Tekst
1
21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 283 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG
Vastgesteld 12 juli 2010
De vaste commissie voor Europese Zaken<1> en de vaste commissie voor Verkeer en
Waterstaat<2> hebben op 23 juni 2010 overleg gevoerd met minister Eurlings van Verkeer
en Waterstaat over:
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 16 juni 2010 houdende
de geannoteerde agenda van de Transportraad van 24 juni 2010 (21501-33, nr. 281);
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 15 juni 2010 over de
Mededeling inzake het communautair burgerluchtvaartbeleid voor Brazilië (Fiche 2)
(21501-33, nr. 280);
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 11 juni 2010 houdende
het verslag van de Transportraad van 4 mei 2010 (21501-33, nr. 280);
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 7 juni 2010 over de
traditionele zeilvaart (31409, nr. 29);
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 3 mei 2010 houdende
antwoorden op de vragen van de vaste commissie van Verkeer en Waterstaat over het
sluiten van het Europese luchtruim als gevolg van de uitbarsting van de
Eyjafjallajökull op IJsland (21501-33, nr. 276);
- de brief van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat d.d. 31 maart 2010
houdende het verslag van de Transportraad van 11 maart 2010 (21501-33, nr. 269).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,
Ten Broeke
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Bommel
De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,
Sneep
2
Voorzitter: Ten Broeke
Griffier: Tijdink
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Aptroot, Bashir, Ten Broeke, Dijksma, De
Rouwe, Verhoeven
en minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat, die vergezeld is van enkele ambtenaren van
zijn ministerie.
De voorzitter: Welkom aan de minister en de ambtelijke staf. Welkom aan alle aanwezigen.
Wij zijn hier bijeen voor een algemeen overleg over de Transportraad. Ik heet ook de
commissie in de nieuwe samenstelling welkom. De leden zijn al even bij elkaar geweest,
maar niet onder mijn voorzitterschap. Ik heet in het bijzonder de heer Verhoeven welkom die
heeft laten weten dat hij graag het woord wil voeren namens de fractie van D66. Ik moet de
leden van de commissie daarvoor toestemming vragen, maar ik ga ervan uit dat die bij
acclamatie bij dezen is gegeven. Ik feliciteer de heer Verhoeven met dit eerste
succesmoment. Ik zou zeggen: koester het.
Wij hebben ons voorgenomen om dit algemeen overleg in ieder geval om tien over half drie
af te ronden, omdat er dan een VAO MIRT op de plenaire agenda staat. Ik stel daarom voor
om spreektijden van niet langer dan vijf minuten te hanteren en daarbij twee interrupties toe
te staan.
De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Hoewel ik al voor het derde jaar Kamerlid ben, is dit
onderwerp nieuw voor mij. Dus als mijn tekst af en toe wat gesproken overkomt, dan klopt
dat wel.
De eerste grap is van mijn medewerker die de naam van de vulkaan in IJsland heeft
opgeschreven in de hoop dat ik die zal uitspreken. Dat doe ik niet, dat moet de minister maar
doen, maar iedereen weet nu wel waarop ik doel. De aswolk heeft heel wat losgemaakt in de
luchtvaart en het is goed om daar even bij stil te staan voordat de minister later deze dag in
het vliegtuig stapt op weg naar de Transportraad.
Op het Met Office in Londen kwam het bericht binnen dat het Nederlandse luchtruim veel
kleine asdeeltjes bevatte waardoor vliegen onveilig was. De KLM koos er met toestemming
van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) toch voor om het luchtruim te kiezen en, wat
schetst onze verbazing, er was helemaal geen as. Het model klopt dus niet en het wordt nu
3
aangepakt, samen met Universiteit Toulouse naar ik heb begrepen. Het oordeel van het Met
Office of vliegen veilig is of niet, krijgt daardoor ook een beetje het imago van het weeralarm
in Nederland in de afgelopen periode. Hoe moeten wij hiermee verder? Kan de minister
verzekeren dat er vanaf nu alleen uitspraken worden gedaan over verantwoord vliegen?
Kunnen wij dan zeker weten dat het kan of niet?
De KLM stelt dat een aswolk net zo behandeld zou moeten worden als een onweerswolk. Ik
vind dat een mooie vergelijking. Erin vliegen is namelijk zeer gevaarlijk, maar je zou er
omheen moeten kunnen vliegen. Hoe kunnen wij voldoende en goede informatie verkrijgen
waaruit blijkt dat er om de wolk heen kan worden gevlogen?
Er wordt veel gesproken over de luchtvaartmaatschappijen en compensatiefondsen. Welke
lijn kiest Nederland hierin? Natuurlijk moet Nederland de consument beschermen, maar ik
heb al claims gezien van mensen die een Ferrari declareren in Italië. Ik snap dat wel, maar
de vraag is of een beroep op die rechten proportioneel of disproportioneel is. Schieten wij
daarin niet te ver door? Hoe denkt de minister hierover? Wij mogen niet zo ver gaan als
Ryanair dat mensen gewoon liet staan; dat is de andere kant van het verhaal. In het dossier
van de consumentenbescherming moet echter altijd naar de juiste balans worden gezocht.
Dan een opmerking over de bruine vloot. Verschillende landen hebben zich fors ingegraven
in de discussie over de traditionele zeilvaart. Dit onderwerp is al vaker aan de orde gesteld
en namens mijn fractie heeft de heer Van Hijum daar aandacht voor gevraagd. Het gesprek
op 29 april jongstleden heeft volgens de minister niets opgeleverd. Eerder heeft de Kamer
tegen de staatssecretaris gezegd dat de Nederlandse boodschap helder moet zijn: onze
bruine vloot mag niet het slachtoffer worden van regels die niets met veiligheid te maken
hebben en die alleen maar bedoeld zijn om de eigen scheepvaart voor te trekken,
bijvoorbeeld in Denemarken en Duitsland.
De minister stelt nu dat er niets anders op zit dan de uitspraak van de Europese Commissie
af te wachten. Inmiddels is een goed deel van het vaarseizoen 2010 voor deze Hollandse
trots al begonnen en daarmee dus ook naar de knoppen. Daarom vraag ik de minister of er
nog maatregelen zijn die hij omwille van de lieve vrede niet wil inzetten. Kan Nederland nog
iets doen om de druk verder op te voeren? De tijd dat wij op onze handen blijven zitten
omdat wij bang zijn voor onze goede relatie lijkt nu toch wel tot een einde te komen. Wat mij
betreft mag de minister best een voorzet geven op een mogelijke finale Nederland-Duitsland,
op 11 juli wel te verstaan.
De onderhandelingen met de Verenigde Staten over het Luchtvaartverdrag hebben tot een
compromis geleid. "We agree to disagree", zou je bijna zeggen. Het voordeel is dat de
eerste fase hiermee overeind blijft, maar de door de EU gewenste vooruitgang is niet
geboekt. Kan de minister uitleggen wat wordt verstaan onder "transparantie van
4
geluidsmaatregelen"? Ik ben van mening dat wij altijd moeten proberen zo transparant
mogelijk te zijn over welke maatregel dan ook, maar kennelijk wil de EU dat niet.
Omdat subsidiariteit hoog in het vaandel staat bij de besprekingen over de stedelijke
mobiliteit, is het moeilijk om verder te gaan dan de Raad nu reeds doet. Wat kan de minister
doen om, zoals hij schrijft, het Nederlandse fietsbeleid verder op de kaart te zetten? Neemt
hij het Nederlandse bedrijfsleven hierbij op sleeptouw om maximaal rendement en effect te
behalen?
De heer Bashir (SP): Ik wil de heer De Rouwe nog een vraag stellen over de
compensatiefondsen. Wij spreken nu met de minister over de Transportraad en de
Nederlandse inzet in Brussel. Ik ben van mening dat wij de minister daarvoor een richting
moeten aangeven. Ik ben benieuwd naar het standpunt van de CDA-fractie over die
compensatiefondsen. Als het goed gaat met de luchtvaartmaatschappijen, verdwijnt alle
winst in de zakken van de aandeelhouders, maar als het even slecht gaat, kloppen zij bij de
overheid aan.
De heer De Rouwe (CDA): Mijn fractie is er niet voor dat de Nederlandse overheid direct
moet bijspringen, maar dit is wel een Europees dossier. Daarom kiezen wij ervoor dat
eventuele maatregelen ook in Europees verband worden genomen. Geen nationale koppen
of subsidies of hulp aan wie dan ook. Als er iets moet komen, heeft Europa het voortouw,
maar de vraag of er iets moet komen, kan ik nu niet beantwoorden omdat wij nog niet weten
hoe groot de schade precies is.
