- Personen
- Publicaties
-
Organisaties
- Adviescolleges
- Colleges
- Deelgemeentes
- Diensten en agentschappen
- Gemeentes
- Hoog college van Staat
- Koepelorganisaties
- Ministeries
- Openbaar lichaam voor bedrijf en beroep
- Politiekorpsen
- Provincies
- Rechterlijke Macht
- Regering
- Regionale samenwerkingsorganen
- Staten-Generaal
- Waterschappen
- Zelfstandige Bestuursorganen
- Partijen
- Tweets
- Nieuws
'Intelligente meters in Nederland'; Herziene financiële analyse en adviezen voor beleid
| Datum publicatie: | 2010-09-07 |
| Organisaties: | |
| Dossier: |
Intelligente meters in Nederland
Herziene financiële analyse en
adviezen voor beleid
© KEMA Nederland B.V., Arnhem, Nederland. Alle rechten voorbehouden.
Dit document bevat vertrouwelijke informatie. Overdracht van de informatie aan derden zonder
schriftelijke toestemming van KEMA Nederland B.V. is verboden. Hetzelfde geldt voor het
kopiëren (elektronische kopieën inbegrepen) van het document of een gedeelte daarvan.
Het is verboden om dit document op enige manier te wijzigen, het opsplitsen in delen daarbij
inbegrepen. In geval van afwijkingen tussen een elektronische versie (bijv. een PDF bestand)
en de originele door KEMA verstrekte papieren versie, prevaleert laatstgenoemde.
KEMA Nederland B.V. en/of de met haar gelieerde maatschappijen zijn niet aansprakelijk voor
enige directe, indirecte, bijkomstige of gevolgschade ontstaan door of bij het gebruik van de
informatie of gegevens uit dit document, of door de onmogelijkheid die informatie of gegevens
te gebruiken.
KEMA Nederland B.V.
Utrechtseweg 310, 6812 AR Arnhem Postbus 9035, 6800 ET Arnhem
T (026) 3 56 91 11 F (026) 3 89 24 77 contact@kema.com www.kema.com
Handelsregister Arnhem 09080262
30920580-Consulting 10-1193
Intelligente meters in Nederland;
herziene financiële analyse en adviezen
voor beleid
Arnhem, 13 juli 2010
Auteurs
Rob van Gerwen
Fred Koenis
Marnix Schrijner
Gisele Widdershoven
In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken
1
SAMENVATTING
Intelligente energiemeters
Intelligente energiemeters staan in en buiten Europa volop in de belangstelling. Deze meters
kunnen meer dan alleen het weergeven van tellerstanden voor bijvoorbeeld het elektriciteits-
verbruik en het gasverbruik. De mate van intelligentie kan variëren maar over het algemeen
kunnen deze meters:
op afstand uitgelezen worden
meerdere tariefperioden bijhouden (meer dan alleen dag- en nachttarief)
teruglevering registreren
nauwkeurige verbruikspatronen bewaren
informatie geven over de kwaliteit van de energielevering
op commando het verbruik limiteren of de verbruiker afschakelen
op afstand worden beheerd.
De intelligente meter, de communicatie-infrastructuur en de centrale verwerking en opslag
van data vormen samen een intelligente meetinfrastructuur. Voordelen van een intelligente
meetinfrastructuur zijn onder andere een verlaging van de kosten van de dienstverlening
(cost-to-serve), energiebesparing, verbetering van de marktwerking, verhoging van de
leveringszekerheid en bevordering van implementatie van een intelligente energie-
infrastructuur (intelligent net, smart grid).
Vraagstelling van het Ministerie van Economische Zaken
In 2005 heeft KEMA, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, een
maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd naar de landelijke invoering van de
intelligente meter. Sindsdien is er op politiek, economisch en technisch vlak het nodige
veranderd. Het Ministerie van Economische Zaken heeft daarom opdracht gegeven om een
herziene kosten-batenanalyse uit te voeren om inzicht te krijgen in de gevolgen van de
veranderde omstandigheden (onder andere meer aandacht voor energie-efficiency en
intelligente netten en het verdwijnen van de verplichting om een intelligente meter te
accepteren). De door het Ministerie gevraagde studie bevat drie hoofdelementen die in
Figuur S.1 zijn uitgewerkt in hoofdvragen.
Samenvatting
2
Hoofdelementen Uitwerking Rapport
studie
• Hoe zien die Europese energiemarkten er uit en
Overzicht huidige status zijn die vergelijkbaar met Nederland?
van intelligente meters in • Wat zijn de uitgangspunten en resultaten van
Hoofdstuk 2
(geselecteerde landen) Europese kosten-batenstudies?
in Europa • Wat zijn de leerpunten van Europese projecten
(energiebesparing, acceptatie, privacyissues)?
• Wat zijn, bij de huidige stand van zaken, de kosten
en baten in de referentiesituatie ?
Actualiseren van de
• Wat is de invloed van de verschillende thema's?
bestaande kosten- Hoofdstuk 3
• acceptatiegraad van de intelligente meter
batenanalyse met behulp
• invloed van energiebesparing
van scenario's/thema's
• bijdrage aan intelligente netten
• kostenreductie en prijsontwikkelingen
• Hoe ziet het huidige wettelijke kader er uit?
Bepalen van de rol van • Wat is de rol van de overheid?
de overheid bij de • Welke beleidsinstrumenten staan ter beschikking? Hoofdstuk 4
introductie van de • Wat zijn aanknopingspunten voor beleid?
intelligente meters • Welke beleidsadviezen volgen hieruit?
Conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 5
Figuur S.1 Uitwerking van de vraagstelling voor deze studie.
Leerpunten uit Europa
Uit de landeninventarisatie wordt duidelijk dat de transitie naar intelligente meetsystemen in
heel (West-)Europa is ingezet. In Zweden en Italië is de penetratiegraad van intelligente
meters al vrijwel 100% en in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Spanje is
uitdrukkelijk gekozen voor een grootschalige uitrol.
