Tekst
STAATSCOURANT
Nr. 8434
10 juni
2010
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Omzetbelasting. Toelichting Tabel I
10 juni 2010
Nr. DGB 2010/2147M
Directoraat-generaal Belastingdienst, brieven en beleidsbesluiten
De minister van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 4 januari 2010, nr. DGB 2010/4M (omzetbelasting.
Toelichting Tabel I), zoals dat laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 2 februari 2010, nr. DGB 2010/550
(Rectificatie bij Omzetbelasting. Toelichting Tabel I).
Er is een aantal tekstuele en inhoudelijke wijzigingen opgenomen. De relevante wijzigingen betreffen:
– post a 6: het begrip (niet) geregistreerde geneesmiddelen is verduidelijkt, hierbij is geen inhoude-
lijke wijziging beoogd;
– post a 48, onderdeel 6: bloemisten kunnen de omzetbelasting over bloemstukken in bepaalde
gevallen berekenen op basis van artikel 16 van het uitvoeringsbesluit (forfaitaire berekenings-
methode);
– post b 14: sexcabines zijn uitgesloten van de post naar aanleiding van een arrest van het Hof van
Justitie van 18 maart 2010;
– post b 20: nadere toelichting op het begrip ‘schoonmaken binnen woningen’.
1. Inleiding
Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbe-
lasting 1968. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde omzetbelas-
tingtarief geldt.
2. Gebruikte begrippen en afkortingen
Waar in het besluit het begrip levering wordt gebruikt, kunnen daaronder ook de intracommunautaire
verwerving en invoer worden begrepen.
De in dit besluit gehanteerde term ‘aan de hand van het spraakgebruik’ moet worden gelezen als
synoniem van ‘naar maatschappelijke opvattingen’.
Wet Wet op de omzetbelasting 1968
Uitvoeringsbeschikking Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
Uitvoeringsbesluit Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
btw-richtlijn Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van
28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van
belasting over de toegevoegde waarde (PbEG 2006, L347)
zesde richtlijn Richtlijn 77/388/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de
wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – gemeenschappelijk
stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag
(PbEG 1977, L 145)
3. Algemene opmerkingen bij de tabelposten
3.1 Omzetbelastingtarief bij invoer
De wijze waarop het omzetbelastingtarief bij invoer wordt bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de
wet. Uit dit artikel blijkt dat voor de bepaling van het omzetbelastingtarief alleen de omzetbelasting-
wetgeving (en niet de douanewetgeving) van belang is. Het verlaagde tarief is dus alleen van
toepassing als de goederen zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De douanewet-
geving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij wordt aangesloten.
1 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
3.2 Samengestelde prestaties
3.2.1 Algemeen
Bij transacties die uit meerdere elementen bestaan (samengestelde prestaties) moet voor de toepas-
sing van het verlaagde tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van één levering of één
dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen en/of diensten.
3.2.2 Kwalificatieregels
Voor de beoordeling van samengestelde prestaties gelden de criteria zoals omschreven door het HvJ
EG in met name de uitspraken van 25 februari 1999, Card Protection Plan, zaak C-349/96, punten 28 t/m
31, en 27 oktober 2005, Levob, zaak C-41/04, punten 18 t/m 22. Voor de toepassing van die criteria is
niet van belang of de te beoordelen prestaties alleen leveringen, alleen diensten of een samenstel van
leveringen en diensten omvatten. De criteria gelden ook voor combinaties van een levering van
goederen en (bijkomende) diensten en omgekeerd.
3.2.3 Belang van alle feiten en omstandigheden
Bij de kwalificatie van een prestatie die uit een serie elementen en handelingen bestaat, moet rekening
worden gehouden met alle feiten en omstandigheden. Uit arresten van het HvJ EG over de kwalificatie
van prestaties casu quo de eenheid van prestatie volgt dat er geen eenvoudige, absolute splitsingsre-
gel bestaat, die voor alle gevallen tot een correcte uitkomst leidt.
3.2.4 In beginsel afzonderlijk beschouwen tenzij economisch een geheel
Elke prestatie (levering of dienst) moet normaliter als onderscheiden en zelfstandig worden
beschouwd. Dat geldt in beginsel ook voor de afzonderlijke prestaties die deel uitmaken van een
samengestelde prestatie. Als echter economisch gesproken, bezien vanuit de positie van de modale
consument (objectief), één prestatie wordt verricht, moet deze niet kunstmatig uit elkaar worden
gehaald. Van één prestatie is sprake als de samenstellende elementen zeer nauw met elkaar zijn
verbonden en die elementen afzonderlijk niet het vereiste praktische nut hebben.
3.2.5 Eén vergoeding is niet doorslaggevend
Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is het feit dat door de leverancier van de
goederen of diensten één prijs in rekening wordt gebracht niet van doorslaggevende betekenis. Het
gaat om de zienswijze van de modale consument. Het berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing
zijn. De omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of de aangeboden nevenpresta-
ties wel of niet worden afgenomen, zal er sneller toe leiden dat die nevenprestaties als bijkomende
prestaties worden aangemerkt.
3.2.6 Kenmerken bepalen kwalificatie
Bij een samengestelde prestatie bepalen de meest kenmerkende elementen van die prestatie of het
geheel is aan te merken als één levering of dienst en hoe die prestatie moet worden gekwalificeerd,
rekening houdend met de zienswijze van de modale consument.
3.2.7 Bijkomende prestaties
Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale klant geen doel op zich vormen. Zij maken de
hoofdprestatie aantrekkelijker of zijn een middel om daarvan zo goed mogelijk te profiteren. Bijko-
mende prestaties zijn prestaties die samen met de hoofdprestatie worden verricht (in één transactie),
die een kleine invloed hebben op de totaalprijs van de betreffende transactie en die door de leveran-
cier van de hoofdprestatie worden verricht. Voor bijkomende prestaties geldt hetzelfde omzetbelas-
tingtarief als voor de hoofdprestatie waaraan zij ondergeschikt zijn.
3.2.8 Splitsen vergoeding
Bij een samengestelde prestatie tegen één vergoeding, die voor de tarieftoepassing in zelfstandige
delen moet worden gesplitst, bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:
– de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen (marktwaardemethode);
– de vergoeding voor de verschillende deelprestaties is in beginsel evenredig aan het bedrag aan
vergoeding dat voor de verschillende prestaties als zodanig in rekening is gebracht/ontvangen;
– de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden toegerekend op basis van de
verhouding van de inkoopprijzen of kostprijzen;
2 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
– de toerekening van de vergoeding aan de verschillende deelprestaties moet worden geschat
(waarbij eventueel rekening wordt gehouden met de kostprijzen van de onderscheiden prestaties).
De belastingplichtige dient bij de splitsing van een vergoeding de marktwaardemethode te hanteren,
tenzij hij kan aantonen dat de methode van de werkelijke kosten voor het betrokken heffingstijdvak de
werkelijke samenstelling van de als een geheel geleverde prestaties getrouw weergeeft (Hoge Raad
23 februari 2007, nr. 42. 387).
4. Bijzondere situaties
4.1 Verpakkingen
Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Bij het begrip ‘verpakkingen’ kan worden
gedacht aan:
– wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van
goederen);
– kratten.