Mijn laatste opmerking heeft betrekking op de Strategie EU 2020. Om te bereiken dat
transport bijdraagt aan verwezenlijking van de ambities van de EU, moeten wij het transport
wel koesteren. Daarom blijft de manier waarop in Europa wordt omgegaan met de rij- en
rusttijden van zelfstandige chauffeurs verbazingwekkend. Ik dring erop aan dat de minister
bij zijn collega's aandringt om bezwaar te maken tegen het voorstel dat nu is aangenomen.
Ook voor innovaties geldt dat ze het best gedijen als ze worden gebruikt. Cabotage zou een
bijdrage kunnen leveren aan verjonging van het wagenpark. Als dit niet via de EU kan
worden bereikt, dan maar via bilaterale overeenkomsten.
De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Ik heb nog eens gekeken in het overzicht van de EU-
dossiers dat de minister ons heeft voorgelegd. Ik heb daar twee vragen over. Ik krijg graag
een laatste update van Galileo, want ik weet niet meer of en in welke mate voortgang wordt
geboekt, hoe het met de financiën staat en welke risico's Nederland loopt. Als de minister die
gegevens nu niet voor handen heeft, kan hij de Kamer wellicht schriftelijk informeren.
5
Mijn fractie is tegen het besluit van de Europese Unie om zelfstandige beroepschauffeurs
onder de arbeidstijden van mensen in loondienst te laten vallen. Dit past niet bij zelfstandig
ondernemerschap en het is bovendien niet te controleren en uit te voeren. Je zet gewoon op
papier dat je partner of een van de kinderen de administratie heeft gedaan. Het slaat echt
nergens op. Ziet de minister nog een mogelijkheid om hieraan iets te doen?
De uitbarsting van de Eyjafjallajökull heeft grote schade veroorzaakt. Ik ben van mening dat
het mogelijk moet zijn om het luchtruim te sluiten, want de veiligheid gaat voor. De vraag is
echter of het nu wel goed is gebeurd. Ik steun dan ook dat wordt onderzocht hoe het is
gegaan en hoe dit een volgende keer anders zou moeten en kunnen. Ik krijg graag een
indicatie van de minister wanneer wij over de uitkomsten van het onderzoek kunnen
beschikken.
Het gesteggel tussen de verschillende landen maakt dit nog eens extra lastig. Hieruit blijkt
weer dat het heel goed zou zijn als er een Europees luchtruim zou zijn. Wil de minister
proberen om wat meer vaart in dit proces te krijgen? Dit soort situaties zijn echt
grensoverschrijdend en dan zou het goed zijn als er afstemming is over een eventuele
sluiting van het luchtruim.
In antwoord op de vraag of er staatssteun moet worden gegeven aan
luchtvaartmaatschappijen, wijs ik op het basisstandpunt van mijn fractie dat de gevolgen van
natuurrampen en dergelijke bij het ondernemersrisico horen. Zij voelt er daarom niets voor
om de luchtvaartmaatschappijen nu te gaan helpen. Dit risico hoort erbij. De komende
tientallen jaren kan het niet gebeuren, maar evenzogoed gebeurt het volgende maand weer.
Ik hoor graag welke visie de minister hierop heeft. Ik heb de indruk dat hij dit standpunt deelt.
In het kader van de passagiersrechten wordt nu gesproken over een Europees fonds, een
soort speciale verzekering. De opzet daarvan is mij niet helemaal duidelijk evenmin als de
mogelijke gevolgen van zo'n fonds voor de luchtvaartmaatschappijen. Welke inzet kiest de
minister in dezen? Als zo'n fonds wordt ingesteld, hoe verhoudt dit zich dan tot de
Nederlandse wet- en regelgeving? Ik wijs bijvoorbeeld op de geschillencommissie die net is
ingesteld en opgetuigd.
De luchtvaartonderhandelingen met de Verenigde Staten zijn belangrijk, vooral als ze goede
uitkomsten opleveren. De eerste fase heeft ertoe geleid dat het luchtruim van de Verenigde
Staten is geopend voor Europese maatschappijen en omgekeerd. De minister heeft eerder
laten weten dat de Nederlandse inzet was gericht op verdere liberalisering van de markt,
opdat Nederlandse maatschappijen zouden kunnen investeren in de Verenigde Staten en
omgekeerd. Dit is niet gelukt en er is nauwelijks voortgang. Ziet de minister mogelijkheden
om de onderhandelingen binnen afzienbare tijd te heropenen en daarin verder te komen?
Mijn fractie ziet geen enkele taak voor Europa weggelegd bij de uitvoering van het actieplan
6
Stedelijke mobiliteit. Dit kunnen wij allemaal zelf prima regelen. Het is onzinnig dat Europa
zich hiermee bemoeit en daarom zeg ik tegen de minister: niet doen.
Ik heb ook de indruk dat in het dossier van de traditionele zeilvaart een mogelijkheid is
gevonden om de Duitse en Deense maatschappijen te ontzien. Dat is een slechte zaak. Ik
sluit mij aan bij de vraag van de heer De Rouwe welke mogelijkheden Nederland nog heeft
om ervoor te zorgen dat de mooie Nederlandse traditionele zeilschepen gewoon hun werk
kunnen doen.
De heer Bashir (SP): Voorzitter. Ook op de komende Transportraad staat de sluiting van het
luchtruim als gevolg van de vulkaanuitbarsting op IJsland weer op de agenda. Ik zal de
naam van de vulkaan niet proberen uit te spreken, want het zal me echt niet lukken ook al
heb ik erop geoefend. Toen het luchtruim direct na de uitbarsting van de vulkaan werd
gesloten, leek dat iedereen wel logisch. Naarmate er meer informatie beschikbaar kwam,
werd echter snel duidelijk dat een complete sluiting van het luchtruim niet nodig was. In veel
andere landen in de wereld zijn wel eens vulkanen actief en dan wordt ook niet direct een
groot gebied afgesloten. Wat kan Europa in dit opzicht van Amerika leren en wat heeft het al
van Amerika geleerd?
Onder leiding van de KLM vragen de luchtvaartmaatschappijen de bevoegdheid om zelf te
kunnen beoordelen wanneer en waar het naar hun mening verantwoord is om te vliegen. De
KLM denkt over de kennis te beschikken om zelf zo'n oordeel te kunnen vellen. Dit is
waarschijnlijk wel het geval, maar ik vraag mij af of dit ook geldt voor bijvoorbeeld Garuda of
Ryanair. Als ik de vergelijking doortrek naar het vervoer over de weg, dan stel ik vast dat wij
automobilisten ook niet zelf laten oordelen over het profiel van hun banden of de snelheid
waarmee zij zich verplaatsen. Is de minister bereid om wel gebruik te maken van de
expertise van de luchtvaartmaatschappijen, maar uiteindelijk zelf te bepalen welke
veiligheidsregels worden toegepast en wanneer het luchtruim wordt geopend of gesloten?
Er is al uitgebreid stilgestaan bij de schade die vooral luchtvaartmaatschappijen en
aanverwante bedrijven hebben geleden, maar ook de reizigers hebben natuurlijk flinke
schade opgelopen. Is er al enig inzicht in die schade van de reizigers en de reisbranche? In
hoeverre zijn de reizigers bekend met de weg om die schade te verhalen? Mijn fractie is er
voorstander van dat de EU-verordening voor reizigersrechten wordt nagekomen. De minister
is dat ook, maar waarom schrijft hij dan in zijn brief dat het de vraag is of de wetgever had
kunnen voorzien dat het verlenen van bijstand zulke proporties kan aannemen? Volgens mij
moet de bescherming juist optimaal zijn als de overlast groot is en er grote problemen zijn.
Hoe heeft de minister zich hiervoor hard gemaakt in de Transportraad en hoe zal hij dat
blijven doen?
7
De luchtvaartsector wil van twee walletjes eten. Als het goed gaat en er worden flinke
winsten gemaakt, horen wij niets van de luchtvaartmaatschappijen. Zij bieden dan niet aan
om bijvoorbeeld btw te heffen op vliegtickets of accijns op kerosine in te voeren. Het is dan
lekker stil en de winst gaat rechtstreeks naar de aandeelhouders. Als het echter even
tegenzit, kloppen de maatschappijen bij de overheid aan. Ik ben dan ook verbaasd dat de
minister het initiatief heeft genomen voor een schadefonds. Naar mijn mening hadden de
bedrijven zo'n fonds in de goede tijden zelf moeten opzetten. Zij moeten nu allereerst
aankloppen bij hun aandeelhouders. Ik krijg hier graag een reactie op van de minister.