Belangrijke leerpunten uit de landeninventarisatie zijn:
gezien de ontwikkelingen in het buitenland is het huidige uitrolschema in Nederland
realistisch
er zijn grote overeenkomsten binnen Europa als het gaat om de technologie en
functionaliteit van de intelligente meter
in-home displays zijn niet overal voorzien en er wordt in verschillende landen
verschillend mee omgegaan
in een aantal landen is een (maatschappelijke) kosten-batenanalyse uitgevoerd voor
de invoering van intelligente meters. Een aantal daarvan valt positief uit, een aantal
negatief
de schattingen voor de te verwachten energiebesparing door intelligente meters zijn
positief en lopen uiteen van enkele procenten tot boven de 10 procent
Samenvatting
3
privacyissues met betrekking tot de invoering van intelligente meters worden wel in
heel Europa onderkend, maar deze issues hebben elders in Europa (nog) niet zo'n
prominente rol gespeeld als in Nederland.
over de acceptatie van de intelligente meter kan alleen gezegd worden dat er zich in
Zweden en Italië kennelijk geen problemen hebben voorgedaan met de acceptatie
van de intelligente meter, gezien het uitrolpercentage van vrijwel 100%.
Actualiseren kosten-batenanalyse in Nederland
De methodiek voor de kosten-batenanalyse is in grote lijnen overgenomen van de studie uit
2005 maar belangrijke tussentijdse wijzigingen zijn meegenomen. Dit betreft onder andere
de mogelijkheid een intelligente meter te weigeren of administratief uit te laten zetten. Verder
is het kostenniveau aangepast aan de huidige inzichten (inclusief de kosten voor privacy en
security). Het energiebesparingpercentage is in meer detail onderbouwd en de mogelijke
bijdrage van een intelligente meetinfrastructuur aan een toekomstig intelligent net is
beschouwd.
In de referentiesituatie (vrijwel 100% acceptatie van de intelligente meter en ook vrijwel
100% standaard uitlezing) is er sprake van een positieve business case met een netto
contante waarde van 770 miljoen euro. De belangrijkste batenposten zijn (in volgorde van
positieve bijdrage) energiebesparing, besparing op call center kosten, een lager
kostenniveau door marktwerking (meer switchen) en besparing op kosten voor het opnemen
van meterstanden.
De veranderingen ten opzichte van de situatie in 2005 zijn samengevat in een aantal
thema's. Deze zijn geanalyseerd en de resultaten zijn weergegeven in Figuur S.2. De
thema's zijn (ten opzichte van de referentiesituatie):
20% van de consumenten heeft een display in de woning en daardoor de
energiebesparingvoordelen van directe feedback
de elektriciteitsprijzen stijgen 20% extra ten opzichte van de referentiesituatie (1,2%
in plaats van 1%) en de kosten van de intelligente meters dalen met 20%
synergievoordelen in de uitrolfase leiden tot een besparing van 30% op de kosten
van de uitrol (inkoop hardware en software)
smart grid voordelen die mogelijk worden middels de slimme meter infrastructuur
worden toegerekend aan deze business case
20% van de consumenten kiest voor de "administratief uit" situatie
20% van de consumenten kiest voor detailuitlezing
20% van de consumenten weigert de plaatsing van een intelligente meter.
Samenvatting
4
€1400
€1200
Netto contante waarde
€1000
€800
€600
€400
€200
€0
€-200
referentie- 20 % prijs- smart grid 20% detail-
situatie stijging/daling voordeel uitlezing
20 % display & 30 % synergie- 20 % admini- 20 %
directe feedback voordeel stratief uit weigeraars
Figuur S.2 Netto contante waarde van (grootschalige) uitrol voor de zeven
behandelde thema's, ten opzichte van de referentiesituatie.
De rol van de overheid
Het wettelijke kader voor de invoering van de intelligente meter is vastgelegd in de
voorgestelde wetswijzigingen. Dit wettelijke kader laat geen ruimte voor dwingende maat-
regelen om de intelligente meter te accepteren. De rol van de overheid zal dus veel meer
stimulerend, informerend en overtuigend moeten zijn.
Aandachtsgebieden voor beleidsinspanningen zijn de acceptatie van de intelligente meter,
het effectief gebruik van de intelligente meter en een efficiënte uitrol van de intelligente
meter. In tabel S.1 zijn deze aandachtsgebieden verder uitgewerkt in concrete aandachts-
punten.
Samenvatting
5
Tabel S.1 Aandachtspunten in relatie tot de drie genoemde aandachtsgebieden
aandachtsgebied
aandachtspunten acceptatie effectief efficiënte
gebruik uitrol
informatie voordelen intelligente meter
informatie over afschakelen en privacy
statusinformatie op de meter
stimuleren gebruik display
positie van vraagsturing
terughoudendheid om te switchen van leverancier
zekerheid omtrent prioriteitsuitrol
samenwerking tussen betrokken partijen
voordelen voor een smart grid
additionele functionaliteiten
Adviezen voor beleid
Belangrijk is dat de consument met een overtuigend verhaal op de goede manier benaderd
wordt. Dit is een kwestie van marketing en communicatie en het is aan te bevelen om
voldoende aandacht te besteden aan het helder krijgen van de kernboodschap betreffende
de intelligente meter en het uitdragen daarvan. Op een aantal gebieden zal de consument
gerustgesteld dienen te worden (hij kan niet zomaar afgeschakeld worden, hij kan ervan op
aan dat "administratief uit" ook betekent dat er geen meetgegevens worden uitgewisseld, hij
kan vertrouwen op de security en privacy maatregelen die genomen zijn en dergelijke).
Om de intelligente meter zo efficiënt mogelijk te kunnen gebruiken, is het onder andere aan
te bevelen om de introductie van een display in de woning te stimuleren. Daarnaast is het
vergroten van het energiebewustzijn bij de consument een aandachtspunt.
Het realiseren van synergievoordelen in het uitrolproces is een aandachtspunt voor een
efficiënte uitrol, evenals verder onderzoek naar de mogelijke toekomstige smart grid voor-
delen van de huidige intelligente meetinfrastructuur.
Samenvatting
6
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Aangeslotene: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beschikt over een aansluiting op
een net. In dit rapport gaat het met name om consumenten/huishoudens met een aansluiting
op het elektriciteitsnet. Het begrip aangeslotene, kleinverbruiker, huishouden en consument
worden in dit rapport, afhankelijk van de context, door elkaar heen gebruikt.
Centrale toegangsserver (CTS): een centraal dataverwerkings- en opslagsysteem dat
toegang biedt tot de intelligente meter en de meetdata.
Consumentenpoort: een aansluiting op de intelligente meter (vergelijkbaar met bijvoorbeeld
een USB-poort) waarmee gegevens uit de meter kunnen worden gehaald, zoals het huidige
energieverbruik, het actuele vermogen, diverse (status)berichten en de tariefindicator
(bijvoorbeeld of het dagtarief dan wel het nachttarief geldt). Deze poort wordt ook wel
aangeduid met P1.
ConsuWijzer: ConsuWijzer is het loket van de overheid voor consumenten met on-
afhankelijke en betrouwbare informatie over consumentenrechten (www.consuwijzer.nl).