Verpakkingen zijn voor de modale afnemer slechts een onderdeel van de producten die hij/zij koopt.
De verpakking gaat op in de levering van het product. Cadeauverpakkingen zijn in de regel een vorm
van bijkomend dienstbetoon.
Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige gebruikswaarde hebben, moeten
onder omstandigheden wel afzonderlijk worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de
verpakking een geldswaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het verpakte product
aanzienlijk is (en die ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie).
4.2 Verpakte combinaties van goederen
Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden aangeboden. Dat is bijvoorbeeld het
geval bij een kerstpakket dat een verpakte combinatie van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren,
alcoholische dranken (algemene tarief) en gebruiks- of cadeauartikelen (algemeen tarief) vormt. Voor
de tarieftoepassing moeten de goederen die tot de combinatie behoren, mits deze goederen ook
afzonderlijk voor de modale consument te verkrijgen zijn, steeds afzonderlijk in aanmerking worden
genomen.
4.3 Candy novelties
‘Candy novelties’ bestaan uit een combinatie van goederen, waarbij bepaalde goederen onder het
verlaagde tarief vallen (meestal snoepgoed) en andere goederen (meestal speelgoed) onder het
algemene tarief. Candy novelties worden voor één prijs verkocht en op verschillende manieren
aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde
situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen worden het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar,
maar als één combinatie, aangeboden.
Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen, waarbij de waarde van de
samenstellende delen sterk kan variëren. Bijvoorbeeld:
– chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;
– speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd;
– plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf
koekjes, figuurtjes e.d. kunnen maken;
– ‘feest’pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom e.d.
en speelgoedpoppetjes of ballonnen.
Voor de tarieftoepassing op dergelijke combinaties van goederen geldt als uitgangspunt dat de
verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet
als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere
delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgegaan. Als
een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet
de totale vergoeding voor de candy novelty worden belast naar het algemene tarief.
Als de verkoopprijs van een candy novelty minder dan € 1,50 bedraagt, kan op de levering ervan het
verlaagde tarief worden toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in praktijk opgedane
ervaringen vanuit gegaan, dat het snoepgoed het kenmerkende element van de prestatie is, en het
bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen bedoeld is om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit
3 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
geldt ook bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig op de markt wordt
gebracht voor een prijs die lager is als € 1,50.
4.4 Pensionstalling van paarden
Over het algemeen wordt voor paarden die in een pensionstalling staan één vergoeding berekend. Het
Gerechtshof Den Bosch (d.d. 20 maart 2008, nr. 06/00369) heeft bepaald dat de prestatie van het in
pension houden van paarden in drie delen kan worden gesplitst, te weten de verzorging en voeding
(algemene tarief), de verhuur van de paardenbox (vrijgesteld) en de instructie en training met het
gebruik van de rijaccommodatie als het gelegenheid geven tot sportbeoefening (verlaagde tarief).
De driedeling in acht nemende kan de ondernemer uitgaan van de navolgende toedeling van het
bedrag dat aan de klant in rekening wordt gebracht voor deze prestaties.
Ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten- als een binnenrijbaan (rijaccommodatie)
– 1/3 verhuur box vrijgesteld van btw
– 1/3 gelegenheid bieden tot sportbeoefening verlaagde tarief
– 1/3 overige prestaties algemene tarief
Ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een buitenrijbaan:
– 35% verhuur box vrijgesteld van btw
– 12,5% gelegenheid bieden tot sportbeoefening verlaagde tarief
– 52,5% overige prestaties algemene tarief
Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan:
– 35% verhuur box vrijgesteld van btw
– 65% overige prestaties algemene tarief
Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn. Wanneer een ondernemer van deze
richtlijn wenst af te wijken omdat naar zijn mening zijn situatie wezenlijk afwijkend is, dient hij dit
aannemelijk te maken.
5. Toelichting op de tabelposten
Hierna worden de tabelposten per post toegelicht. In het geval de post geen toelichting vereist is deze
niet opgenomen.
POST A 1
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 1 luidt:
‘voedingsmiddelen, te weten:
a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie;
b. producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a
bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan;
c. producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging
van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren;
met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken;’
2. Voedingsmiddelen
2.1 Algemeen
De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en
drinkwaren). De onderdelen b en c van de post zijn opgenomen om te bereiken dat deze producten, als
zij niet rechtstreeks kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaren, ook vallen onder het begrip
voedingsmiddelen. Met voedingsmiddelen worden alleen producten bedoeld die zijn bestemd voor
oraal gebruik. De vorm van voedingsmiddelen is niet van belang; zowel verse, bereide als verduur-
zaamde voedingsmiddelen vallen onder de post.
4 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Voor de afbakening van het begrip ‘voedingsmiddelen’ kan uit praktische overwegingen aansluiting
worden gezocht bij de Warenwet en de daarop gebaseerde Warenwetbesluiten en Warenwetregelin-
gen. In deze regelgeving is onder meer aangegeven aan welke voorwaarden producten moeten
voldoen om in Nederland te koop aangeboden te mogen worden. Producten die voldoen aan de eisen
die worden gesteld aan de verkoop van eet- en drinkwaren – met uitzondering van alcoholhoudende
dranken – in de Warenwetgeving kunnen onder de post worden gerangschikt, tenzij in de volgende
onderdelen anders is bepaald. Producten die niet voldoen aan die eisen zijn onderworpen aan het
algemene tarief, tenzij in de volgende onderdelen anders is bepaald. De instantie die beoordeelt of
wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Warenwetgeving is de Keuringsdienst van
Waren, onderdeel van de Voedsel en Waren Autoriteit. In geval van twijfel kan de ondernemer contact
opnemen met deze instantie.
2.2 Levering of dienst
Het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-,
restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf is een dienst. Deze verstrekkingen vallen niet onder post
a 1, maar worden in post b 12 onder het verlaagde tarief gebracht.
3. Eet- en drinkwaren (onderdeel a van de post)
Het begrip eet- en drinkwaren moet ruim worden opgevat. Ook producten die pas geschikt zijn voor
menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding
(toevoeging van water, koken, opwarmen en dergelijke) vallen er onder.
Het moet gaan om eet- en drinkwaren die normaal gebruikt worden voor menselijke consumptie. De
daadwerkelijke bestemming en de vraag of ze uiteindelijk worden geconsumeerd is dus niet van
belang.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
– snoepgoed, waaronder kauwgom;
– water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als voedingsmiddel herkenbaar is, bijvoor-
beeld gesteriliseerd en gedemineraliseerd water dat wordt gebruikt voor het aanlengen van
babyvoeding en dat ook geschikt is om direct door baby’s te worden gedronken.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
– pruimtabak en dergelijke genotmiddelen;
– producten die in het algemeen niet door mensen worden geconsumeerd, bijvoorbeeld bevroren
spiering die als aasvis wordt verkocht aan sportvissers.
4. Ingrediënten (onderdeel b van de post)
Onderdeel b van de post betreft producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor
de bereiding van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten
dele opgaan.