De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Dank aan de commissie dat ik namens de fractie van
D66 het woord mag voeren. Ik dank de minister voor zijn brieven. Mijn historische kennis is
nog niet zo groot; daarom zal ik mij beperken tot een aantal toekomstgerichte vragen.
Het is een goede zaak dat de Europese Raad de tweede fase van het Luchtvaartakkoord
met de Verenigde Staten zal ondertekenen. Dit is belangrijk voor de Nederlandse
luchtvaartsector. In de stukken wordt echter de indruk gewekt dat de EU en de VS elkaar
een beetje in de houdgreep hebben, de eerste met het openstellen van de markt en de
laatste met het mogelijk maken van investeringen. Toch schrijft de minister dat Nederland
tevreden kan zijn met de uitkomsten van de eerdere onderhandelingen. Ook al is er nu geen
uitbreiding van de mogelijkheden te verwachten, wanneer kan dit dan wel? Waarom is hij
toch tevreden over de huidige stand van zaken?
De Europese Commissie heeft een rapport uitgebracht over de aswolk en het Europees
Agentschap voor de Luchtvaartveiligheid, de EASA, zal een aanbeveling uitbrengen over het
vliegen in verhoogde asconcentraties. Kan de minister hierover iets meer vertellen?
Wanneer zullen welke aanbevelingen worden geïmplementeerd?
Ik ben blij dat de schade als gevolg van de aswolk ertoe leidt dat het streven naar een Single
European Sky wordt versneld. Daartoe zijn een coördinator en manager benoemd. Welke
concrete handelingen zullen zij verrichten om de versnelling van de Single European Sky te
bevorderen? Welke andere instrumenten worden overigens ingezet?
De minister schrijft dat hij streeft naar geharmoniseerde procedures op Europees niveau. De
fractie van D66 onderschrijft dit van harte, maar de minister schrijft niet hoe dit eruit zou
moeten zien. Kan hij dit toelichten?
In tegenstelling tot de heer Aptroot zie ik wel een rol weggelegd voor Europa in het kader
van de stedelijke mobiliteit. Sterker nog, het is naar mijn mening een goede zaak dat er door
een Europese bril wordt gekeken naar lokale maatwerkoplossingen. Mijn fractie maakt zich
natuurlijk zorgen over het vastlopen van Nederland als distributieland, over de hoge filedruk
en de CO2-uitstoot. Nu wordt een witboek aangekondigd en ik ben benieuwd wanneer dit zal
8
verschijnen.
Tot slot de kwestie van de traditionele zeilschepen. Dit is een heel bijzondere situatie waaruit
in ieder geval blijkt dat Nederland niet alleen op het WK voetbal te maken kan krijgen met
tegenstand van Denemarken en Duitsland.
In dit geval is het ook geen leuke tegenstand. Wij hebben begrepen dat de bedachte
praktische, tijdelijke oplossing op korte termijn geblokkeerd wordt, waardoor aanvullende
certificaten nodig blijven. Dat is teleurstellend. Ervan uitgaande dat de minister er alles aan
heeft gedaan, vestigen wij onze hoop dus maar op de wat langere termijn. Die betreft de
uitspraak van de Europese Commissie dat er specifieke Europese eisen voor zeilschepen
zouden moeten komen. Wanneer wordt de invoering hiervan verwacht en zullen daarna die
interlandelijke conflictjes er echt niet meer zijn?
Mevrouw Dijksma (PvdA): Voorzitter. Ik zal bij vier onderwerpen kort stilstaan. Mijn bijdrage
vertoont overigens verrassende gelijkenissen met die van de heer Aptroot. En hij wordt daar
nu al bang van!
De uitbarsting van de Eyjafjallajökull heeft inderdaad voor heel wat problemen gezorgd.
Terecht is vastgesteld dat het van belang is dat nu een aantal maatregelen wordt genomen,
op korte termijn en ook structureel. Wat mijn fractie betreft kan het rapport van de commissie-
Kallas op dit terrein gesteund worden. Het is wel van belang om van de minister te horen
hoe hij de bevoegdheidsverdeling in de toekomst ziet. Ook de heer Bashir had daar
aandacht voor. Het is waar dat er expertise bij de luchtvaartmaatschappijen is op het terrein
van aswolken en de manier waarop wij daarmee moeten omgaan. Die is echter niet bij elke
luchtvaartinstantie voorhanden. Mijn fractie hecht eraan dat uiteindelijk altijd de minister de
verantwoordelijkheid houdt over de toegang tot het luchtruim en dat wij dat niet overlaten
aan de luchtvaartmaatschappijen. Mijn vraag is wel, als het gaat om de versnelling van de
Single European Sky, in hoeverre dat een echte oplossing is. Uiteindelijk moet er een
consolidatie van luchtverkeersleidingen plaatsvinden en die is voorlopig niet te verwachten.
Wat is de visie van de minister daarop?
Er is ook gesproken over mogelijke compenserende maatregelen. Waar denkt de
Commissie aan? Heeft de minister daar al een beeld van? Los daarvan wil ik hier wel
gezegd hebben dat het begrip "staatssteun" in dezen niet voor de hand ligt. Ik kan mij ook
niet voorstellen dat de minister die lijn zou volgen, maar hij weet zich dan in elk geval daarin
gesteund door het sociaaldemocratische deel van het parlement.
Je ziet wel vaker bij een natuurramp of een andere ramp dat onder druk alles vloeibaar
wordt. Mijn fractie is van mening dat de minister pal moet staan voor de passagiersrechten.
In zijn brief schrijft hij dat er bijzondere omstandigheden zijn waarin wel eens zaken aan de
9
orde kunnen zijn die afwijken van de normale situatie. Uiteindelijk moet de lijn echter zijn dat
de passagiersrechten onverkort blijven gelden en dat nu niet via een achterdeur daarvan
afstand wordt genomen.
Wat het actieplan stedelijke mobiliteit betreft is het verheugend dat de voorstellen van de
Commissie goed aansluiten bij het Nederlandse beleid, maar ook hier geldt dat wij de
subsidiariteit wel scherp in de gaten moeten houden. En ik zeg het misschien net iets
diplomatieker dan de heer Aptroot, die zegt dat Europa zich er niet mee moet bemoeien. Per
saldo zal het wel hetzelfde standpunt zijn, want wij moeten gewoon kijken waar Europa een
rol moet spelen en waar niet. Het is mooi als dit in lijn is, maar op het moment dat het niet zo
is, hebben wij toch wel een groot probleem.
Wat de zeilvaart betreft kan ik mij aansluiten bij de waarderende opmerking van de collega's
voor de inzet van de minister. Het is jammer dat dit niet nu al tot een oplossing heeft geleid,
maar misschien kan hij ons vertellen hoe hij zelf het verdere proces ziet. Er komt nog een
uitspraak van de Commissie. Welke stappen zijn tot nu toe gezet?
Minister Eurlings: Voorzitter. Ik zal proberen om snel door de beantwoording heen te gaan,
mij daarbij niet verslikkend in de naam van de vulkaan. Ik noem die maar het kleine zusje
van de Hekla. De Hekla slaapt nog steeds en laat de Hekla alsjeblieft blijven slapen, want
anders hebben wij nog veel debatjes over de ascrisis.
Mij is gevraagd of ik kan garanderen dat vanaf nu alleen door organisaties die daar ook
verstand van hebben, uitspraken worden gedaan of het verantwoord is om te vliegen bij
asdeeltjes in de lucht. De situatie was dat het Volcanic Ash Advisory Centre in Londen
kaarten opstelde waarop gebieden met verhoogde asconcentraties zijn aangegeven. Op
basis van de informatie van dat adviescentrum in Londen, aangevuld met informatie van het
KNMI over het Nederlandse luchtruim, kunnen luchtvaartmaatschappijen een besluit nemen
of en hoe te vliegen.
Hoe zijn wij daarmee omgegaan in de tijd? In het begin was de lijn dat het op het moment
dat er vulkanische as is, onveilig is en dat het luchtruim dan wordt gesloten. Wij hadden in
Europa afgesproken dat wij die lijn zouden hanteren. Er werd gezegd dat het nationaal altijd
anders kan. Dat kan op zichzelf, maar wij hebben het zo afgesproken. Zelfs als wij nationaal
anders hadden gehandeld, waren wij nog niet ver gekomen. Dan hadden wij misschien van
Schiphol tot Maastricht kunnen komen. Dat hoeft niet slecht te zijn, maar voor veel van de
"widebody's" was dat een erg kort reisje geweest. Sluiting van het luchtruim door de minister
op basis van het advies van de inspectie was dus eerst de lijn. Toen wij rond 18.00 uur op
die beruchte middag rapporten binnenkregen dat niet alleen aan de kust, bij Bergen,
stofdeeltjes waarneembaar waren, maar dat ook al in het midden van het land as
10
waarneembaar was, konden wij niet anders dan sluiten. Wij waren daarmee later dan een
aantal landen om ons heen, maar het ging op een gegeven moment niet meer anders.