Onder andere de NMa is initiatiefnemer van deze website.
Demand Side Management (DSM): realiseren van een efficiënter gebruik van het
elektriciteitsnet en de elektriciteitscentrales door centraal, op afstand, apparaten in huizen
(bijvoorbeeld wasmachines, wasdrogers, vaatwassers, warmtepompen, laders voor
elektrische auto's) aan- en uit te schakelen.
Directe feedback: directe terugkoppeling van het energieverbruik en eventueel
energietarieven naar de consument. In deze studie is directe feedback gekoppeld aan een
display in de woning die op de consumentenpoort is aangesloten.
Display: als in dit rapport wordt gesproken over een display (meestal in combinatie met
feedback), wordt een externe display bedoeld die op een (goed) zichtbare en bereikbare
plaats in de woning is geïnstalleerd. Een intelligente meter heeft meestal ook een display op
de meter zélf; die wordt níet bedoeld.
Domotica: de integratie van technologie en diensten binnen de woning, met het doel betere
kwaliteit van wonen van de bewoner te bevorderen door middel van meer veiligheid, comfort,
communicatie en technisch beheer.
Dutch Smart Meter Requirements (DSMR): een document waarin op basis van overleg
met betrokken Nederlandse partijen, specificaties voor een intelligente meter zijn vastgelegd.
Deze specificaties bouwen voort op de basisfunctionaliteiten in de NTA 8130 (zie daar)1.
Verklarende woordenlijst
7
Energiekamer: de Energiekamer houdt toezicht op de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet
en heeft tot taak om de energiemarkten zo effectief mogelijk te laten werken. Binnen de
energiesector betekent dit onder meer dat de toegang tot de transportnetten moet worden
gewaarborgd, dat er voldoende transparantie bestaat en dat de consumentenbelangen
worden geborgd. De Energiekamer is onderdeel van de NMa (zie daar).
General Packet Radio Service (GPRS): dit is een techniek die een uitbreiding vormt op het
bestaande mobiele telefoonnetwerk. Met deze technologie kan op een efficiëntere, snellere
en goedkopere manier mobiele data verzonden en ontvangen worden. Inbellen is niet meer
nodig. De gebruiker is als het ware altijd on-line maar hoeft alleen te betalen voor de
gegevens die daadwerkelijk worden verstuurd of ontvangen.
Indirecte feedback: indirecte terugkoppeling van het energieverbruik en eventueel energie-
kosten naar de consument. Dit is bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een website met
daarop historisch en recent verbruik, een (digitale) factuur en dergelijke. In deze studie wordt
ook uitgegaan van een combinatie met besparingstips en normverbruiken voor energie.
Intelligente energie-infrastructuur: ook wel aangeduid met een intelligent net of smart grid.
Dit is een infrastructuur waarbij elektriciteit op een meer effectieve, economische, veilige en
duurzame manier wordt opgewekt en gedistribueerd. Het intelligente net integreert ICT,
innovatieve technieken en technologieën, producten en diensten, in de gehele keten vanaf
het opwekken – via transport en distributie – naar de (huishoudelijke) apparatuur van de
eindgebruiker.
Intelligente meetinfrastructuur: een intelligente meetinfrastructuur (ook wel Advanced
Metering Infrastructure, kortweg AMI, genoemd) omvat de intelligente meter, een
communicatie-infrastructuur om centraal gegevens met de meters te kunnen uitwisselen en
een centraal computersysteem om gegevens te verzenden, te verwerken en op te slaan.
Intelligente meter: een intelligente meter is een meter die in staat is tot meer dan alleen het
weergeven van de actuele tellerstand voor energie. Een dergelijke meter kan verschillende
gradaties van intelligentie bezitten bijvoorbeeld meerdere tellerstanden (meer dan alleen
dag- en nachttarief), de mogelijkheid op afstand uitgelezen te worden, verbruikspatronen
bewaren, informatie geven over de kwaliteit van de energielevering, op commando het
verbruik limiteren of de verbruiker afschakelen en op afstand worden beheerd. De intelligente
meter kan in de regel ook het verbruik van meerdere meters (elektriciteit, gas, warmte,
water) registreren. In de praktijk is de intelligente meter meestal geïntegreerd met de
elektriciteitsmeter en worden andere meters daarop aangesloten.
Verklarende woordenlijst
8
Kleinverbruiker: een afnemer die een aansluiting op een net heeft met een beperkte
capaciteit. Voor elektriciteit is dit maximaal 3x80 Ampère, voor aardgas is dit minder dan
40 kubieke meter aardgas per uur. Normale woningen vallen ruim binnen deze grenzen. Het
begrip aangeslotene, kleinverbruiker, huishouden en consument worden in dit rapport,
afhankelijk van de context, door elkaar heen gebruikt.
Leveranciersmodel: in het leveranciersmodel ontvangt de kleinverbruiker van de
leverancier één factuur voor energie. Hierop staan ook de kosten van de netbeheerder voor
het transport van energie. De leverancier betaalt de netbeheerder namens de klein-
verbruiker.
Maatstafregulering: een systeem waarin de efficiëntie van een netbeheerder wordt
afgemeten aan een gemiddelde efficiëntie van alle netbeheerders in Nederland.
Narrow casting: het audiovisueel benaderen van een specifieke doelgroep op een
specifieke plaats en een specifiek moment met een op maat gesneden boodschap.
Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa): de Nederlandse Mededingingsautoriteit houdt
toezicht op bedrijven en ziet erop toe dat bedrijven eerlijk met elkaar concurreren en zich aan
de betreffende regels houden.
Netbeheerdersmodel: in het netbeheerdersmodel ontvangt de kleinverbruiker van de
leverancier een factuur voor de kosten van energielevering (inclusief energiebelasting) en
van de netbeheerder een factuur voor de kosten van netbeheer.
Netto contante waarde (NCW): de totale waarde van een project of een kosten- dan wel
batenpost waarbij rekening is gehouden met de tijdwaarde van geld (een euro in de
toekomst is nu minder waard). Belangrijke factoren daarbij zijn de gehanteerde rente en de
looptijd. Een project is rendabel indien de netto contante waarde positief is.
NTA 8130: door NEN vastgelegde Nederlandse Technische Afspraak2 met daarin
basisfunctionaliteiten van de intelligente meter in Nederland.
P1: zie Consumentenpoort.
P2: een aansluiting op de intelligente meter waarop andere meters (bijvoorbeeld voor gas-,
water- of warmtelevering) kunnen worden aangesloten.