Met het begrip bereiding wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van
eet- en drinkwaren. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om producten als vruchtenpulp,
diverse extracten, conserveringsmiddelen, evenals geur-, kleur- en smaakstoffen. Meer in het
algemeen kan worden gedacht aan producten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden,
specerijen, zout, aroma’s en essences.
Het gaat hier om een breed scala van producten: niet alleen producten die zijn vervaardigd uit
natuurlijke grondstoffen, maar ook producten die zijn vervaardigd uit chemische producten. Producten
waarvan alleen bepaalde − bijvoorbeeld aromatische − bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren
vallen er ook onder (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladen).
Soms moet binnen een groep producten een onderscheid worden gemaakt tussen producten die
kennelijk wél voor menselijke consumptie zijn bestemd (verlaagde tarief) en producten die kennelijk
niet voor menselijke consumptie zijn bestemd (algemene tarief).
5 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Voorbeelden:
Wel bestemd voor menselijke consumptie Niet bestemd voor menselijke consumptie
tafelazijn schoonmaakazijn
koolzuurgas (CO2) dat, gelet op de cilinder waarin het wordt koolzuurgas voor andere toepassingen
geleverd, uitsluitend kan worden aangewend voor de bereiding
van koolzuurhoudende frisdranken waarin het opgaat
tuinkruiden: tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor tuinkruiden die (vrijwel) uitsluitend worden aangewend als
menselijke consumptie grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen
kaascoating dat ter conservering op de kaaskorst wordt kaascoating, zoals ‘plasticoat’, niet geschikt voor menselijke
aangebracht en geschikt voor consumptie consumptie
Niet onder de post vallen essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) omdat ze gewoonlijk
niet zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren. Het gaat hier om sterk geurende oliën
bereid uit kruiden, planten of bomen die worden gebruikt als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzor-
ging, in het kader van aromatherapie en soms als smaakstof in de keuken.
Ook plantaardige olie die wordt geleverd om te worden gebruikt als motorbrandstof valt niet onder de
post.
5. Voedingspreparaten (onderdeel c van de post)
5.1 Algemeen
Onderdeel c van de post betreft producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling
op dan wel ter vervanging van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren. Deze
producten kunnen mogelijk niet in de strikte zin van het woord worden beschouwd als een voedings-
middel, maar het is wenselijk dat zij toch daaronder worden begrepen. Te denken valt aan voedings-
preparaten en/of voedingssupplementen zoals vitaminen, mineralen, kruidenpreparaten, vermage-
ringsproducten en vezeltabletten. Voor eventuele afbakeningsproblematiek wordt nog verwezen naar
de eerder genoemde aansluiting bij de Warenwetgeving.
Niet onder de post valt bijvoorbeeld Haarlemmerolie. Dit product wordt aangeprezen als een
huismiddel ter bestrijding van tal van kwalen en ongemakken bij mens en dier. Vanwege de algemene
gebruiksmogelijkheden kan Haarlemmerolie niet als voedingspreparaat in de zin van de post worden
aangemerkt.
5.2 Kruidenpreparaten
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
– kruidenextracten waarvan volgens de gebruiksaanwijzing per keer enige druppels in water moeten
worden opgelost;
– kruidenhoestsiropen waarvan enkele malen per dag één kleine lepel moet worden ingenomen;
– bloesem- of bloemenremedies. Bloesem- of bloemenremedies zijn tincturen – gemaakt van de
bloesems van wilde struiken, bomen en planten – waarmee menselijke emoties worden beïnvloed;
– door homeopaten verstrekte (kruiden)preparaten die niet als geneesmiddel zijn aan te merken in
de zin van post a 6 van Tabel I.
Als de hier genoemde producten in vloeibare vorm worden geleverd bevatten zij soms alcohol. Als
volgens het gebruiksvoorschrift slechts enkele malen per dag een kleine hoeveelheid mag worden
ingenomen – bijvoorbeeld enkele druppels of een lepel – worden zij niet als alcoholhoudende dranken
aangemerkt.
Eigenhandig door homeopaten vervaardigde producten zullen in de regel niet aan de voorwaarden
van de hiervoor genoemde Warenwetgeving voldoen en zijn dan belast naar het algemene tarief.
Voorbeeld van goederen die niet onder de post vallen zijn kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in
de handel worden gebracht. Deze producten worden aangemerkt als alcoholhoudende dranken. Te
denken valt aan kruidenwijn en op likeuren lijkende kruidenextracten. Kruidendranken met een
alcoholgehalte van niet meer dan 1,2% worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt.
6 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
6. Alcoholhoudende dranken
6.1 Algemeen
Alcoholhoudende dranken worden niet tot de voedingsmiddelen gerekend. Voor het onderscheid
tussen alcoholvrije en alcoholhoudende dranken is het alcoholgehalte van belang. Voor bier (waaron-
der ook de mengsels van bier met wijn of limonade) ligt de grens op 0,5%. Voor andere alcoholhou-
dende dranken, zoals wijn, port, sherry en gedistilleerd, ligt de grens op 1,2%. Met het begrip dranken
wordt gedoeld op producten die naar maatschappelijke opvatting als zodanig worden aangemerkt. In
verband hiermee vallen onder het begrip alcoholhoudende dranken ook samengestelde alcoholhou-
dende dranken zoals advocaat, boerenjongens en boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende
stoffen bevatten (zoals bonbons) vallen niet onder het begrip alcoholhoudende dranken, maar onder
het begrip voedingsmiddel.
6.2 Alcoholhoudende essences
Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt. Als zij kennelijk zijn
bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren die aan het verlaagde tarief zijn onderworpen,
vallen zij onder het verlaagde tarief.
7. Verstrekking van voedingsmiddelen door commerciële internaten
Commerciële internaten houden zich bezig met het verlenen van volledige verzorging van de aan hun
zorgen toevertrouwde minderjarigen. De dienstverlening van de commerciële internaten bestaat
onder meer uit het verlenen van huisvesting en bewassing en het vormen en begeleiden van de
minderjarigen. De samenstellende elementen van deze dienstverlening zijn zo nauw met elkaar
verbonden dat zij één prestatie vormen, waarop het algemene tarief van toepassing is. In dit kader
verstrekken de internaten ook voedingsmiddelen. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat het
deel van de vergoeding dat is toe te rekenen aan de verstrekking van de in deze post bedoelde
voedingsmiddelen, wordt belast naar het verlaagde tarief. Dat gedeelte wordt gesteld op de aan de
voedingsmiddelen toe te rekenen kosten, met inbegrip van een toe te rekenen deel van de constante
algemene kosten, vermeerderd met een op basis van de totale kosten bepaald deel van de winst.
POST A 2
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 2 luidt:
‘granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post a 1;’
2. Algemeen
De post heeft betrekking op de granen en peulvruchten die niet als voedingsmiddel als bedoeld in
post a 1 kunnen worden aangemerkt.
3. Granen
Onder de post vallen tarwe, rogge, haver, maïs, rijst, kanariezaad, sorghumzaad, milletzaad, gierst,
gerst, gort en dergelijke. Kanariezaad is het zaad van het gewas phalaris canariensis, kanariegras. Zie
voor gemengd kanarievoer onderdeel 3.5 van de toelichting op post a 44.