Vervolgens zijn wij overgestapt op de capaciteitsmaatregelen door de luchtverkeersleiding.
Wij hebben daarna nog een derde slag gemaakt, want toen op een gegeven moment
Schiphol wederom een halve dag dicht moest, merkten wij dat het toch nog beter kon. Wij
waren daarmee bezig, maar hebben het toen versneld doorgevoerd. De
verantwoordelijkheid voor het principebesluit om te vliegen ligt nu bij de gezagvoerder, maar -
- en daar onderscheidt ons systeem zich van het Amerikaanse -- als er echt een zwart
gebied is, dus een gebied met de hoogste concentratie, dan moet de gezagvoerder dat
gebied vermijden. Dat is een must, dat is de dwingende noodrem van de overheid. Dat is
een belangrijk iets. Als er een grijs gebied is, kan er onder voorwaarden wel worden
gevlogen. Er komt meer verantwoordelijkheid te liggen bij de luchtvaartmaatschappijen. Als
zij een goede safety case hebben en de inspectie gezegd heeft dat men er zorgvuldig mee
omgaat, als het goed zit met de safety record, kennis van zaken, onderhoudsschema's --
alles en alles, een combinatie van factoren -- dan kunnen maatschappijen onder
voorwaarden wel door het grijze gebied. Dat vind ik een prima systeem, waarin wij afwijken
van Amerika. In Amerika ligt de verantwoordelijkheid voor het vliegen in gebieden met
vulkanische as volledig, voor de volle 100%, bij de luchtvaartmaatschappijen. Zij bepalen
daar zelf welke gebieden zij zullen mijden en door welke gebieden wel gevlogen kan
worden. Er is meer vrijheid in de informatie die de luchtvaartmaatschappijen mogen
gebruiken bij de besluitvorming over al dan niet vliegen. Ook gecertificeerde commerciële
bureaus mogen informatie aanleveren. Er worden daar nooit verboden gebieden
vastgesteld. Het gebied waar misschien ooit in Amerika niet gevlogen mag worden, is het
gebied direct om de vulkaan zelf heen.
De heer De Rouwe (CDA): De kern van het probleem die zondag was dat er wel een
melding van as was, maar dat er helemaal geen as was. De minister praat over het
Amerikaanse systeem. De vraag die ik van veel mensen hoor, is of Europa dat Amerikaanse
systeem gaat hanteren. De Nederlandse KLM-piloten vliegen daar namelijk ook.
Minister Eurlings: Laat ik allereerst zeggen dat wij een eind in de richting van het
Amerikaanse systeem zijn gegaan en dat vind ik prima. Luchtvaartmaatschappijen hebben
veel ervaring. Zij hebben in de lucht niet alleen met as te maken, maar ook met
woestijnzand. Daar wordt ook vaak doorheen gevlogen. In Zuid-Amerika wordt gevlogen in
gebieden met asconcentraties en in de Verenigde Staten, in Alaska, ook. Men heeft
daarmee dus heel wat meer ervaring dan wij in Nederland. De waarde daarvan moet echt
11
gezien worden. Luchtvaartmaatschappijen als de KLM hebben een heel grote rol gespeeld in
het weer open krijgen van het luchtruim.
Het punt is dat het Amerikaanse model uitgaat van de waarneembare asdeeltjes. In Europa
waren die deeltjes heel moeilijk waarneembaar en wij hadden ook heel erg weinig ervaring.
Er is nu dus veel meer verantwoordelijkheid voor de luchtvaartmaatschappijen. Wij hebben
ook gezegd dat er verschillende gradaties zijn: geen as, weinig as en binnen de hoge
concentratie as nog een onderscheid tussen grijs en zwart. Bij dat zwart blijft voor ons
gelden dat er niet gevlogen gaat worden. Dat zijn vrij beperkte gebieden. Als wij het systeem
dat wij nu hanteren, eerder hadden gehanteerd, had Schiphol de tweede en de eerste keer
niet dicht gehoeven. Alleen als er een echt heel hoge concentratie is, wordt er niet gevlogen.
Dat is het verschil met Amerika. Als er echt een heel hoge concentratie is, nemen de
overheidsorganisaties hun verantwoordelijkheid. Dat vind ik op zichzelf een prima lijn.
Beslissingen om het luchtruim boven een luchthaven te sluiten, zou je eigenlijk alleen maar
moeten nemen als je ook echt in de lucht metingen hebt verricht. Dus niet alleen
theoretische modellen, maar ook kijken wat er in de lucht zelf gebeurt. Maak testvluchten en
kijk wat er aan de hand is. Wij hebben het KNMI en het NLR in Nederland en gelijke
organisaties in het buitenland. Dat systeem hebben wij nu ingevoerd. De FABEC, een
initiatief van de landen om ons heen, is voorloper geweest van dit systeem. Dit is nu eigenlijk
de usance in de gehele Europese Unie. Ik ben daar erg blij mee. Door schade en schande
wijs geworden hebben wij ons systeem snel kunnen verbeteren en kunnen verfijnen. Ik wil
de mensen die hier aanwezig zijn, ook danken voor dat wat zij samen met de sector hebben
gedaan. Ik kan u vertellen dat dit a hell of a job was. Wij zijn dus een heel eind in die richting.
Ik vind dat goed. Maar als het echt te link is, wordt er dus een streep gezet en in een
bepaald gebied niet gevlogen. Maar dus echt alleen als het nodig is en geen grofmazige
sluitingen zoals er zijn geweest.
De KLM stelt, zoals de heer De Rouwe zei, dat een aswolk net zo behandeld moet worden
als een onweerswolk. Hij vroeg of ik daarop een reactie kan geven. De procedure die op dit
moment van kracht is, sluit aan bij de procedure die van toepassing is bij het vliegen bij
onweer. Het antwoord is dus ja. Op basis van informatie van het VAAC, aangevuld met
informatie van het KNMI, kunnen de luchtvaartmaatschappijen bepalen of en hoe te vliegen,
met uitzondering van de zwarte gebieden. Het is aan de gezagvoerder om de zwarte
gebieden te mijden, zoals het ook aan de gezagvoerder is om de onweerswolken te mijden.
De LVNL houdt natuurlijk wel in de gaten waar men vliegt. Men moet mijden, maar de piloot
zelf zal er omheen moeten vliegen.
De voorwaarde daarbij is onder meer dat luchtvaartmaatschappijen een safety assessment
hebben uitgevoerd, dat is goedgekeurd door de IVW. De luchtverkeersleiding blijft daarbij
12
verantwoordelijk voor de separatie van de vliegtuigen en houdt een verantwoorde
afhandelingscapaciteit. Zij ziet ook toe op een correcte naleving van de procedure.
Verder werk ik er in nationaal, maar zeker ook in Europees verband aan om onze kennis
verder uit te breiden en te bundelen. Dat is ook van belang om meer kennis te vergaren over
de concentratie en precieze samenstelling van de aswolk, want die varieert per vulkaan. Het
effect kan dus ook anders zijn, terwijl de concentratie vergelijkbaar is. Het blijft dus heel
moeilijk. Daarom moeten wij nu slagen maken. Verstevig het dak als het even niet regent.
Laten wij hopen dat de grote zus blijft pitten, maar de vulkanologen zijn daarvan nog niet zo
overtuigd. Laten wij dus nu maar alles op alles zetten om de maximale verfijning in het
systeem aan te brengen. Wij hebben met de derde slag, van fase 1 naar fase 2 en nu naar
fase 3, wel een heel belangrijke slag gemaakt.
Hoe zit het met de passagiersrechten? Wij hebben dit al eerder met de Kamer besproken en
de Kamer was het er zeer mee eens. Voor mij zijn op dit moment een uniforme toepassing
en handhaving van de bestaande verordening op het gebied van passagiersrechten van
belang. Dat biedt optimale duidelijkheid voor zowel de consument als de
luchtvaartmaatschappij. Dat moet een goed niveau van bescherming bieden, maar ook
voorkomen dat er valse concurrentie is op het vlak van de passagiersrechten. Ik ben blij dat
de Commissie hiermee actief aan de slag is gegaan en recentelijk een overleg heeft
georganiseerd van alle handhavingsorganisaties. Dat is van belang, want daar zit het venijn.