P3: een aansluiting op de intelligente meter voor verbinding met de centrale toegangsserver
(zie CTS).
Verklarende woordenlijst
9
P4: een toegangspoort op of achter de centrale toegangsserver (zie CTS) die partijen
toegang biedt tot de intelligente meter en de meetdata.
Pareto-efficiënt: een economie is Pareto-efficiënt wanneer iedere verandering in de
economie die tot een welvaartsverbetering voor de één leidt, tegelijkertijd een welvaarts-
verlies voor iemand anders betekent. Er is dan sprake van een maatschappelijk optimum.
Power Line Carrier (PLC): communicatietechnologie waarbij informatie via de bedrading
van het elektriciteitsnet wordt overgebracht. De snelheid waarmee data worden overgebracht
en de hoeveelheid data die overgebracht worden, zijn (bijvoorbeeld vergeleken met internet)
relatief beperkt.
Quasi cash flow: jaarlijkse geldstromen die gecorrigeerd zijn voor hun tijdwaarde (zie ook
Netto Contante Waarde). Het betreft hier ook vermeden kosten.
Radio frequentie communicatie (RF): communicatietechnologie die werkt met radiogolven.
Dit is typisch een technologie voor kortere afstanden (tot 100 m). Een energiemeter kan
bijvoorbeeld worden afgelezen door met een ontvanger door de straat te rijden.
Real Time Pricing (RTP): de situatie waarin de consument wordt afgerekend op een
variabel, marktafhankelijk elektriciteitstarief dat bijvoorbeeld per dag of per uur kan
verschillen.
Smart grid: zie Intelligente energie-infrastructuur.
Time of Use (ToU): een tariefsysteem waarbij de consument wordt afgerekend op een tarief
dat afhangt van de periode van verbruik. Het meest bekend is het dag-nacht tarief. De
intelligente meetinfrastructuur maakt meer gedetailleerde Time of Use tarieven mogelijk.
WarmteKracht Koppeling (WKK): bij omzetting van brandstof naar elektriciteit komt altijd
warmte vrij. Een WKK-installatie is erop gericht deze warmte nuttig te gebruiken in plaats van
weg te koelen. Dit geeft een besparing op brandstof ten opzichte van gescheiden opwekking
van elektriciteit en warmte. Warmtekrachtkoppeling vindt al op grote schaal plaats in de
industrie en de glastuinbouw. Er komt echter ook steeds meer belangstelling voor het meer
decentraal toepassen van WKK bijvoorbeeld in woningen (micro-WKK).
Weighted Average Cost of Capital (WACC): dit zijn de gewogen gemiddelde kosten van
kapitaal. Hoe "duurder" kapitaal is (hoe hoger de WACC) des te meer toekomstige baten er
nodig zijn om een huidige investering te rechtvaardigen.
Verklarende woordenlijst
10
INHOUDSOPGAVE
blz.
Samenvatting.............................................................................................................. 1
Verklarende woordenlijst ............................................................................................ 6
Inhoudsopgave ......................................................................................................... 10
1 Waarom dit rapport?................................................................................. 12
1.1 Intelligente meters en intelligente netten .............................................................12
1.2 Invoering van intelligente energiemeters in Europa en Nederland.......................15
1.3 Behoefte van het Ministerie van Economische Zaken .........................................17
2 Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa...................... 19
2.1 De Europese energiemarkt .................................................................................19
2.2 Het energiebeleid van de Europese Unie ............................................................20
2.2.1 Een marktstructuur voor concurrentie en transparantie..................................................... 20
2.2.2 Een behoorlijke infrastructuur in Europa............................................................................ 21
2.2.3 Zijn intelligente energiemeters verplicht in de EU?............................................................ 21
2.3 Vijf Europese landen nader tegen het licht ..........................................................22
2.3.1 Hoe ziet de energiemarkt er uit?........................................................................................ 23
2.3.2 Wie is verantwoordelijk voor de meteropname?................................................................ 23
2.3.3 Naar een landelijke implementatie van intelligente meetinfrastructuur ............................. 25
2.3.4 Wat is het resultaat van kosten-batenanalyses? ............................................................... 30
2.3.5 Welke intelligente functionaliteit is voorzien? .................................................................... 33
2.3.6 Waar in Europa zijn al pilots uitgevoerd? .......................................................................... 36
2.3.7 Hoeveel energiebesparing verwacht men te bereiken? .................................................... 38
2.3.8 Zijn er problemen geweest in verband met privacy? ......................................................... 39
2.4 Leerpunten uit Europa.........................................................................................41
3 Kosten-batenanalyse intelligente meters.................................................. 43
3.1 Waarom een nieuwe kosten-batenanalyse?........................................................43
3.2 Wat blijft en wat is veranderd? ............................................................................44
3.3 Aanpak kosten-batenanalyse aan de hand van thema's......................................47
3.4 Beschrijving van de referentiesituatie..................................................................48
Inhoudsopgave
11
3.5 Acceptatie van de intelligente meter....................................................................53
3.6 Energiebesparing................................................................................................55
3.7 Intelligente meters en intelligente netten .............................................................59
3.8 Kostenreductie en prijsontwikkelingen.................................................................62
3.9 Conclusies en aandachtspunten voor beleidsvorming.........................................63
4 Intelligente meetinfrastructuur en de overheid.......................................... 66
4.1 Van aandachtspunten naar aanbevelingen .........................................................66
4.2 Huidig wettelijk kader ..........................................................................................67
4.3 De rol van de overheid ........................................................................................68
4.4 Beleidsinstrumenten............................................................................................70
4.5 Aanknopingspunten voor beleid ..........................................................................72
4.6 Adviezen voor beleid...........................................................................................75
5 Conclusies en advies................................................................................ 78
5.1 Conclusies ..........................................................................................................78
5.1.1 Leerpunten uit Europa ....................................................................................................... 78
5.1.2 Herziening kosten-batenanalyse in Nederland .................................................................. 79
5.1.3 De rol van de overheid bij de introductie van de intelligente meter ................................... 80
5.2 Aandachtspunten voor beleid..............................................................................80
Bijlage A Klankbordgroep ........................................................................................ 81
Bijlage B Europese ontwikkelingen in meer detail ................................................... 83
Bijlage C Energiegedrag en energiebesparing ........................................................ 96
Bijlage D Referenties ............................................................................................. 109
Inhoudsopgave
12
1 WAAROM DIT RAPPORT?
1.1 Intelligente meters en intelligente netten
Intelligente energiemeters staan momenteel volop in de belangstelling. De liberalisatie van
de energiemarkten in Europa en de groeiende interesse voor energiebesparing hebben de
markt voor intelligente meters in beweging gezet.
