Antwoord vragen Jasper van Dijk en Joldersma over het bericht dat de overheveling van 100 miljoen onderzoeksgelden naar NWO financieel nadelig uitpakt voor de technische universiteiten
| Personen | Ronald Plasterk Cisca Joldersma Jasper van Dijk |
| Vraagnummer | 2010Z01169 |
| Organisatie | Tweede Kamer der Staten-Generaal |
| Categorie | / |
| Document Type | Aanhangsel van de Handelingen Antwoord officiële publicatie |
| Publicatie | Kamervragen (Aanhangsel) |
12-02-2010
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009–2010 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1466 Vragen van de leden Joldersma (CDA) en Jasper van Dijk (SP) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat de overheveling van de 100 miljoen onderzoeksgelden naar NWO financieel zeer nadelig uitpakt voor de technische universiteiten. (Ingezonden 21 januari 2010) 1 Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de overheveling van de 100 miljoen euro onderzoeksgelden naar NWO financieel zeer nadelig uitpakt voor de technische universiteiten in die zin dat zij vele miljoenen meer financieel hebben bijgedragen dan dat zij terugverdienen via NWO? 1 2 Hoe verklaart u dat de technische universiteiten relatief minder terugverdienen via de vernieuwingsimpuls dan de andere universiteiten zoals bijvoorbeeld de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Leiden en Universiteit Utrecht? 3 Heeft de verklaring volgens u ook te maken met de wijze waarop de vernieuwingsimpuls uitpakt voor diverse vakgebieden, de aard van het (technische ontwerp-)onderzoek, de kwaliteit van het onderzoek of de aandacht voor valorisatie? 4 Ziet u, gelet op de terugverdiencapaciteiten bij de vernieuwingsimpuls van de technische universiteiten, aanleiding tot aanpassing van de verdelingscriteria van de vernieuwingsimpuls of tot andere aanvullende maatregelen voor de technische universiteiten? 1 Hoger Onderwijs Persbureau, nieuwsbrief d.d. 18 januari 2010. Antwoord Antwoord van minister Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 3 februari 2010) 1 Ja. 2 Dat sommige universiteiten relatief minder terugverdienen, kan komen doordat universiteiten (bewust) inzetten op andere NWO-competities (bv. investeringen in de infrastructuur, vrije competitie) en daardoor minder inverdienen bij de Vernieuwingsimpuls (VI) of dat ze zich concentreren op andere subsidiënten of de derde geldstroom. Een andere reden zou kunnen zijn dat er kwalitatief minder goede aanvragen zijn ingediend. Belangrijk is om het doel van de overheveling naar de VI in het oog te houden. Het doel is een dynamisering aanbrengen in de verdeling van onderzoeksgeld. Het is dus nooit de bedoeling geweest om die 100 miljoen exact in dezelfde verhoudingen als daarvoor over de universiteiten te verdelen: op macro-niveau is het ongeveer budgettair neutraal, maar het kan leiden tot verschuiving tussen instellingen, en dat is precies de bedoeling. Overigens kan in de tijd verschuiving optreden in de verdeling. 3 De VI heeft als doel excellent vernieuwend onderzoek een extra impuls te geven en dat is niet gebonden aan specifieke vakgebieden. Sinds 2009 wordt daarnaast valorisatie in de VI meegenomen in de beoordelingen. Dat zou gunstig kunnen uitpakken voor de technische wetenschappen. Momenteel wordt door de TU’s gewerkt aan de ontwikkeling van beoordelingscriteria voor onderzoek, zodat de kwaliteitsaspecten van technische en designstudies meer recht kan worden gedaan. Dit gebeurt in het kader van het EriC-project. Het project streeft naar optimalisering van beoordelingscriteria zodat zij meer passen bij de eigenheid van de verschillende wetenschappelijke disciplines. KVR39246 2010Z01169 0910tkkvr1466 ISSN 0921 - 7398 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, Aanhangsel 3127
4 Gezien mijn antwoorden op de vragen 2 en 3 zie ik geen reden om tot aanpassing van de verdelingscriteria van de VI of tot andere aanvullende maatregelen over te gaan. Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, Aanhangsel 3128