Als het ene land zegt het ermee eens te zijn maar in de praktijk niet handhaaft, terwijl een
ander land dat wel doet, is er een "megaverschil" in situatie. Voor een Nederlander die via
het buitenland vliegt, is de situatie heel anders dan voor een Nederlander die vanuit
Nederland vliegt. De concurrentiepositie is dan heel oneerlijk. In het overleg is gesproken
over het opstellen van richtsnoeren voor een geharmoniseerde uitleg en handhaving van de
Europese regelgeving. De Commissie heeft aangegeven, bij de herziening van de huidige
regels ook de ervaringen van de afgelopen tijd nadrukkelijk mee te nemen. Daar ben ik het
mee eens.
In het kader van de aswolkcrisis hebben passagiers geen recht op compensatie, maar wel
recht op verzorging en terugbetaling van het ticket of een andere vlucht. Zoals ik al aangaf in
mijn brief van 3 mei is het van belang dat de rechten van passagiers worden nageleefd.
Daarbij is het uiteraard van belang dat alle betrokkenen handelen binnen het redelijke. Dit
geldt zowel voor de luchtvaartmaatschappij als voor de passagiers. Van de passagier mag
worden verwacht dat hij zijn claim voor de kosten van verzorging binnen het redelijke houdt.
Van de luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij de kosten vergoedt voor zover
deze binnen het redelijke liggen. De verordening zelf biedt geen vaste regels voor wat wel
binnen het redelijke valt en wat niet. Het is primair aan de luchtvaartmaatschappij en de
13
passagier om er onderling uit te komen. De passagier moet het dus in onderling overleg
regelen. Men kent de mogelijkheden die er vervolgens via inspectie en geschillencommissie
zijn.
De heer Bashir (SP): Ook bij dit soort zaken, bij bedrijfsrisico's waarna passagiers stranden,
moeten passagiers recht hebben op een goede compensatie, binnen het redelijke. Ik vraag
mij af in hoeverre dit redelijke een nieuw begrip is, dit ook gezien de zin die ik net heb
geciteerd, in hoeverre de wetgever tot nu toe in staat is geweest om dit te overzien. Als wij
regels invoeren dat mensen recht hebben op compensatie of bijstand, moet dat ook gelden
in tijden dat de nood hoog is. Juist op dat moment moet de bescherming optimaal zijn.
Minister Eurlings: Als men de conclusies van de Transportraad heeft gelezen, heeft men
gelezen dat de Commissie zelf heeft aangegeven dat rekening moet worden gehouden met
de specifieke situatie. Het is van belang dat de Commissie haar verantwoordelijkheid neemt
om een gelijke benadering te bewerkstelligen. De nationale handhavende instanties hebben
nationaal het recht -- er is een behoorlijke mate van vrijheid -- te bepalen hoe zij naleving
afdwingen. Om het heel cru te zeggen: als een maatschappij zich gelet op de crisis iets
anders opstelt, kan een handhavende instantie zeggen dat zij daarover een goed gesprek
met een maatschappij aangaat. Zij kan ook met een megaboete voor de maatschappij
dreigen. Daar zit de crux. Als straks heel veel landen in de praktijk geen boetes opleggen,
een beetje mopperen en het in het kader van de crisis laten gaan, is er een volstrekt
ongelijke situatie. Dan lijkt het wel gelijk volgens de letter van de regel, maar is het in de
uitvoering en de naleving verre van gelijk. Dan gebeurt in sommige landen helemaal niets.
Daarom vind ik het goed dat de Commissie ook naar aanleiding van haar eigen conclusie
dat het wel een aparte situatie was, met alle handhavende instanties, ook met onze inspectie
Verkeer en Waterstaat, rond de tafel zit om te bespreken hoe men het gezamenlijk gaat
doen. Ik zal de Kamer berichten zodra daarover duidelijkheid is, maar het is al pure winst dat
dit gebeurt. Tot nu toe was er een megagroot verschil in de handhaving, waardoor het in
heel veel landen nauwelijks tot handhaving van de verordening komt.
De heer Bashir (SP): Ik heb nog gevraagd of er zicht was op de omvang van de schade.
Ik kom ook even terug op de vraag die ik net stelde. Natuurlijk moet de Commissie het
voortouw nemen, maar de minister kan in de Transportraad wel een richting aangeven die
hem zint. Hij kan daarbij de nadruk leggen op het feit dat de reizigers in ieder geval in
verregaande mate gecompenseerd moeten worden.
14
Minister Eurlings: Daarom sprak ik over "binnen het redelijke". Dat is altijd het moeilijke bij
Europese regels. Ik heb zelf in het Europees Parlement gezeten. Bij de vaststelling van
richtlijnen -- het is altijd een compromis op een compromis -- worden bewust sommige zaken
een beetje vaag gehouden, want dan is er een meerderheid en krijg je het er doorheen. En
ik zeg het dan wat cru. Wat is "binnen het redelijke"? Het is allereerst een samenspel tussen
passagier en maatschappij. Er is zelfs een gang naar de rechter mogelijk als een passagier
vindt -- dat is met de geschillencommissies gemakkelijker -- dat aan zijn rechten
onvoldoende tegemoet is gekomen. Het is een beetje een samenspel. Het gaat mij erom --
en dat is ook mijn verantwoordelijkheid -- dat wij zelf bereiken dat de handhavende instanties
in de verschillende landen er gelijk mee omgaan en een gelijke lijn trekken. De Kamer heeft
mij daartoe ook opgeroepen. In een dergelijke situatie moeten wij een balans vinden in het
omgaan met het instrumentarium om naleving af te dwingen, landen moeten daar op
dezelfde manier mee omgaan. Anders weet ik precies hoe het gaat. Dan zijn er landen die
heel streng zeggen dat zij ervoor opkomen, maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er
helemaal niets. En dat is de bijl aan de wortel van de geloofwaardigheid van deze regel. Ik
wil de Kamer daar graag over berichten als de overleggen tot resultaat leiden. De
verwachting is dat het twee tot drie maanden duurt. Dat moet mij dan toch nog wel lukken
als minister? En ik kijk naar de snuffelaars. Er wordt flink gesnuffeld, maar dat snuffelen kan
even duren.
Ik heb geen inzicht in de omvang van de totale schade. De aan passagiersopvang
gerelateerde kosten voor de maatschappijen lijken tussen de 100 en 150 mln. te liggen. Voor
de reisbureaus zou het ook wel eens in die orde van grootte kunnen liggen. Dat hakt er
natuurlijk flink in, in een tijd dat je net in een grote economische crisis zit. Maar goed, wij
gaan er op deze manier mee om. Ik bericht de Kamer gaarne nader.
De situatie voor de sector was ingrijpend. Wij hebben daar in de Transportraad van 4 mei
nadrukkelijk over gesproken. De commissie heeft daarbij toegezegd, in de komende Raad
nader in te gaan op kosten en ook op mogelijke compensatie.
Ik heb de heer Aptroot en anderen goed gehoord en zij zeggen eigenlijk dat compensatie
van hen niet zo hoeft. De heer Aptroot wees bijvoorbeeld op het ondernemersrisico.
Tegelijkertijd zegt hij echter ook iets anders en wel dat het level playing field niet mag
worden verstoord. Ik heb daarop ook in Europa gewezen, want het kan niet zo zijn dat een
land onder het mom van de crisis zijn kwakkelende luchtvaartindustrie heel veel geld
toeschuift. Dat zou namelijk leiden tot een totale verstoring van de
concurrentieverhoudingen.
Juist daarom ook heb ik er in de Transportraad voor gepleit dat de Europese Commissie de
plussen en de minnen van compensatieprogramma's op een rijtje gaat zetten. Wat heeft de
15
Commissie gedaan? Over een paar fondsen heeft men inmiddels iets gezegd, maar het
commentaar van de Commissie is verre van allesomvattend. Ik wil nu dat de Commissie
gewoon gaat doen wat zij mij heeft toegezegd te zullen gaan doen, namelijk op een rijtje
zetten wat de plussen en minnen van alle opties zijn. Als de Commissie dat doet, dan is er
sprake van Europese besluitvorming, hoe die er ook uit moge zien.
Ik wil de discussie op de Europese tafel houden. Als de Commissie constateert dat sommige
lidstaten het niet goed doen en vervolgens tegen de lidstaten zegt dat ze zelf maar moeten
zien hoe ze het gaan doen, dan opent de Commissie de deur voor gerommel door de
lidstaten. En dat is natuurlijk niet goed.
De heer Verhoeven (D66): Ik hoor de minister tot mijn grote vreugde een aantal keer het
belang van een level playing field bij de schaderegelingen van de verschillende lidstaten
noemen. Is de minister in het licht van de Single European Sky tevreden over de manier
waarop dat is geregeld? Mijn gevoel zegt mij dat deze schaderegelingen een onderdeel uit
zoden moeten maken van die Single European Sky. Behoort dat tot de mogelijkheden of ga
dat te ver?
