Tekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2005–2006
30 520 Voorstel van wet van de leden Crone en Van
Dam houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6
van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende
verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen,
abonnementen en overige overeenkomsten)
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat
lidmaatschappen, abonnementen en overeenkomsten binnen redelijke
termijn kunnen worden opgezegd en dat daartoe een aantal bepalingen
betreffende opzegtermijnen en stilzwijgende verlening in Boek 2 en Boek
6 van het Burgerlijk Wetboek dienen te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde
tot en met vijfde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
2. Indien het lidmaatschap stilzwijgend wordt verlengd bericht de
vereniging het lid tussen de acht en vier weken voor het begin van de
opzeggingstermijn van het lidmaatschap schriftelijk of elektronisch, als
bedoeld in artikel 227a van Boek 6, over de mogelijkheid tot opzegging
van het lidmaatschap; op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet
van toepassing. Het lidmaatschap kan voor ten hoogste een jaar stilzwij-
gend worden verlengd.
2. In het derde lid (nieuw) wordt de zinsnede «het vorige lid» vervangen
door: lid 1.
KST96351
0506tkkst30520-2
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2006 Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 520, nr. 2 1
B
In artikel 53a wordt na de zinsnede «26 lid 3» ingevoegd: , 36 lid 2.
C
In artikel 72, derde lid, wordt de zinsnede «artikel 36 lid 4» vervangen
door: artikel 36 lid 5.
D
In artikel 183, derde lid, wordt de zinsnede «artikel 36 lid 4» vervangen
door: artikel 36 lid 5.
ARTIKEL II
Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 236 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel j komt te luiden:
j. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van
zaken, elektriciteit daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van
verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing van meer
dan drie maanden, tenzij de overeenkomst wordt omgezet in een
overeenkomst voor onbepaalde tijd en de wederpartij de bevoegdheid
heeft om de overeenkomst telkens op te zeggen met een opzegtermijn
van een maand;.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma
wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. dat de wederpartij verbiedt om de overeenkomst, die schriftelijk of
langs elektronische weg als bedoeld in artikel 227a lid 1 tot stand is
gekomen, op een overeenkomstige wijze op te zeggen.
B
Artikel 237 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel k wordt «telkens na een jaar» vervangen door: telkens
na een maand.
2. Onderdeel l komt te luiden:
l. dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan een
maand of langer dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst
kan opzeggen;.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij
wordt geplaatst.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 520, nr. 2 2
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 520, nr. 2 3