Voorbeelden van goederen die onder de post kunnen worden gerangschikt:
– gepeld en gebroken graan;
– rijstmeel (ook rijstvoedermeel), gerstvoermeel en havermoutafvalmeel;
– zemelgrint;
– maïs-, rogge- en tarwekiemen;
– boekweit en boekweitdoppen;
– mengsels die uitsluitend al dan niet gebroken granen en/of meel en bloem van granen bevatten.
Als er andere bestanddelen worden toegevoegd zoals (gemalen) veekoeken, dierlijke eiwitten,
vitaminen en mineralen vallen de mengsels niet onder de post. Eventueel kunnen deze mengsels
onder post a 44 vallen.
Niet onder de post vallen pellets (kleine brokken die worden gemaakt door het persen van verschil-
lende soorten meel en bloem), eventueel kunnen deze pellets onder post a 44 vallen.
7 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
4. Peulvruchten
Getoaste sojabonen vallen onder de post. Dit zijn sojabonen waaruit – door verhitting met stoom – een
stof wordt verwijderd die de groei van eenmagige dieren belemmert.
Niet onder de post vallen:
– voor de teelt van peulvruchten bestemde zaden en serradellazaad. Wel vallen deze zaden onder
post a 41;
– erwten- en bonenmeel. Dit zijn gemalen schillen, delen van zaadlobben en kiemen die als
bijproduct vrijkomen bij de bereiding van voedingsmiddelen uit erwten en bonen.
POST A 3
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 3 luidt:
‘pootgoed bestemd voor de teelt van groenten en fruit;’
2. Pootgoed
Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van
groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken), Voorbeelden
van dergelijke planten zijn: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplanten, aardbeiplanten, champignon-
broed en champignonmycelium.
Niet onder de post vallen champignoncompost en compost voor andere eetbare paddestoelen (zowel
entbaar, geënt als doorgroeid) en champost, een champignoncompost die na de oogst is uitgeput en
die als bodemverbeteraar kan worden gebruikt.
Champignoncompost is een mengsel van paardenmest, stro, gips en pluimveemest, dat via een
specifiek fabricageproces wordt omgevormd tot een voedingsbodem voor champignons. Als de
champignoncompost gereed is, kan aan de compost het champignonbroed of champignonmycelium
worden toegevoegd. Champignonmycelium bestaat uit gesteriliseerde graankorrels die geheel zijn
doorgroeid met champignonsporen. Champignoncompost kan in drie vormen aan champignontelers
worden geleverd:
– entbaar, dit is compost waaraan nog geen champignonmycelium is toegevoegd;
– geënt, dit is compost waaraan kort vóór de levering champignonmycelium is toegevoegd;
– doorgroeid, dit is compost waarin het champignonmycelium volledig is doorgegroeid.
POST A 4
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 4 luidt:
‘a. rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden;
b. andere dan de onder a vallende dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de
productie van de in post 1 bedoelde voedingsmiddelen, alsmede dieren die kennelijk zijn bestemd
voor het fokken van die dieren;
c. slachtafvallen van de onder a en b vallende dieren;
d. goederen die kennelijk zijn bestemd voor de voortplanting van de onder a en b vallende dieren;’
2. Rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden (onderdeel a van de post)
Onder paarden zijn ook te begrijpen renpaarden.
3. Fok- en slachtdieren (onderdeel b van de post)
Onder de post vallen dieren die kennelijk bestemd zijn voor de voortbrenging of de productie van
voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1 doordat zij zelf rechtstreeks voedingsmiddelen voortbren-
gen, of zelf als voedingsmiddel zullen dienen.
Voorbeelden van dieren die onder de post vallen:
– slachtkuikens;
– legkippen;
– hazen;
8 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
– fazanten;
– garnalen, mosselen, en dergelijke zeeweekdieren;
– diverse vissoorten zoals zalm en forel;
– konijnen die kennelijk zijn bedoeld voor consumptie door de mens.
Voorbeelden van dieren die niet onder de post vallen:
– zangvogels, sierduiven en aquariumvissen en dergelijke;
– gevogelte en wild dat niet bestemd is voor consumptie maar dat (bijvoorbeeld) bestemd is voor
dierentuinen, onderwijsinstellingen, parken of om als huisdier te worden gehouden;
– hommelkolonies voor de bestuiving van cultuurgewassen in de tuinbouwsector.
4. Slachtafvallen (onderdeel c van de post)
4.1 Algemeen
Onder slachtafvallen zijn te rangschikken:
– kop, tong, hersenen, lever, hart, nieren, darmen, pens, maag, blaas, poten, pezen, longen, milt,
zwezerik, uiers, organen voor farmaceutische doeleinden en dergelijke;
– soepbeenderen;
– bloed (waaronder ook gedroogd bloed).
Slachtafvallen die een gebruikelijke bewerking hebben ondergaan (zoals schoonmaken, zouten,
drogen of bevriezen) vallen ook onder de post.
Onder de post vallen geen huiden, onderpoten, horens, haren, beenderen en zwoerd.
4.2 Honden- of kattenvoer
Slachtafvallen die gemalen of gesneden, in zakjes verpakt of in worstvorm, in de handel worden
gebracht onder de benaming honden- of kattenvoer of een soortgelijke aanduiding, vallen onder de
post. Dit geldt ook als maximaal 4% zetmeel als bindmiddel is toegevoegd. Als deze producten
verdere bewerkingen ondergaan vallen zij niet onder de post. Voorbeelden van dergelijke bewerkingen
zijn het toevoegen van groenten, mineralen, vitaminen, geneesmiddelen of het steriliseren en in blik
of anderszins verpakken, om bederf te voorkomen.
5. Levering van sperma en embryo’s voor de onder a en b vallende dieren (onderdeel d van
de post)
Onderdeel d van de post is van toepassing op de levering en invoer van goederen, zoals sperma en
embryo’s, bestemd voor de voortplanting van de in onderdeel a en b bedoelde dieren. Het gaat hier
om de levering van deze goederen zonder de dienst van het kunstmatig insemineren.
Het kunstmatig insemineren van en het transplanteren van embryo’s bij deze dieren valt onder post b
13, onderdeel b. Zie post b 13, onderdeel 4 van dit besluit.
POST A 6
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 6 luidt:
‘geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, voorbehoed-
middelen, infusievloeistoffen, alsmede kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatieg-
assen;’
2. Geneesmiddelen
2.1 Definitie van het begrip ‘geneesmiddel’
Een geneesmiddel is een substantie of een samenstel van substanties die bestemd is om te worden
toegediend of aangewend voor dan wel op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als zijnde geschikt
voor:
1e. het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn bij de mens,
2e. het stellen van een geneeskundige diagnose bij de mens, of
3e. het herstellen, verbeteren of anderszins wijzigen van fysiologische functies bij de mens door een
farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen.
9 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Het is verboden een geneesmiddel te verkopen zonder vergunning verleend krachtens Verordening
(EG) nr. 726/2004, dan wel Verordening nr. 1394/2007, of van het College ter beoordeling van genees-
middelen (CBG).