Intelligente meters zijn meters die meer kunnen dan alleen het weergeven van tellerstanden
voor bijvoorbeeld het elektriciteitsverbruik en het gasverbruik. De mate van intelligentie kan
variëren, maar over het algemeen kunnen deze meters:
op afstand uitgelezen worden
meerdere tariefperioden bijhouden (meer dan alleen dag- en nachttarief)
teruglevering registreren
nauwkeurige verbruikspatronen bewaren
informatie geven over de kwaliteit van de energielevering
op commando het verbruik limiteren of de verbruiker afschakelen
op afstand worden beheerd.
Om met de intelligente meter te kunnen communiceren is een communicatienetwerk nodig,
bijvoorbeeld het mobiele telefoonnet (GPRS) of via het elektriciteitsnetwerk (PLC). Via het
communicatiekanaal worden meters centraal aangestuurd en worden verbruiksgegevens
centraal opgeslagen en verwerkt. De intelligente meter, de communicatie-infrastructuur en
de centrale verwerking en opslag van data vormen samen een intelligente meet-
infrastructuur.
Het invoeren van intelligente energiemeters, met de bijbehorende communicatie-
infrastructuur, kan voor zowel de energieleveranciers en netbeheerders, als voor de
energieverbruikers voordelen opleveren. Deze voordelen kunnen globaal in vijf categorieën
verdeeld worden:
1. Verlaging van de cost-to-serve: bijvoorbeeld door verlaging van de kosten van de
meteropname, het sneller kunnen zorgen voor een nauwkeurige eindafrekening, het
voorkomen van fraude en wanbetaling, enzovoorts.
2. Energiebesparing: bijvoorbeeld door rechtstreekse terugkoppeling van het
energieverbruik aan de klant, of door vraagrespons waardoor efficiënter gebruik
gemaakt kan worden van het landelijke productiepark.
3. Verbetering van de marktwerking: hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het
eenvoudiger switchen van leverancier, snellere klachtenafhandeling, klantenbinding
door betere dienstverlening, real time pricing, tijdafhankelijke tariefstructuren,
additionele diensten zoals beveiliging, alarmering en domotica, enzovoorts.
Waarom dit rapport?
13
4. Verhoging van de leveringszekerheid: het beter inzicht hebben in het gebruik van
laagspanningsnetten kan leiden tot een betrouwbaarder netontwerp en een
efficiënter gebruik van de netten. Ook de detectie en analyse van storingen kan
sneller en beter plaatsvinden. Dit kan leiden tot minder storingen, kortere
storingstijden en daardoor tot een hogere leveringszekerheid.
5. Bevordering van implementatie van een intelligente energie-infrastructuur:
intelligente meters en de bijbehorende communicatie-infrastructuur kunnen een
belangrijke positieve invloed hebben op het intelligenter gebruik van de energie-
infrastructuur, het ontwikkelen van nieuwe (energie)diensten, het faciliteren van
decentrale elektriciteitsopwekking en het zorgen voor een optimaal laadgedrag van
elektrische voertuigen.
Zoals hierboven aangegeven heeft één van de voordelen van een intelligente meet-
infrastructuur betrekking op het bevorderen van de implementatie van intelligente netten
(smart grids). In Figuur 1.1 zijn de verhoudingen weergegeven. Een intelligente meet-
infrastructuur wordt over het algemeen gezien als een essentieel onderdeel van een
intelligent net.
intelligente intelligente intelligente
meter meetinfrastructuur netten
Figuur 1.1 De intelligente meter als onderdeel van een intelligent net
Intelligente netten is in feite een verzamelnaam voor allerlei intelligente oplossingen die de
energievoorziening van de toekomst helpen realiseren. Het is een infrastructuur waarbij
elektriciteit op een meer effectieve, economische, veilige en duurzame manier wordt
opgewekt en gedistribueerd. Het intelligente net integreert ICT, innovatieve technieken en
technologieën, producten en diensten, in de gehele keten vanaf het opwekken – via transport
en distributie – naar de (huishoudelijke) apparatuur van de eindgebruiker (zie Figuur 1.2).
Waarom dit rapport?
14
Intelligente netten kunnen niet los worden gezien van een aantal andere ontwikkelingen
zoals:
groeiende duurzame energieopwekking (zon, wind en biogas), zowel kleinschalig als
grootschalig
groeiende afhankelijkheid van elektriciteit waardoor leveringszekerheid een nog
grotere rol gaat spelen
groeiende belangstelling voor en toepassing van domotica
integratie van elektrische voertuigen welke kunnen fungeren als opslag van
elektriciteit en als regelbare belasting.
domotica,
energiecentrales intelligente meter
elektrisch vervoer
utiliteitsgebouwen
energieopslag woningen
zonnepanelen
virtuele
decentrale
energiecentrale
WKK
industrie
windturbines
Figuur 1.2: Intelligente netten is een verzamelnaam voor allerlei intelligente
oplossingen die de energievoorziening van de toekomst helpen
realiseren.
De bij de ontwikkeling van intelligente netten betrokken stakeholders (netbeheerders,
leveranciers, overheid, en dergelijke) zijn het er op dit moment over eens dat intelligente
netten een noodzaak zijn om toekomstige ontwikkelingen op het gebied van decentrale
elektriciteitsopwekking en mogelijke grootschalige introductie van elektrisch vervoer te
kunnen faciliteren3. Intelligente netten is ook één van de drie beleidsthema's in het
Energierapport 2008 van het Ministerie van Economische Zaken4.
Waarom dit rapport?
15
1.2 Invoering van intelligente energiemeters in Europa en
Nederland
In Europa lopen Zweden en Italië voorop, als het gaat om de invoering van intelligente
meters. Aan het eind van 2006 was Italië het eerste land in de wereld waar bijna alle
elektriciteitsafnemers over een intelligente meter konden beschikken. Redenen voor Enel,
het grootste energiebedrijf in Italië, om op intelligente meters over te gaan waren onder meer
het grote aantal wanbetalers en het voorkómen van fraude en energiediefstal. Rond juli 2009
volgde Zweden. Via regelgeving is in Zweden afgedwongen dat vanaf juli 2009 de meters
van alle elektriciteitsverbruikers maandelijks moeten worden afgelezen. Deze eis heeft geleid
tot een grootschalige toepassing van intelligente meters in Zweden.
