Tekst
STAATSCOURANT
Nr. 11992
29 juli
2010
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 20 juli 2010,
nr. WJZ/10109558, tot uitvoering van artikel 9 van het Frequentiebesluit
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit;
Besluit:
Artikel 1
De in artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit bedoelde periode waarbinnen een aanvraag om
verlenging van een vergunning moet worden ingediend, vangt voor vergunningen voor commerciële
radio-omroep, zijnde radio-omroep als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 die
wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die
wet, aan op 1 september 2009 en eindigt op 1 november 2010.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II van het Besluit van 13 juli 2010 tot
wijziging van het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie in verband met de flexibilisering
van bestaande vergunningen voor GSM, GSM gecombineerd met DCS1800, en DCS1800 en wijziging
van het Frequentiebesluit in werking treedt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 20 juli 2010
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven.
1 Staatscourant 2010 nr. 11992 29 juli 2010
TOELICHTING
1. Doel en aanleiding
Deze regeling houdt verband met het beleid de digitalisering van de radio-omroep te bevorderen door
de vergunningen voor commerciële radio-omroep onder voorwaarden te verlengen, zoals beschreven
in de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken aan de Tweede Kamer van 23 juni 2009
(Kamerstukken II 2009/2010, 24095, nr. 241). Ingevolge dit beleid was voorzien dat aanvragen om
verlenging uiterlijk 1 september 2010 in behandeling worden genomen, welke datum voortvloeit uit
artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit. Over het digitaliseringsbeleid zijn nadere vragen
gerezen die nopen tot besluitvorming die naar verwachting niet voor 1 september 2010 zal kunnen
plaatsvinden. Door het verstrijken van de hiervoor bedoelde wettelijke termijn zouden de beleidskeu-
zes op voorhand worden beperkt. Dat was reden, zoals aangeduid bij brief van de Minister van
Economische Zaken aan de Tweede Kamer van 28 juni 2010 (Kamerstukken II 2009/2010, 24095,
nr. 259), voornoemde bepaling omtrent de periode voor de indiening van verlengingsaanvragen aan te
passen opdat ook later dan 1 september 2010 verlengingsaanvragen in behandeling kunnen worden
genomen. Het Besluit tot wijziging van het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie in
verband met de flexibilisering van bestaande vergunningen voor GSM, GSM gecombineerd met
DCS1800, en DCS1800 en wijziging van het Frequentiebesluit strekt hiertoe. Op grond van het
gewijzigde eerste lid van artikel 9 van het Frequentiebesluit kan voor nader bepaalde vergunningen
een afwijkende periode worden bepaald waarbinnen het verzoek tot verlenging moet worden
ontvangen. Deze regeling strekt er toe een dergelijke afwijkende periode te bepalen voor commerciële
radiovergunningen.
2. Inhoud
In artikel I is als periode voor de ontvangst van verlengingsverzoeken de periode van 1 september
2009 tot 1 november 2010 bepaald. Alleen de einddatum is derhalve een afwijking van de algemeen
geldende periode. De datum van 1 november 2010 is gebaseerd op de verwachting dat ruim voor die
tijd de nodige beleidskeuzes kunnen worden gemaakt, gevolgd door maatregelen ter implementatie
van dit beleid.
De verlenging van de periode tot 1 november 2010 beoogt slechts een situatie te vermijden waarin
een beleid ter verlenging van de commerciële radiovergunningen op gespannen voet staat met de
wettelijke termijn van artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit. Zolang dit beleid niet is uitgekris-
talliseerd en geïmplementeerd geldt voor verlengingsaanvragen het toetsingskader van voornoemde
bepaling - verlenging kan slechts plaatsvinden als het algemeen maatschappelijk, cultureel of
economisch belang dat vordert. Dit impliceert dat voortijdig ingediende aanvragen in beginsel zullen
worden afgewezen.
Deze regeling heeft naar zijn aard geen gevolgen voor de administratieve lasten van ondernemingen
of burgers.
3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het zelfde moment als het moment waarop artikel II van het Besluit
van 13 juli 2010 tot wijziging van het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie in verband met
de flexibilisering van bestaande vergunningen voor GSM, GSM gecombineerd met DCS1800, en
DCS1800 en wijziging van het Frequentiebesluit in werking treedt. Bij deze inwerkingtreding is dus
afgeweken van het beleid inzake de vaste verandermomenten op grond waarvan algemene maatrege-
len van bestuur in principe slechts op 1 juli of 1 januari van enig jaar in werking treden. De rechtvaar-
diging hiervoor is te vinden in uitzonderinggrond 1: hoge nadelen van vertraging. Indien niet tot deze
wijziging zou worden overgegaan, zouden nog te maken beleidskeuzes op voorhand worden beperkt,
zoals hierboven onder 2 toegelicht.
De Minister van Economische Zaken,
M.J.A. van der Hoeven.
2 Staatscourant 2010 nr. 11992 29 juli 2010