2.2 Geneesmiddelen in de zin van de post
• De definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ onder 2.1 heeft tot gevolg dat ‘in vivo diagnostica’
onder de post vallen. Middelen voor het stellen van een medische diagnose via een laboratorium-
onderzoek, de ‘in vitro diagnostica’, vallen niet onder de post.
• Alleen geneesmiddelen die in een farmaceutische vorm in de handel zijn gebracht, kunnen onder
de post vallen. Een farmaceutische vorm is de fysieke vorm waarin een geneesmiddel is gebracht
met het oog op de toediening of aanwending bij de mens (artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de
Geneesmiddelenwet). Hierbij valt te denken aan pillen, poeders, tabletten, capsules, zalven, gels,
crèmes, drankjes en injectievloeistoffen. Ook een geneesmiddel dat samen met een medisch
hulpmiddel voor éénmalig gebruik één geïntegreerd product vormt, is een farmaceutische vorm.
Voorbeelden hiervan zijn:
– gevulde injectiespuiten;
– gassen die geneesmiddelen bevatten;
– vernevelaars gevuld met geneesmiddelen;
– pleisters die geneesmiddelen bevatten;
– implantaten die geneesmiddelen bevatten;
– spiraaltje dat hormonen (oestrogeen) afgeeft;
– ioniserend apparaatje, dat via de huid medicijnen afgeeft;
– wondbehandelingsmiddelen met geneesmiddelen;
– wortelkanaalvullende middelen met geneesmiddelen.
De enkele aanduiding of aanprijzing dat het in farmaceutische vorm in de handel gebrachte
product geschikt is voor het genezen (enz.) van enige aandoening (enz.) bij de mens is niet genoeg
voor rangschikking onder de post. Een dergelijke aanduiding moet, vanwege het subjectieve
karakter ervan, worden ondersteund door gegevens die de aanduiding of aanprijzing in meer
objectieve zin ondersteunen. Deze objectivering kan bijvoorbeeld bestaan uit:
– een schriftelijke verklaring van een deskundige op het terrein van de werking van geneesmid-
delen, dat de aanduiding/aanprijzing van het desbetreffende product klopt. Bij een deskundige
valt onder meer te denken aan de onder het ministerie van VWS ressorterende Inspectie voor
de Volksgezondheid, een overkoepelende organisatie van apothekers, artsen e.d. (KNMP,
KNMG e.d.);
– wetenschappelijke rapporten waarin de aanduiding/aanprijzing van het product wordt
bevestigd;
– de aanwezigheid van bepaalde werkzame bestanddelen in het desbetreffende product die ook
voorkomen in producten die op basis van de Geneesmiddelenwet als geneesmiddelen zijn
geregistreerd.
• Producten die naar spraakgebruik (primair) een andere functie bezitten dan de functie van
geneesmiddel (bijv. verzorgingsproducten, cosmetica, alcoholhoudende dranken) vallen buiten het
toepassingsgebied van de post. Niet onder post vallen daarom:
– de van oudsher bekende huismiddelen voor het opheffen van bepaalde kwalen of ter verster-
king van de algemene fysieke gesteldheid van de mens (zoals bijvoorbeeld Pleegzuster
Bloedwijn, Haarlemmerolie, wonderolie, glycerine kamferspiritus en venkelwater);
– collageen implantaten, steriele implantaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen
bevatten en die zijn bestemd om in de menselijke huid te worden geïnjecteerd ter correctie van
onregelmatigheden in de (opper)huid (zoals acnelittekens, fronslijnen en rimpels);
– huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband ten einde de
huid tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking te beschermen bij de verwijdering
van het verband (zie ook onderdeel 10 bij post a 8);
– zogenoemde ‘handalcoholen’, producten die worden toegepast voor de desinfectie van de
handen of de desinfectie van de intacte huid.
• Geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet vallen soms mede of zelfs uitsluitend onder
de werking van een specifieke wettelijke regeling. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is dit
niet van belang. Zo kan dit tarief ook worden toegepast op de geneesmiddelen in farmaceutische
vorm waarvoor mede het bepaalde in de Opiumwet (Stb. 1928, 167) van toepassing is (opiaten) en
op geneesmiddelen waarvoor mede het bepaalde in de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) van
toepassing is (de zgn. radiofarmaca). Hetzelfde geldt voor uit bloed(plasma) bereide producten en
sera en vaccins, die uitsluitend onder de werking van de Wet inzake bloedtransfusie (Stb. 1988,
546) onderscheidenlijk de Wet op sera en vaccins (Stb. 1927, 91) vallen.
• Dialysevloeistoffen zijn doorgaans als geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet
toegelaten (en zijn als zodanig herkenbaar via het aan hen toegekende RVG-nummer) en vallen
daarom onder de post.
10 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
• Botregeneratieve producten worden gebruikt om defecten in botten te herstellen. Botregeneratieve
producten kunnen een synthetische basis hebben maar ook een natuurlijke basis (bestanddelen
zijn dan afkomstig van dieren, overleden mensen of lichaamseigen bot). Het basismateriaal wordt
op een zodanige manier bewerkt dat een product ontstaat dat te vergelijken is met ‘eigen’ bot.
Nadat het botregeneratieve product is geïmplanteerd in het defecte bot, zorgt het er voor dat het
lichaam zelf weer botweefsel aanmaakt waardoor het defecte bot herstelt of aangroeit. Botregene-
ratieve producten zijn bestemd voor eenmalig gebruik en worden toegepast in de tandheelkunde
en orthopedie. Gelet op de functie, namelijk herstel van botstructuren, zijn botregeneratieve
producten aan te merken als geneesmiddelen in de zin van de post, ongeacht of het geïmplan-
teerde materiaal na korte of lange tijd weer uit het lichaam weer verdwijnt.
2.3 (Niet) Geregistreerde geneesmiddelen
Met de komst van de Geneesmiddelenwet per 1 juli 2007 wordt de term ‘(niet) geregistreerde
geneesmiddelen’ niet langer gebruikt. In bedoelde wet is sprake van ‘het verlenen van een handelsver-
gunning’ aan degenen die een geneesmiddel op de markt willen brengen. Omdat materieel niets is
gewijzigd en in de praktijk (ook bij VWS) nog steeds sprake is van (niet) geregistreerde geneesmidde-
len, blijven die termen hierna gehanteerd.
2.3.1 Geregistreerde geneesmiddelen
Vrijwel alle geneesmiddelen zijn geregistreerd. Dit geldt voor zowel de reguliere als de homeopathi-
sche geneesmiddelen. De door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) voor Neder-
land toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer. Voor de reguliere genees-
middelen is dit een RVG-nummer, voor homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In
de Regeling Geneesmiddelenwet (Stcrt. 29 juni 2007, nr. 123) is aangegeven aan welke voorwaarden
(ten aanzien van aanduiding en dergelijke) homeopathische geneesmiddelen moeten voldoen.