Ook in andere landen in Europa oriënteert men zich op de grootschalige invoering van
intelligente meters, via bijvoorbeeld het uitvoeren van kosten-batenanalyses of via het
opstarten en uitvoeren van pilot-projecten. Deze ontwikkelingen zijn mede het gevolg van
Europese wetgeving die, onder voorwaarden van economische haalbaarheid, de invoering
van intelligente energiemeters verplicht stelt in de periode tot 2020. In het zogeheten Derde
Energiepakket staat dat minstens 80% van de consumenten dan moet zijn voorzien van
dergelijke intelligente meetsystemen. Meer hierover in hoofdstuk 2.
Ook in Nederland zal zeer binnenkort regelgeving worden ingevoerd die de toepassing van
intelligente meters stimuleert. Enige jaren geleden is een daartoe strekkend wetsvoorstel
naar de Tweede Kamer gestuurd5. Op 3 juli 2008 is het voorstel aangenomen door de
Tweede Kamer. Het voorstel behelsde onder meer een "proefperiode" van twee jaar waarin
alleen bij onder meer nieuwbouw, verbouwingen en grootschalige renovaties intelligente
meters verplicht worden ingevoerd. Na een evaluatie zouden in de periode daarna (met de
vermoedelijke duur van zes jaar) intelligente elektriciteits- en gasmeters verplicht worden
geïntroduceerd bij vrijwel álle huishoudens.
Vooruitlopend op deze “uitrol” is in Nederland eerst een grondige kosten-batenanalyse
uitgevoerd. Deze kosten-batenanalyse is in 2005 in opdracht van SenterNovem (nu
Agentschap NL) uitgevoerd door KEMA6. Tevens werd in Nederland de functionaliteit
vastgesteld van een “standaard intelligente meter”. Dit laatste is gebeurd onder leiding van
het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). Deze discussies hebben geleid tot een
zogeheten “Nederlandse Technische Afspraak” op dit gebied (NTA 8130) die later onder
leiding van Netbeheer Nederland is uitgebreid met de zogeheten Dutch Smart Meter
Requirements (DSMR).
Waarom dit rapport?
16
In genoemd wetsvoorstel wordt tevens voorgesteld om een wijziging aan te brengen in de
marktordening van de metermarkt voor kleinverbruikers. Het betreft de herverdeling van
verantwoordelijkheden over verschillende marktpartijen en het onder het gereguleerde
domein brengen van de meter zélf. De netbeheerder draagt op grond van dit voorstel de zorg
voor de aanwezigheid van een geschikte meter op de aansluiting; de leverancier krijgt de
verantwoordelijkheid voor de administratieve verwerking van meetdata en wordt ook het
primaire aanspreekpunt voor de kleinverbruiker. Dit laatste geldt in het bijzonder ook voor de
facturering (het zogenaamde leveranciersmodel).
In het vergaderjaar 2008/2009 volgde de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste
Kamer. Daarbij rezen echter enkele problemen. Naar aanleiding van een rapport van een in
opdracht van de Consumentenbond uitgevoerd onderzoek van de Universiteit van Tilburg7
naar privacyaspecten bij het gebruik van de intelligente meter, zetten enkele senatoren
vraagtekens bij de mogelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Ook waren er vragen8
over een aantal, door verschillende partijen uitgevoerde, kosten-batenanalyses (zie
paragraaf 2.3) en over de verschillen daarin.
Verder werd door verschillende partijen aangegeven dat de intelligente meter, waarvan de
specificaties inmiddels vastlagen in de NTA 8130 en DSMR, wellicht niet intelligent genoeg
was. Deze suggestie werd initieel gedaan door het Tweede-Kamerlid Diederik Samsom (men
sprak over de Samsom-Six9, omdat er globaal zes nieuwe functionele eisen aan de meter
werden gesteld), en later onder meer uitgewerkt door TNO10. Nieuwe thema's met betrekking
tot intelligente netten, huisautomatisering en elektrische auto's spelen hierbij een
aanvullende rol. Als gevolg van (onder meer) deze bezwaren en vooral de strafrechtelijke
sancties die stonden op het weigeren van een intelligente meter (het was een economisch
delict) had de Eerste Kamer moeite met het verplichte karakter van de invoering van de
intelligente meter in Nederland.
Genoemde wetgeving rondom de intelligente meter wordt binnenkort middels een novelle
aangepast11. De oorspronkelijke wettelijke verplichting tot acceptatie van de meter vervalt.
De consument kan de meter weigeren of accepteren maar de uitlezing op afstand laten
blokkeren ("administratief uit"). Hiermee biedt de minister de door de meeste fracties in de
Eerste Kamer verlangde keuzevrijheid voor de consument. Paragraaf 3.1 en paragraaf 3.2
gaan hier verder op in.
Waarom dit rapport?
17
1.3 Behoefte van het Ministerie van Economische Zaken
Er is, sinds de in 2005 door KEMA in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken
uitgevoerde kosten-batenanalyse op het politieke, economische en technische vlak het
nodige veranderd. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel voor de grootschalige
invoering van intelligente meters in Nederland in de Eerste Kamer, is een aantal aspecten
genoemd dat nog nader onderzocht zou moeten worden. Het gaat hierbij vooral om:
energie-efficiency
privacy/security
aanvullende functionele eisen
introductie intelligente netten
overige voordelen voor de consument.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft daarom KEMA de opdracht gegeven om een
herziene kosten-batenanalyse te laten uitvoeren om inzicht te krijgen in de gevolgen van de
veranderde omstandigheden op de business case voor de invoering van intelligente meters
in Nederland. Tevens wil het Ministerie van Economische Zaken inzicht krijgen in de
mogelijke maatregelen die de Nederlandse overheid zou kunnen nemen om de maat-
schappelijke kosten en baten in de door de Nederlandse overheid gewenste richting te
beïnvloeden. Startpunt van het onderzoek is een statusonderzoek naar de invoering van
intelligente meters in Europa en het denken over dit onderwerp. Resultaten hiervan zijn
meegenomen in de herziening van de kosten-batenanalyse.
In Figuur 1.3 zijn de drie hoofdelementen van de studie uitgewerkt in hoofdvragen. Tevens is
de onderlinge samenhang weergegeven en is aangegeven in welke hoofdstukken van dit
rapport deze hoofdvragen worden beantwoord. De door het Ministerie gewenste scenario's
voor onder andere de acceptatie van de intelligente meter door de consument, de te
verwachten energiebesparing en de kostenontwikkelingen (bijvoorbeeld communicatie-
kosten) zijn uitgewerkt in thema's.
Waarom dit rapport?
