheid kan ook zeker een aantal zaken wel doen. Het ministerie van
Justitie heeft ingezet op een helpdesk in het kader van Project 18 in het
Actieplan Veilig Ondernemen 3 om de weerbaarheid van burgers en
bedrijven te verhogen als het gaat om financieel-economische criminali-
teit.
Daarnaast wordt op het terrein van Financiën gewerkt aan vormvoor-
schriften voor de vrijstellingsmelding («wildwestbordje») en wordt
momenteel de Prospectusrichtlijn geëvalueerd. Deze maatregelen zullen
bijdragen aan het verminderen van deze problematiek.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 911, nr. 32 5