2.3.2 Niet geregistreerde geneesmiddelen
Er zijn ook geneesmiddelen die (nog) niet zijn geregistreerd. Het betreft bijvoorbeeld geneesmiddelen
die zich nog in het stadium van proefneming bevinden of geneesmiddelen die voor een individueel
geval in een apotheek worden bereid. De Geneesmiddelenwet kent als uitgangspunt dat alleen
geregistreerde geneesmiddelen verkocht mogen worden als geneesmiddel.
3. Voorbehoedmiddelen
Onder ‘voorbehoedmiddelen’ worden verstaan alle niet als geneesmiddelen aan te merken anticon-
ceptiva. De (anticonceptie)pil, zoals omschreven in de Geneesmiddelenwet, valt als geneesmiddel al
onder de post. Als voorbehoedmiddel in de zin van de post kunnen worden aangemerkt: het spiraaltje,
het pessarium, het condoom (het klassieke en het vrouwencondoom) en de zaaddodende pasta.
Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Ik keur goed dat glijmiddelen die samen
met één of meerdere condooms in één verpakking voor één prijs worden geleverd, delen in de
toepassing van het verlaagde tarief.
4. Infusievloeistoffen
De levering van infusievloeistoffen is onderworpen aan het verlaagde tarief. Tot de infusievloeistoffen
behoren onder meer suiker- of zoutoplossingen die bestemd zijn om door middel van een infuus te
worden toegediend. Een spoelvloeistof voor het spoelen van een (verblijfs)katheter (een wat samen-
stelling betreft op een infusievloeistof gelijkende zoutoplossing) is overigens een aan registratie
onderworpen farmaceutisch product.
De vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt toegediend is op grond van post a 1
onderworpen aan het verlaagde tarief.
5. Hulpmiddelen bij transport en opslag van bloed e.d.
Goedkeuring
Onder de volgende voorwaarden keur ik goed dat steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig
gebruik onder het verlaagde tarief worden gerangschikt.
11 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Voorwaarden
– de hulpmiddelen dienen uitsluitend te zijn bestemd voor het transport en/of de opslag van bloed,
bloedcomponenten en/of infuusvloeistoffen en dienen daarmee in aanraking te komen en;
– de hulpmiddelen voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het Besluit medische hulpmiddelen.
Onder de in dit onderdeel van de post bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden
gerangschikt steriele, voor eenmalig gebruik bestemde
– infusiesets;
– transfusiesets;
– verlengslangen;
– infusiekranen;
– infuus- en bloedfilters;
– drukmeetsets;
– adaptors;
– lege zakken;
– bloedafnamehulpmiddelen zoals bloedlijnen voor hartlong machines;
– wafers, hulpstukken waarmee de slangen van verschillende bloedzakken worden doorgesneden en
aan elkaar kunnen worden gelast.
Ook de verwerkingsset van het intercept blood system valt onder het verlaagde tarief. Deze set is een
steriel medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik en bestaat uit verschillende zakken, een chemische
stof en een filter. De verwerkingsset wordt als een geheel verkocht en is bestemd voor de opslag en
het transport van bloedbestanddelen (Rechtbank Haarlem, 23 april 2009, nr. AWB 08/03677).
Losse naalden, katheters en dergelijke, die worden gebruikt om de desbetreffende stoffen aan de
patiënt toe te dienen, kunnen niet onder deze medische hulpmiddelen worden gerangschikt. Deze
naalden en katheters worden overigens, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer
belangrijke rol spelen, nooit in een totaal systeem geleverd. Losse katheters vallen onder post a 37.
Voorbeelden van producten en productgroepen die niet onder de in dit onderdeel bedoelde steriele
medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt zijn:
– infuuspompen;
– bloedscheidingsapparatuur;
– beluchters;
– controllers of volumeregeling;
– lege, niet steriele infuuszakken;
– toedieningsystemen voor enterale voeding;
– voedingssondes;
– katheterspoellijnen;
– sealapparatuur;
– bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen;
– afsluitstopjes en -kapjes;
– mandrijnen;
– ampullen.
Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters en urologiekatheters
vallen onder post a 37.
Het komt voor dat in één set goederen worden geleverd die aan verschillende tarieven zijn onderwor-
pen en die hun zelfstandigheid hebben behouden. In dat geval dient de vergoeding voor de set te
worden gesplitst in een aan het verlaagde tarief en een aan het algemene tarief onderworpen deel.
Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen wordt de totale vergoeding belast naar het
algemene tarief.
Goederen die (ook) worden gebruikt voor diagnostische doeleinden vallen niet onder de goedkeuring.
Daardoor vallen bloedbuisjes waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven,
reagentia of testmiddelen bevatten, niet onder het verlaagde tarief. Dat geldt ook wanneer het doel
van de in de bloedbuisjes aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed – bijvoor-
beeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen van bestanddelen − geschikt te maken
voor verder onderzoek.
6. Inhalatiegassen
Onder de post kunnen mede worden gerangschikt inhalatiegassen die kennelijk zijn bestemd voor
12 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
medische doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om zuurstof die en lachgas dat bij de behandeling
van patiënten in ziekenhuizen enz. wordt gebruikt.
Bij de levering van zuurstof en lachgas is voor de tarieftoepassing niet van belang in welke vorm (gas
of vloeibaar) de zuurstof wordt aangeboden. Het verlaagde tarief is ook van toepassing op de
(eventuele) vergoeding die aan de gebruikers in rekening wordt gebracht voor de ter beschikking
stelling van zuurstofcilinders, -vaten en dergelijke. Zie verder post a 37 voor de hulpmiddelen.
Het inhalatiegas INOmax voor de behandeling van pulmonaire hypertensie bij pasgeborenen valt
onder de post. De levering van de INOmax en de ter beschikking stelling van de daarbij behorende
INO-apparatuur (INOvent, INOcal en de INOmeter) wordt als één prestatie aangemerkt, namelijk de
levering van medisch inhalatiegas. INOmax kan niet worden toegediend zonder de bijbehorende
INO-apparatuur. Vanuit de afnemer staat de levering en toediening van het inhalatiegas centraal. De
elementen afzonderlijk hebben geen praktisch nut.
7. Administratiekosten apothekers
Apothekers brengen aan cliënten die de aan hen geleverde genees- en verbandmiddelen enz. niet
contant betalen maar op rekening kopen, boven de vergoeding voor de geleverde genees- en
verbandmiddelen een bedrag aan administratiekosten in rekening. Dat bedrag moet worden geacht
deel uit te maken van de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen. In verband
daarmee zou, strikt genomen, het bedrag voor administratiekosten in voorkomende gevallen moeten
worden gesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op aan het verlaagde tarief onderworpen
goederen, en een gedeelte dat betrekking heeft op aan het algemene tarief onderworpen goederen.
Omdat de goederen die op rekening worden gekocht in overwegende mate aan het verlaagde tarief
zijn onderworpen, keur ik om praktische redenen het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de vergoeding voor administratiekosten in haar geheel wordt geacht deel uit te
maken van de vergoeding waarop het verlaagde tarief van toepassing is.
POST A 7
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 7 luidt:
‘diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Diergeneesmiddelenwet, met uitzondering van diergenees-
middelen voor in vitro gebruik;’
2. Algemeen
Producten die zijn aan te merken als diergeneesmiddel in de zin van de Diergeneesmiddelenwet (Stb.