18
Hoofdelementen Uitwerking Rapport
studie
• Hoe zien die Europese energiemarkten er uit en
Overzicht huidige status zijn die vergelijkbaar met Nederland?
van intelligente meters in • Wat zijn de uitgangspunten en resultaten van
Hoofdstuk 2
(geselecteerde landen) Europese kosten-batenstudies?
in Europa • Wat zijn de leerpunten van Europese projecten
(energiebesparing, acceptatie, privacyissues)?
• Wat zijn, bij de huidige stand van zaken, de kosten
en baten in de referentiesituatie ?
Actualiseren van de
• Wat is de invloed van de verschillende thema's?
bestaande kosten- Hoofdstuk 3
• acceptatiegraad van de intelligente meter
batenanalyse met behulp
• invloed van energiebesparing
van scenario's/thema's
• bijdrage aan intelligente netten
• kostenreductie en prijsontwikkelingen
• Hoe ziet het huidige wettelijke kader er uit?
Bepalen van de rol van • Wat is de rol van de overheid?
de overheid bij de • Welke beleidsinstrumenten staan ter beschikking? Hoofdstuk 4
introductie van de • Wat zijn aanknopingspunten voor beleid?
intelligente meters • Welke beleidsadviezen volgen hieruit?
Conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 5
Figuur 1.3 Uitwerking van de vraagstelling voor deze studie.
Een belangrijke toetsbron binnen dit project was een marktconsultatie in de vorm van een
tweetal bijeenkomsten van een zogeheten klankbordgroep. Tijdens deze bijeenkomsten zijn
onder andere de uitgangspunten, aanpak en tussenresultaten van de kosten-batenanalyse
en beleidsadvisering gepresenteerd en besproken. In deze klankbordgroep was een groot
aantal betrokken actoren vertegenwoordigd (netbeheerders, leveranciers, meetbedrijven,
consumentenorganisaties, en dergelijke). In Bijlage A is een overzicht gegeven van de leden
van deze klankbordgroep.
Parallel aan deze studie heeft het Ministerie van Economische Zaken een toets laten
uitvoeren door TNO. Het betrof het schrijven van een "geruststellingbrief". De geruststelling
gaat over de toekomstvastheid van de intelligente meter en de wijze waarop het Ministerie
omgaat met verschillende belangen12. TNO heeft daarvoor een toets uitgevoerd van de
betreffende uitvoeringsregelingen13. Deze toets bevatte de volgende aspecten:
beveiliging en privacy
toekomstvastheid
economische en juridische aspecten
toetsing aan internationale ontwikkelingen.
Noten en referenties naar relevante literatuur zijn opgenomen in Bijlage D.
Waarom dit rapport?
19
2 INTELLIGENTE MEETINFRASTRUCTUUR:
EEN RONDGANG DOOR EUROPA
De energiepolitiek zoals die momenteel door de Europese Unie (EU) wordt gevoerd is een
belangrijke katalysator voor de introductie van intelligente meetsystemen. Dit komt doordat
de EU streeft naar een concurrerende en transparante markt met een adequate technische
infrastructuur, waarbij duurzaamheid en energy efficiency hoog in het vaandel staan.
2.1 De Europese energiemarkt
Tot voor kort waren de meeste Europese energiemarkten te karakteriseren als lokale
monopolies. Verbruikers van energie waren voor de inkoop van elektriciteit of gas
aangewezen op het lokale (plaatselijke of regionale) elektriciteits- of gasdistributiebedrijf.
Deze bedrijven kenmerkten zich door zogeheten verticale integratie: onder andere productie,
transmissie, distributie, levering en meetdiensten werden geleverd door één en hetzelfde
energiebedrijf.
Enige jaren geleden heeft de Europese Unie (EU) richtlijnen ontwikkeld die erop waren
gericht de Europese energiemarkten in stappen te liberaliseren14, met als doel door
marktwerking te komen tot lagere prijzen en tot een betere klantgerichtheid (zie ook
paragraaf 2.2). Nederland heeft wetgeving ontwikkeld die invulling geeft aan deze richtlijnen:
de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Beide wetten, die onder de verantwoordelijkheid van
de Minister van Economische Zaken vallen, hebben tot gevolg gehad dat er momenteel in
ons land een "vrije" energiemarkt is. Deze markt is in verschillende fases vrijgegeven: eerst
de grote, veelal industriële, afnemers, vervolgens het middensegment en de markt voor
groene stroom en ten slotte, vanaf 1 juli 2004, de markt voor álle kleinverbruikers.
Sinds de invoering van de vrije energiemarkt heeft men met meer partijen te maken dan
vroeger. De oude energiebedrijven werden juridisch gesplitst in minimaal twee nieuwe
partijen, namelijk in een partij die zich met de levering van energie bezighoudt (de
leverancier) en in een partij die het distributienetwerk beheert (de netbeheerder). Het
onderscheid tussen de levering van energie (elektriciteit en gas) en het transport van energie
is gemaakt om eerlijke concurrentie te bewerkstelligen. Alle energieleveranciers mogen van
de bestaande netwerken gebruik maken. Leveranciers leveren energie aan de afnemers via
overeenkomsten die tot stand komen via het vrije marktprincipe. Transport en distributie van
stroom en gas gebeurt door de netbeheerders. De netbeheerders, welke regionaal gebonden
zijn, hebben onder andere tot taak om de door hen beheerde netten te onderhouden. Tussen
netbeheerders onderling bestaat over het algemeen géén concurrentie – afnemers hebben
hierbij niet de keuze uit verschillende partijen. Een door de overheid aangewezen
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
20
onafhankelijke toezichthouder, in Nederland de Energiekamer (ondergebracht bij de NMa),
houdt toezicht op de gehele energiemarkt.
2.2 Het energiebeleid van de Europese Unie
Energie staat hoog op de Europese politieke agenda: het is één van de gebieden waarin
wordt gestreefd naar een gemeenschappelijk wetgevend kader. Een belangrijk uitgangspunt
hierbij is het zogeheten "20-20-20-programma" van de EU. Hierin zijn doelstellingen gegeven
om in de EU in 2020 20% minder CO2 uit te stoten, 20% energie-efficiëntie te bereiken en
een aandeel van 20% in duurzame energie te hebben (ten opzichte van 2006).