Minister Eurlings: In principe lopen beide natuurlijk parallel in die zin dat het sluiten van het
luchtruim en de verdeling van de luchtverkeersleiding tussen landen en tussen civiel en
militair… Mensen vliegen ook heel erg om. Mensen vliegen gemiddeld 10% te ver, omdat ze
niet in een rechte lijn kunnen vliegen. Dat is 10% onnodige kosten en 10% te veel CO2. Als
wij een Single European Sky zouden hebben, dan slaan wij die 10% er zo uit! Dat is pure
milieuwinst en pure winst voor de sector en onze economie. Dat moet dan ook gebeuren.
Ik kom dadelijk nog te spreken over de concrete uitwerking van de rol van de coördinator,
maar ik kan nu al wel zeggen dat ik vind dat het gewoon moet gebeuren. Ik ben blij dat
Nederland en de landen om ons heen, verenigd in de Functional Airspace Block Europe
Central, vooroplopen. Wij hebben namelijk besloten om tot één luchtvaartorganisatie te
komen. Ik ben daar echt trots op, want dit betekent dat er heilige huisjes moeten worden
afgebroken en dat men bereid is om hier louter functioneel naar te kijken. Dat is echt heel
sterk en heel Europa zou daar een voorbeeld aan moeten nemen.
In principe is dat een iets andere lijn dan de heer Verhoeven voorstaat, maar het laat
onverlet dat ik het wel met hem eens ben dat het heel vreemd is dat de uitwerking van de
richtlijn voor passagiersrechten tot heel grote verschillen tussen de lidstaten heeft geleid. Dat
kan echt niet. Ik ben het materieel dan ook zeker met de heer Verhoeven eens. Het heeft
mijns inziens ook iets te maken met de geloofwaardigheid van de Europese regels. Als
Europa een regel afspreekt, moet die regel in heel Europa op dezelfde manier worden
16
uitgelegd. Dat moet Europa ook afdwingen, want als dat niet gebeurt, introduceren wij zelf
concurrentieverschillen.
De heer Bashir (SP): Ik sprak zo juist over de winst van de luchtvaartmaatschappijen en
over het feit dat al het geld naar de aandeelhouders gaat als het goed gaat met die
bedrijven. Als het slecht gaat, klopt men echter doodleuk aan bij de overheid. De minister
kiest voor een andere benadering dan ik, namelijk concurrentievervalsing. Daarvoor valt iets
te zeggen, want er is inderdaad sprake van concurrentievervalsing als Nederland in
antwoord op andere landen overgaat tot het verlenen van steun aan de luchtvaartsector. Het
zou ook ongeoorloofde staatssteun zijn. Is dat de reden waarom de minister echt bereid is
om hiervoor te gaan liggen en dergelijke staatssteun tegen te houden?
Minister Eurlings: Ik vind dat wij in Europa één lijn moeten trekken. Ik was het zojuist niet
helemaal met u eens toen u zei dat men niet bereid is om een kerosinetaks te accepteren
als het goed gaat. De luchtvaartsector heeft het sowieso de laatste jaren behoorlijk moeilijk
gehad door de crisis. De tickettax heeft echter laten zien dat er sprake is van een geweldige
overloop over de grenzen heen. Als een dergelijke maatregel genomen wordt, moet die dan
ook in Europees verband worden genomen. Het ETS, het Europese systeem voor handel in
emissierechten, laat zien dat er zelfs op Europees niveau problemen kunnen ontstaan met
maatregelen. Zo hebben de Emiraten onlangs tientallen Airbussen-380 bijbesteld. Ze
hebben bijna net zo veel van die toestellen bijbesteld als er bij alle andere
luchtvaartmaatschappijen vliegen! Zij gaan dus "mega" vliegen. Als wij niet oppassen,
komen wij in de situatie terecht dat mensen eerst een korte vlucht maken naar het Midden-
Oosten om daar over te stappen op een vliegtuig dat ze zonder emissietoeslag naar de rest
van de wereld vliegt. Wij moeten ons echt de vraag stellen of dat wel zo'n goede
ontwikkeling is. Ik noem dit voorbeeld om te laten zien hoe complex de situatie is.
Wij kunnen inderdaad stappen zetten. Dat zou ook heel goed zijn. Het ETS biedt ons verder
kansen, maar dan alleen als wij andere landen meekrijgen. Ik ben het dus zeker niet met de
heer Bashir eens dat de sector helemaal niets wil, want dergelijke maatregelen vergen dat
wij internationaal samen optrekken.
Hoe gaan wij met de huidige situatie om? Wij moeten reëel proberen te zijn. De Europese
Commissie heeft gezegd dat het om een uitzonderlijke situatie gaat. Sommige
luchtvaartmaatschappijen wijzen er verder op dat niet zij, maar de politiek het luchtruim heeft
gesloten. Wij kunnen daarop natuurlijk reageren met de opmerking dat wij alles hebben
gedaan om het luchtruim weer zo snel mogelijk open te krijgen. Het is in ieder geval zaak dat
de Europese Commissie een eenduidige lijn trekt. Dat is van belang, want anders geven wij
17
lidstaten de mogelijkheid om via een schuif kwakkelende maatschappijen te ondersteunen.
En dat moeten wij niet willen.
De voorzitter: Ik verzoek de minister om zijn betoog voort te zetten, want wij hebben niet
alleen een blauwe maar ook een bruine vloot. Ik zeg dat met het oog op ons voornemen om
dit algemeen overleg uiterlijk om 14.45 uur af te sluiten.
Minister Eurlings: Ik ga mijn best doen.
De Single European Sky betreft niet alleen de operationele kant van de luchtverkeersleiding,
maar ook de complexe bestuurlijke vraagstukken die raken aan de soevereiniteit van de
lidstaten, te weten consolidatie van de luchtverkeersleiding en het grensoverschrijdend en
flexibel gebruik van het luchtruim, zowel civiel als militair. Het is complex en tijdrovend, maar
wij moeten hier wel durven doorpakken. De eerste vraag die wordt opgeworpen is of wij
hiermee niet een deel van onze soevereiniteit opgeven. Het luchtruim maakt immers deel uit
van de soevereiniteit van een land. Dergelijke vragen werden mij in Brussel ook gesteld. Ik
heb daarop geantwoord dat wij de interne markt ook gezamenlijk hebben geregeld. Hebben
wij daarmee onze soevereiniteit overgedragen? Nee! Wij hebben daarmee gekozen voor
een gezamenlijk soevereiniteit, want wij zijn zelf Europa. Wij zitten bij dit soort afspraken
immers zelf aan tafel. Zo moet het ook worden gezien bij de discussie over het luchtruim.
Gaat het werken? Ik denk het wel. Ik heb onze speciale adviseur voor internationale zaken,
de heer Eric Kroeze, iemand met grote expertise op dit terrein, gevraagd om hiernaar
onderzoek te doen. Uit zijn bevindingen blijkt dat het wel degelijk kan werken.
Wat doet een coördinator? De coördinator, de heer Jarzembowski, is aangesteld tot 4
december 2012. Hij zal op reguliere basis rapporteren aan de Europese Commissie, het
Europees Parlement, en het Single Sky Committee. Hij heeft een onafhankelijke positie en
moet tussen partijen gaan bemiddelen. Het klinkt misschien allemaal wat wollig, maar ik kan
het voor de commissie concreet maken. De crisis als gevolg van de uitbarsting van de
Eyjafjallajökull heeft laten zien dat de structuur ontbrak die nodig is om snel te reageren. Het
ging echt niet goed met als gevolg dat ik moest gaan bellen met de betrokken commissaris,
een directeur-generaal in Brussel en allerlei bewindspersonen. Daardoor werd het een groot
bord spaghetti van mensen die elkaar bellen om maar iets te kunnen regelen. Vanaf nu is er
een centraal aanspreekpunt en die coördinator zal voortaan in een dergelijke situatie
bepalen wat ons te doen staat. Hij kan bovendien snel vergaderingen organiseren. Het is
een eerste stap, maar wel een belangrijke eerste stap, want wij moeten echt toe naar een
Single European Sky.
18
De heer Verhoeven (D66): Denkt de minister dat deze coördinator het gezag heeft om een
bemiddelende en verbindende rol te kunnen spelen? Heeft de minister met andere woorden
het gevoel dat de coördinator de power heeft om een versnelling mogelijk te maken?
Minister Eurlings: Hij heeft wel power, maar niet genoeg om een versnelling af te dwingen.
Daarvoor is het nodig dat de Europese lidstaten en de commissaris druk op de ketel houden.