1985, 410) worden belast naar het verlaagde tarief. Voorwaarde is dat zij worden toegepast bij of aan
het dier zelf (in vivo gebruik). Niet onder het verlaagde tarief vallen de middelen die worden toegepast
op weefsel of lichaamsvloeistoffen die uit dieren afkomstig zijn om een diagnose te stellen (in vitro
gebruik).
Grondstoffen voor de bereiding van diergeneesmiddelen worden niet als diergeneesmiddelen in de
zin van de Diergeneesmiddelenwet aangemerkt.
3. Diergeneesmiddel
Op grond van artikel 1, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet wordt als diergeneesmiddel
aangemerkt elke substantie die is bestemd om al dan niet na be- of verwerking te worden gebruikt
voor:
– het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn,
verwonding of gebrek van een dier;
– het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen van een dier;
– het onderkennen van een ziekte of gebrek bij dieren door toepassing bij een dier.
De bestemming moet kunnen worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de aard, vorm,
verpakking of aanduiding van het product.
Alle informatie over geregistreerde diergeneesmiddelen (Europese en Nederlandse) en de diergenees-
13 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
middelen waarvoor een registratie in Nederland is aangevraagd, is terug te vinden in de diergenees-
middelendatabase die door het CBG op het internet is gepubliceerd (www.cbg-meb.nl). Als registratie
(nog) niet is vereist zal op de verpakking in ieder geval het woord diergeneesmiddel moeten worden
vermeld en de diersoort(en) waarvoor het diergeneesmiddel is bestemd. Dit betekent dat het
verlaagde tarief voor in Nederland toegelaten diergeneesmiddelen alleen van toepassing is op de
levering van producten, die als diergeneesmiddel in de handel worden gebracht en die ook overigens
aan de in de Diergeneesmiddelenwet genoemde vereisten voldoen.
4. Middelen ter bestrijding van ongedierte bij dieren
Middelen die worden gebruikt voor de bestrijding van ongedierte (zoals vlooien, luizen en teken) bij
dieren zijn onder te verdelen in:
a. middelen die zijn bestemd voor inwendig gebruik door het dier (zgn. endoparasiticiden). Deze
middelen worden, als zij aan de daartoe in de Diergeneesmiddelenwet gestelde voorwaarden
voldoen, als diergeneesmiddel aangemerkt en vallen als zodanig onder de post. Zij zijn herkenbaar
aan het registratienummer op de verpakking van deze middelen (zie ook onderdeel 3).
b. middelen die zijn bestemd voor uitwendig gebruik (zgn. ectoparasiticiden), waarbij een onder-
scheid dient te worden gemaakt tussen:
– middelen die op het dier zelf worden toegepast (bijvoorbeeld vlooienbanden);
– middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden toegepast (bijvoorbeeld sprays).
De op het dier zelf toegepaste middelen vallen vanaf 1 januari 1995 voor het toelatingsregime onder
de Diergeneesmiddelenwet. Zij vallen onder de post als zij aan de daarin gestelde voorwaarden
voldoen en als zodanig herkenbaar zijn aan het registratienummer op de verpakking.
De middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden toegepast vallen niet onder de werking
van de Diergeneesmiddelenwet. Zij worden ook niet toegepast voor of bij het dier zelf. Deze middelen
vallen niet onder de post.
5. Dierenartsen
In gevallen waarin een dierenarts bij de geneeskundige behandeling van een ziek dier een diergenees-
middel toedient, is sprake van een naar het algemene tarief belaste dienst waarin het toedienen van
het diergeneesmiddel opgaat.
Als de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier diergeneesmid-
delen levert, verricht de dierenarts een afzonderlijke aan het verlaagde tarief onderworpen levering
van diergeneesmiddelen.
In gevallen waarin het op correcte wijze splitsen van de aan de levering van diergeneesmiddelen toe
te rekenen omzet vanuit de administratie onmogelijk is, kan de inspecteur een praktische regeling
treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire splitsing van de omzet dient gebaseerd te zijn op,
en zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten bij de praktijkgegevens van de betrokken dierenarts.
POST A 8
1. Inhoud van de post
De tekst van post a 8 luidt:
‘verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en
daarmee gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden, alsmede
gevulde verbanddozen, damesverband, kraammatrassen en incontinentiematerialen;’
2. Verbandmiddelen
De opsomming van verbandmiddelen is niet limitatief. Onder de post vallen niet alleen de in het
bijzonder genoemde middelen, maar ook middelen die:
1. wat betreft gebruik aan de genoemde artikelen zijn gelijk te stellen, en
2. zijn ontwikkeld en worden aangeboden voor geneeskundige doeleinden.
Voor een ‘open’ omschrijving van het begrip is gekozen om ook de nieuwste artikelen op het gebied
van de verbandmiddelen onder de post te doen vallen.
Het begrip verbandmiddel omvat naar spraakgebruik alleen producten die ertoe dienen een bescha-
digd (in het bijzonder: gewond) of ziek lichaamsdeel te bedekken.
14 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Verbandmiddelen die gebruikt worden in de diergeneeskunde vallen ook onder de post (zie onderdeel
15 bij deze post).
De zogenoemde bandagelens, een lens die na een oogoperatie wordt gebruikt om het oog af te
dekken en dient als ‘verband’, valt onder de post.
Gebruiksartikelen, zoals kleding en schoeisel, die een therapeutische werking bezitten, vallen niet
onder de post.
3. Watten
Onder watten zijn te begrijpen celstofwatten, geïmpregneerde watten, verbandwatten, vette watten,
steriele wattenstaafjes die bestemd zijn voor chirurgische doeleinden en dergelijke. Niet onder de post
vallen autopoetswatten, bijouteriewatten (juwelierswatten), poederdonsjes, toiletwatten en niet-
steriele wattenstaafjes enz.
Ik keur goed dat witte watten die voor allerlei huishoudelijke doeleinden (waaronder geneeskundige)
worden gebruikt, onder de post worden gerangschikt.
4. Windsels
Windsels worden gemaakt uit diverse stoffen en gebruikt voor verschillende doeleinden. Het gaat
bijvoorbeeld om elastische windsels, hydrofiele windsels, gipswindsels en dergelijke.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
– immobiliserende verbandsystemen (bijvoorbeeld een tricot kous waarin een twee componenten-
vloeistof wordt gegoten) die na het aanleggen dienen om het te fixeren lichaamsdeel te verharden;
– al dan niet elastische kniebanden, dijbeenbanden, enkelbanden, elleboogbanden en polsbanden;
– elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose;
– elastische kousen, als zij een drukwaarde van tenminste 25 mm kwik hebben (daaruit volgt
indeling in klasse 2 of hoger van de zgn. lijst van Bernink);
– flexibele (kunst)stof omhulsels die zijn gevuld met een substantie, die na verhitting of koeling als
warmte- of koudekompres om (delen van) armen, benen en dergelijke worden gewikkeld ten einde
blessures te behandelen, als zij als (warmte- of koude) kompres in de handel worden gebracht;
– zogenoemde stompsokken van wol, tricot enz. Dit zijn speciaal vervaardigde hoesjes die een
gebruiker in staat stellen om een prothese permanent te gebruiken.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich dat ook oefenverbanden, ofwel dikke windsels, die als
oefenmateriaal worden gebruikt bij o.a. EHBO-cursussen onder de post vallen.