Zo reëel ben ik wel, want ook al is het een goed initiatief, het kan zomaar inzakken als wij
niet scherp blijven. En wij mogen niet laten gebeuren dat het alleen maar een leuke
coördinerende functie wordt. De commissie krijgt ook met mijn opvolger te maken en ik roep
de commissie dan ook op om druk op de ketel te houden. Het moet echt gebeuren en juist
nu is er het momentum dat nodig is om heilige huisjes te kunnen slopen. Natuurlijk doet dat
pijn, want als je naar een Single European Sky gaat, zullen sommige landen hun autonomie
deels verliezen doordat ze dan niet langer op eigen houtje hun luchtruim kunnen sluiten.
Sommigen zullen zeggen: een aantal van onze verkeersleiders zal zijn baan verliezen. Het is
inderdaad niet gemakkelijk. De tegenvraag moet dan wel zijn of dit soort argumenten nog
voldoende is om inefficiënt te blijven werken, om 10% te veel te vliegen en om in tijden van
crisis "handlungsunfähig" te zijn. Ik vind van niet en daarom moeten wij doorpakken en die
moeilijke beslissing nemen. Nederland loopt hierbij overigens voorop en daar ben ik best wel
trots op.
Wat kunnen wij nog doen voor de traditionele zeilvaart? Ik oefen veel druk uit op de
Commissie, maar zeker ook op Duitsland en Denemarken. Ik heb daarbij mijn Duits
verbeterd, want ik sprak in het begin over "die braune Flotte". Ik vond het zelf ook al een
beetje raar klinken, maar toen ik het zei, schoot mijn Verkeersraad in Berlijn, de heer Sjerp,
mij te hulp door mij erop te wijzen dat het om "Traditionsschiffe" gaat.
Het probleem is dat ik Duitsland en Denemarken niet kan dwingen om Nederlandse
certificaten te accepteren. Ik ben het dus helemaal eens met diegenen die zeggen dat het
helemaal nergens op slaat. Het is gewoon tegenwerken op grond van de verkeerde redenen.
Wat kunnen wij doen? Wij kunnen een klacht indienen tegen Duitsland en Denemarken. Het
is echter de vraag of dat wel wenselijk is. Als wij die koers inslaan, dan komen wij ons
misschien bij andere dossiers met onze buren weer tegen. Wellicht blijken wij dan "penny
wise en pound foolish" te hebben geopereerd.
Wat is de charmantere weg? Ik heb heel stevig kenbaar gemaakt dat ik het niet acceptabel
vind. Wij leggen het nu voor in EU-verband door de Commissie te verzoeken om een
herziening van de richtlijn en de specifieke regels voor zeilschepen. Het zal vermoedelijk
echter tot uiterlijk 2011 duren voordat de Commissie zich hierover uitspreekt. Ik kan de
commissie verzekeren dat ik in al mijn gesprekken met Deense en Duitse collega's aangrijp
19
om de "Traditionsschiffe" aan de orde te stellen; ik zal dat morgen zeker ook weer doen. Het
is net zoiets als de zondagsluiting voor vrachtwagens op de Duitse snelwegen: men
"bougeert" niet. Dat is heel hinderlijk en in dit geval ook heel pijnlijk, want hierdoor wordt een
Nederlandse sector hard getroffen.
Het is en blijft echter de vraag of het indienen van een klacht de beste manier is om ons doel
te bereiken. Een klacht kan, want alles kan, maar of wij daarmee ons doel bereiken? Ik denk
dat wij ons in onze vingers snijden doordat wij dit bij andere dossiers weer terug zouden
krijgen. De Europese lijn lijkt mij het doetreffendst, maar daarmee is dus wel een jaar
gemoeid.
De heer De Rouwe (CDA): Ik snap wel wat de minister zegt en ik zie ook wel in wat het nut
is van de door de minister voorgestane aanpak van bilaterale gesprekken. Het geduld van
de Kamer en waarschijnlijk ook van de minister is echter wel bijna op. Bilaterale gesprekken
zijn prima, maar bestaat er ook de kans dat wij een bilateraal verdrag kunnen afsluiten? Ik
vraag dat, omdat de Europese weg een wel heel lange weg is.
Minister Eurlings: Ik denk dat de kans daarop niet erg groot is. Het punt is en blijft dat
Duitsland en Denemarken onze certificaten moeten accepteren. Dat zou het beste zijn.
Ik vraag telkens maar weer: Wat is het probleem? Waarom maken jullie er zo'n groot
probleem van? Het gaat er bij mij niet in dat er een probleem zou zijn. Daarom kom ik er
iedere keer weer op terug: Wat is dit toch voor een kul? Er gebeurt niets en daarom ga ik
morgen gewoon doen wat ik de hele tijd al doe: erop aandringen dat men onze certificaten
accepteert.
Het gaat om de interpretatie van een richtlijn en een bilateraal verdrag helpt daar niet bij. Het
hangt af van de bereidheid van deze landen om geen problemen meer te maken en de
bestaande problemen op te lossen. Tot nu worden er alleen maar problemen gemaakt en ik
vind dat echt heel erg jammer om mij maar heel voorzichtig uit te drukken.
Ik kom hier dus nog op terug. Overigens zijn er dit jaar nog geen aanhoudingen verricht. Ik
hoop dus maar dat de prioriteiten van Duitsland en Denemarken bij de handhaving ergens
anders liggen. Het zou als een tussenvorm al heel mooi zijn -- iedere draai doet in de politiek
immers pijn -- als de Duitse en Deense collega's zouden uitspreken dat het bij de
handhaving echt geen prioriteit heeft. Dat zou al weer wat schelen. Maar goed, ik bericht de
Kamer hier weer over na afloop van de Transportraad, een raad waarop ik de Duitse
minister Dr. Peter Ramsauer weer ga vertellen dat dit punt in het Nederlandse parlement
zeer hoog wordt opgenomen en dat het niet goed is voor onze bilaterale betrekkingen.
20
De heer Aptroot (VVD): Ik weet niet hoe Dr. Peter Ramsauer gaat zeggen, maar wat is
gedogen eigenlijk in het Duits?
Minister Eurlings: "Die Augen schliessen"!
Er is een vraag gesteld over de tweede fase in de onderhandelingen met de VS. Het
akkoord uit 2007 is van grote economische waarde gebleken voor de luchtvaartindustrie in
zowel de VS als in Europa en Nederland. Wij hebben in dit akkoord de afspraak opgenomen
dat wij over een aantal zaken verder zouden praten in een tweede ronde onderhandelingen.
Die ronde is in april van dit jaar afgerond. Ik ben daar blij mee, want het uitblijven van
overeenstemming over de tweede fase had kunnen leiden tot het opschorten van de
afspraken uit het eerste akkoord, iets wat heel erg slecht zou zijn. Die afspraken zijn
namelijk van groot belang voor onze luchtvaartsector.
Een belangrijk discussiepunt bij de onderhandelingen was de mogelijkheid om te investeren
in Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen. Over de uitkomst van die discussie ben ik minder
blij. Wij hebben ons er namelijk bij neer moeten legen dat wij voorlopig geduld moeten
betrachten. Afgesproken is dat Europa haar markt verder zal openstellen voor Amerikaanse
luchtvaartmaatschappijen als de Amerikanen de investeringsmogelijkheden uitbreiden. Het
ligt dus nog steeds moeilijk. Tijdens een werkbezoek in 2007 aan Amerika heb ik zelf
ervaren hoe emotioneel het daar ligt. Amerikanen zien de luchtvaartindustrie als een soort
van strategische asset die beschermd moet worden tegen buitenlandse invloed en tegen
overnamen door een buitenlandse maatschappijen. Men heeft nu een eerste openingetje
geboden, maar wij zijn er nog lang niet. Ik vind het dus wel goed dat de tweede fase bij
andere onderwerpen wel tot resultaten heeft geleid, want daarmee hebben wij de eerste fase
structureel veiliggesteld. In de tweede fase zijn verder afspraken gemaakt over klimaat en
het afstemmen van concurrentieregels, waarmee het al met al goed is dat wij deze slag
hebben gemaakt.
Galileo. In 2007 zijn besluiten genomen over het management en de uitvoering van het
programma. Deze besluiten zijn inmiddels geïmplementeerd door de Commissie en de
European Space Agency. Een belangrijk deel van het werk, onder meer de opdracht voor de
bouw van 14 satellieten, is aanbesteed. De huidige planning gaat uit van een rompsysteem
eind 2014, waarna de afbouw moet plaatsvinden. De Commissie zal in juli van dit jaar met
een mededeling komen, waarin men het totale plaatje van de voortgang en de kosten
presenteert en ook voorstellen doet voor het beheer en de operationele fase. Ik zal de
Kamer deze mededeling onverwijld doen toekomen, opdat wij daarna deze discussie
hernemen. De Kamer heeft altijd terecht gewezen op het belang van goed
risicomanagement en kostenbeheersing. Ik heb mij daarvoor ook altijd hard gemaakt in
21
Europa. Wij moeten een en ander dan ook zeker scherp in het oog houden, aangezien het
om "megaveel" geld gaat. Een paar procent "eruit swingen" betekent dan ook "megaveel"
extra belastinggeld voor het project. En dat moeten worden voorkomen. De mededeling is
voorzien voor eind juli en ik stel mij voor dat ik de Kamer voor het einde van het zomerreces
hierover zal berichten.
Het Witboek transport komt naar verwachting eind dit jaar of anders uiterlijk begin volgend
jaar gereed. Dit in antwoord op een vraag van de woordvoerder van de D66-fractie.
Voorzitter. Ik denk daarmee alle vragen te hebben beantwoord.
De voorzitter: Ik bedank de minister voor zijn beantwoording in eerste termijn. Ik zie aan de
leden dat er nog enkele vragen zijn blijven liggen.
De heer Aptroot (VVD): Ik heb een vraag gesteld over de zelfstandige chauffeurs. Is daar
nog iets mogelijk? Ik vraag dat, omdat in ieder geval de VVD-fractie het verschrikkelijk vindt
wat hier gebeurt. Maar volgens mij denken de woordvoerder van het CDA en enkele andere
woordvoerders er precies zo over: wat Europa hier aan het doen is, kan echt niet.
De heer Bashir (SP): Ik heb toch een korte tweede termijn nodig, want ik wilde zojuist
interrumperen op een moment dat de minister het verschil tussen het Amerikaanse en het
Europese systeem voor vulkaanuitbarstingen uitlegde. De voorzitter zag dat volgens mij ook,
maar ik wachtte even omdat ik wilde nadenken over het grijze gebied dat de minister
noemde. In dit gebied ligt de verantwoordelijkheid bij de luchtvaartmaatschappijen zelf. Ik
kan niet beoordelen in hoeverre maatschappijen zelf kunnen bepalen of het verantwoord is
om wel te gaan vliegen. De druk om wel te vliegen is in ieder geval heel hoog, aangezien
hiermee heel veel geld gemoeid is. Een omweg van een paar procent betekent immers ook
een paar procent meer kosten. Wellicht is dit toch reden voor sommige
luchtvaartmaatschappijen om risico's te nemen. Is het met het oog hierop niet beter om ook
hier conservatief te werken en het bovenste gedeelte van het grijze gebied toe te voegen
aan het zwarte gebied?
Minister Eurlings: De rij- en rusttijden van zelfstandige chauffeurs. Ik betreur het zeer dat
het commissievoorstel in de plenaire vergadering van het EP is verworpen. Door deze stap
van het EP zullen zelfstandige beroepschauffeurs alsnog onder arbeidstijdenrichtlijn komen
te vallen. Wij hebben al eerder met elkaar besproken dat het oncontroleerbaar is en niet ter
zake doend. Men is dus echt de verkeerde weg ingeslagen. Het is van groot belang dat
zelfstandige chauffeurs buiten de richtlijn worden gehouden, aangezien ik een principieel
22
tegenstander ben van het stellen van arbeidstijdenregels voor zelfstandige ondernemers. De
sector wordt gekenmerkt door vele kleine ondernemingen en ik hecht aan het vrije
ondernemerschap in deze sector. Verder maak ik mij ook zorgen over een mogelijke
ongewenste precedentwerking voor andere sectoren. Ik steun de analyse van de Commissie
en haar impact assesment volledig! Ik zie als groot nadeel van het onderbrengen van
zelfstandige chauffeurs onder deze regeling de toename van de administratieve regels en
het feit dat regels voor de arbeidstijden van zelfstandigen nauwelijks handhaafbaar zijn. Wie
gaat controleren of een zelfstandige 's avonds thuis zijn administratie doet? Wie gaat dat
allemaal in de gaten houden? Het is echt van de zotte.
Wij hebben eerder echter wel erkend dat er een probleem kan zijn als mensen in naam
zelfstandig zijn, maar in de praktijd voor een baas werken die hen uitbuit en dwingt om te
veel uren te maken. Daaraan kun je iets doen door andere regels te stellen. Ik heb er
daarom bij commissaris Kallas op aangedrongen om het commissievoorstel niet in te trekken
en het gewoon op tafel te houden. Ik heb dat gedaan vanwege de grote belangen die op het
spel staan en gelet op het feit dat vele partijen, waaronder een substantieel deel van het
Europees Parlement, bereid zijn om verder over dit dossier te onderhandelen. De
Commissie moet dus de hakken in het zand zetten en niet opgeven, want het is echt pure
symboolwetgeving, symboolwetgeving die bovendien zijn doel voorbijschiet. Het vermindert
de geloofwaardigheid van dit soort regels en het maakt het voor vele ondernemers in
transportminnend Nederland, die het door de crisis toch al moeilijk hebben, alleen nog maar
moeilijker.
Waarom denken wij dat het verantwoord is om met een grijs gebied te werken?
Maatschappijen kunnen niet zomaar door een grijs gebied vliegen. Zij zullen namelijk eerst
een safety case moeten voorleggen en de eisen die daaraan worden gesteld, zijn niet
gering. Deze safety case wordt opgesteld door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Hiervan
maakt een verklaring van de motorfabrikant over de grenswaarden van de motoren van het
desbetreffende vliegtuig deel uit. Als dat niet in orde is, wordt de safety case afgewezen en
mag men niet in een grijs gebied vliegen. Er worden dus heel wat eisen gesteld. Als daaraan
echter is voldaan, dan is het verantwoord om een vliegtuigmaatschappij toestemming te
geven om in een grijs gebied te vliegen. Als de concentratie as echt heel hoog is, dan zal
deze maatschappijen net als nu verboden worden om te gaan vliegen. De
luchtverkeersleiding zal dat gaan controleren.
Met deze benadering hebben wij het beste van "both worlds". Maatschappijen die goed
bezig zijn, het onderhoud op orde hebben en beschikken over de benodigde expertise
mogen in een grijs gebied vliegen, maar als het echt niet anders kan, nemen de overheid en
de betrokken instanties hun verantwoordelijkheid.
23
De voorzitter: Daarmee zijn wij aan het einde van dit algemeen overleg gekomen. Voordat
ik de vergadering sluit, zal ik voorkomen dat de minister nog een keer door de Verkeersraad
in Berlijn op de vingers moet worden getikt. De juiste termen voor de "Traditionsschiffe" zijn:
erlauben en gewähren. Volgens mij is "gewähren" nog het beste, maar ik zou zeggen: Maak
er niet te veel gebruik van!
De minister heeft de volgende toezeggingen gedaan. Hij zal de Kamer voor het einde van de
zomer en zo snel mogelijk na het verschijnen van de mededeling van de Commissie een
brief doen toekomen over de stand van zaken rond Galileo. Verder zal de minister de Kamer
binnen twee maanden berichten over de resultaten van het overleg tussen de Europese
Commissie en de nationale handhavers over de handhaving van de verordening inzake
passagiersrechten in de luchtvaart.
Dat waren de toezeggingen. Ik bedank de leden van de commissie en de minister en zijn
staf. Ten slotte bedank ik de aanwezigen voor hun belangstelling.
1 Samenstelling:
Leden: Atsma (CDA), Van Bommel (SP), fungerend voorzitter, Van der Staaij (SGP),
Albayrak (PvdA), Ormel (CDA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming-
Bluemink (VVD), Schippers (VVD), De Roon (PVV), Ten Broeke (VVD), Jasper van Dijk
(SP), Thieme (PvdD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Bontes (PVV),
Groot (PvdA), Braakhuis (GroenLinks), Sharpe (PVV), Schouw (D66), El Fassed
(GroenLinks), Bruins Slot (CDA), Hachchi (D66)
Plv. leden: Ferrier (CDA), Irrgang (SP), Dijkgraaf (SGP), Jacobi (PvdA), Çörüz (CDA),
Snijder-Hazelhoff (VVD), Samsom (PvdA), Timmermans (PvdA), Teeven (VVD), Hennis-
Plasschaert (VVD), Elissen (PVV), Van der Burg (VVD), Van Raak (SP), Ouwehand (PvdD),
Voordewind (ChristenUnie), Driessen (PVV), Dikkers (PvdA), Peters (GroenLinks),
Kortenoeven (PVV), Van Tongeren (GroenLinks), Koppejan (CDA)
2 1 Samenstelling:
Leden: Dijksma (PvdA), Van Gent (G