Producten die naar uiterlijk en gebruiksmogelijkheden als een kant-en-klaar kledingstuk moeten
worden aangemerkt vallen niet onder de post.
5. Gaas
Het betreft hier niet alleen hydrofielgaas ter afdekking van wonden, maar ook allerlei artikelen van
gaas zoals kompressen en stroken, alsmede kompressen van bijvoorbeeld celstof in gaas of celstof in
textielvlies.
Goedkeuring
Ik keur goed dat incisiefolie, een uiterst dunne kleeffolie die op de huid van patiënten wordt aange-
bracht voordat de incisie wordt gemaakt, wondfolie en infusiefolie, onder de post worden gerang-
schikt.
6. Hechtmiddelen
Bij hechtmiddelen kan worden gedacht aan de traditionele draad (catgut, zijde, kunststof) en hecht-
zijde, aan hechtkrammetjes en aan hechtnietjes en -clips.
Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Ik keur
goed dat draad en naald dan als één geheel als hechtmiddel onder de post valt.
Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zgn. hechtapparatuur (nietmachines) gebruikt. Deze
hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde tarief voor hechtmiddelen. Dit geldt ook voor de bij
hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument.
15 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
Vaak wordt een hechtapparaat samen met nietjes of clips tegen één vergoeding geleverd. De nietjes of
clips, die meestal vervaardigd zijn van titanium of chirurgisch staal, vertegenwoordigen daarbij een
niet onaanzienlijke waarde. Voor de tarieftoepassing moet de vergoeding worden gesplitst in een naar
het verlaagde tarief te belasten deel (de nietjes en/of clips) en een naar het algemene tarief te belasten
deel (het hechtapparaat). Voor het vaststellen van het naar het verlaagde tarief te belasten deel van de
vergoeding kan de prijs die voor een los te leveren cassette nietjes of clips in rekening wordt gebracht,
als richtsnoer dienen.
7. Pleisters
Tot pleisters in de zin van de post behoren niet alleen hecht- en wondpleisters, maar ook:
– elastisch (net)verband waarmee bijvoorbeeld hydrofielgaas kan worden gefixeerd;
– likdoornpleisters en likdoornringen;
– katheterpleisters, speciaal gevormde pleisters die worden gebruikt om neussondes, drainagekathe-
ters e.d. op hun plaats te houden;
– sporttapes die specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik op het lichaam en die dienen om (de
gevolgen van) blessures te bestrijden of te voorkomen.
8. Tampons
Het betreft alle tampons die gebruikt worden bij geneeskundige behandelingen, bijvoorbeeld
gynaecologische tampons en tampons voor tandheelkundig gebruik.
9. Spalken
Naast de traditionele rechte spalken vallen (hulp)middelen die dezelfde functie hebben onder de post.
Voorbeelden daarvan zijn:
– buigzame aluminium strips voor de behandeling van gebroken vingers;
– scharnierende spalken zoals knie- en elleboogscharnieren;
– verstelbare hielbakjes van kunststof of metaal;
– thermoplastisch polyethyleen schuim (plastazote) dat via verhitting aan het lichaam kan worden
gemodelleerd en dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld lichte spalken.
10. Met verbandmiddelen gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor
geneeskundige doeleinden.
Alleen producten die qua functie op één lijn zijn te stellen met verbandmiddelen kunnen onder de post
worden gerangschikt. Onder de post kunnen bijvoorbeeld doekjes worden gerangschikt die zijn
geïmpregneerd met een ontsmettingsstof en die zijn bestemd voor het – ter voorkoming van infecties
– ontsmetten van de huid bij het toedienen van injecties.
Proceduretrays (ook wel aangeduid als behandelmodules, logist-O.K. of O.K.-setjes) zijn pakketten die
diverse artikelen bevatten die bij operaties worden gebruikt zoals verbandmiddelen, afdekmaterialen,
een operatiejas, handdoekjes, kleef- en steristrips en dergelijke. Omdat wordt aangenomen dat de
samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen het
verlaagde tarief en voor de andere artikelen het algemene tarief.
De Vacuum Assisted Closure (VAC) is een set bestaande uit een steriel verpakte polyurethaan
wondbedekker met bijbehorende slangenset, pompen, incisiefolie en/of opvangbeker. De wondbedek-
ker zorgt voor het ontstaan van onderdruk in de wondholte of onder een huidtransplantaat of -flap,
waardoor de wondranden naar het centrum van de wond worden getrokken, wat de genezing van de
wond bevordert. Het wondvocht wordt verzameld in de bij de set behorende opvangbeker. De set valt
niet onder post.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de voor eenmalig gebruik bestemde onderdelen van de VAC (de wondbedekker met
slangenset, de incisiefolie en de opvangbeker) onder de post worden gerangschikt. De tot de VAC
behorende goederen die meerdere malen zijn te gebruiken (de pompen) vallen onder het algemene
tarief.
Een botregeneratie-membraan is een soort vliesje dat door de tandarts/kaakchirurg onder het
worteloppervlak van een tand of kies in het kaakbot wordt geïmplanteerd ter afsluiting van een defect
in − onder meer − het kaakbot. Botregeneratie-membranen kunnen van verschillende materialen zijn
vervaardigd (kunststof, maar ook dierlijk of humaan weefsel). De membranen zijn al dan niet door het
menselijk lichaam afbreekbaar. Gelet op hun eigenschappen en toepassingsmogelijkheden zijn de
16 Staatscourant 2010 nr. 8434 10 juni 2010
membranen op één lijn te stellen met verband- of hechtmiddelen. Ze kunnen daarom onder de post
worden gerangschikt.
Ook ander botvervangend materiaal dat zorgt voor het bijeenhouden van omliggend bot en dat nieuw
eigen lichaamsbot laat opkomen op plaatsen waar het botvervangend materiaal is aangebracht
(omdat daar bot is weggeslagen), kan onder de post worden gerangschikt. Botregeneratieve produc-
ten vallen onder post a 6.
Ook de zogenoemde tourniquet die wordt aangebracht net iets boven de wond valt onder de post. Dit
product bestaande uit een band met een klemfunctie zorgt er voor dat beschadigd weefsel op die
plaats zodanig wordt dichtgedrukt, dat de slagader stopt met bloeden.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
– operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor
eenmalig gebruik, of voorzien van een stukje incisiefolie), operatiemaskers, operatiekapjes,
overtrekken, spuugdoekjes en dergelijke;
– gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische en/of (veronderstelde) heilzame werking, zoals
speciale (rheuma)hemden, steunkousen, ‘medische’ schapenvachten e.d;
– huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij
verwijdering van het verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking;
– proprioceptieve inlegzolen ter verbetering van de lichaamshouding en beweging (zie ook
onderdeel 11 bij post a 35).
11. Verbanddozen
Tot de in de post genoemde gevulde verbanddozen behoren ook