Van oudsher hebben de verschillende lidstaten van de EU hun eigen energiemarkt. In de
laatste twee decennia is door de EU echter een strategie gevoerd om in alle lidstaten te
streven naar een geliberaliseerde energiemarkt en naar het creëren van één gemeen-
schappelijke Europese energiemarkt. Hiervoor zijn enkele randvoorwaarden nodig, onder
meer:
1. een adequate marktstructuur waarin plaats is voor concurrentie en transparantie, en
2. een adequate (technische) infrastructuur,
welke binnen EU-verband worden afgedwongen via gemeenschappelijke regelgeving.
Hiertoe kent de EU een groot aantal wetgevende instrumenten, waarvan de verordening
(Eng: regulation) en de richtlijn (Eng: directive) de belangrijkste zijn15.
2.2.1 Een marktstructuur voor concurrentie en transparantie
De richtlijnen over gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en gas
(richtlijn 2003/54 en 96/92 voor elektriciteit en de richtlijnen 2003/55 en 98/30 voor gas) zijn
de twee belangrijkste richtlijnen die de eerste randvoorwaarde invullen en die betrekking
hebben op het creëren van een marktstructuur gericht op concurrentie. Hierdoor is voor alle
afnemers (ook huishoudens) binnen de EU keuzevrijheid ontstaan. In Nederland zijn deze
richtlijnen geïmplementeerd in respectievelijk de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, welke
in Nederland de energiemarkten stapsgewijs hebben geliberaliseerd.
Op 25 juni 2009 heeft de Europese Raad unaniem het zogenaamde "Derde Energiepakket"
aangenomen. De belangrijkste reden waarom dit pakket op tafel lag, is dat enkele grote EU-
lidstaten (zoals Frankrijk en Duitsland) en enkele grote bedrijven (zoals E.ON, RWE en EDF)
zich niet aan alle regels van de al genoemde richtlijnen hielden. Het derde pakket is daarom
een vervolg op deze richtlijnen en betreft een serie maatregelen om de werking van de
energiemarkten te verbeteren en te bevorderen. Het pakket bestaat uit verschillende
wetgevende voorstellen (twee richtlijnen en drie verordeningen) voor de interne Europese
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
21
elektriciteitsmarkt en gasmarkt. De beide richtlijnen (2009/72 en 2009/73) zijn
amendementen op de bestaande richtlijnen 2003/54 en 2003/55. Eén van de verordeningen
betreft de oprichting van een EU-Agentschap voor de samenwerking tussen nationale
energietoezichthouders en van een Europees samenwerkingsverband van de transmissie-
netwerkbeheerders.
2.2.2 Een behoorlijke infrastructuur in Europa
De tweede randvoorwaarde met betrekking tot een adequate technische infrastructuur is de
oorsprong van een aantal richtlijnen waarin investeringen in energienetwerken in Europa
worden aangemoedigd. Richtlijn 2005/89 behelst maatregelen om de zekerheid van de
elektriciteitsvoorziening en de infrastructuurinvesteringen te waarborgen. Deze richtlijn was
(mede) het gevolg van een groot aantal stroomstoringen in diverse lidstaten van Europa,
waaronder Italië, Denemarken en Zweden. Eén van de maatregelen in deze richtlijn betreft
het streven naar interconnectie tussen de netwerken van de verschillende lidstaten om zo
zogeheten "energie-eilanden" te vermijden en de kans op stroomstoringen te verkleinen.
Een andere richtlijn die in de tweede categorie valt is de richtlijn "betreffende energie-
efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten" (2006/32). Deze richtlijn, uit 2006, heeft
een duidelijke doelstelling neergezet voor alle lidstaten met betrekking tot energiebesparing.
Elke lidstaat wordt geacht om maatregelen te nemen om de energie-efficiëntie te verbeteren.
2.2.3 Zijn intelligente energiemeters verplicht in de EU?
De energiepolitiek zoals die door de EU wordt gevoerd is een belangrijke katalysator voor de
introductie van intelligente metersystemen in Europa. In de al genoemde richtlijn 2005/89
worden geavanceerde metersystemen al expliciet genoemd als hulpmiddel voor real-time
beheer van de energievraag. Via richtlijn 2006/32 wordt lidstaten opgedragen om
energiebedrijven diensten te laten leveren om de eindgebruikers te helpen energie te
besparen.
Dit dient te worden verwezenlijkt door het leveren van energiediensten en andere
maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie: de lidstaten nemen kosteneffectieve,
uitvoerbare en redelijke maatregelen die erop gericht zijn ertoe bij te dragen dat de
besparing wordt bereikt. Eén van de mogelijke maatregelen is dat eindafnemers "de
beschikking krijgen over individuele meters die het actuele energieverbruik van de
eindafnemer nauwkeurig weergeven en informatie geven over de tijd waarin sprake was van
daadwerkelijk verbruik" (art. 13 van 2006/32). Elke lidstaat is overigens zélf verantwoordelijk
voor de implementatie (en het succes) van deze richtlijn.
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
22
De tekst van art. 13 van 2006/32 laat wel enige ruimte voor interpretatie. Elke lidstaat heeft
namelijk de vrijheid om zélf te bepalen of investeringen in individuele energiemeters
financieel redelijk zijn en in verhouding staan tot de potentiële energiebesparingen. Verder
wordt ook niet duidelijk hoe intelligent een dergelijk meetsysteem moet zijn. Maar het is hoe
dan ook een belangrijk signaal dat intelligente(re) meetsystemen als een belangrijke schakel
in de toekomstige Europese energievoorziening worden gezien.
Als onderdeel van het al genoemde Derde Energiepakket is recent richtlijn 2009/72
verschenen. Deze richtlijn gaat verder dan de zojuist beschreven richtlijn 2006/32 en stelt dat
80% van de elektriciteitsverbruikers in 2020 de beschikking moet hebben over intelligente
meetsystemen. De invoering van intelligente meetsystemen moet echter gebaseerd kunnen
worden op een economische evaluatie. Indien uit die evaluatie blijkt dat de invoering van
dergelijke meetsystemen alleen economisch haalbaar en kosteneffectief is voor afnemers
vanaf een bepaald energieverbruik, moeten de lidstaten hier rekening mee kunnen houden
bij de invoering van intelligente meetsystemen.
Betekent dit dat een lidstaat kan worden vrijgesteld van de introductie van intelligente
meetsystemen en -infrastructuur na een negatieve economische evaluatie?
In theorie wel. Echter, andere maatregelen in het Derde Energiepakket leiden indirect tóch
naar de toepassing van intelligentere meetsystemen. Zo krijgt een eindgebruiker het recht
om sneller van energieleverancier te switchen, krijgt de klant nadat hij van elektriciteits-
leverancier is veranderd, ten laatste zes weken nadat hij de leverancier hiervan in kennis
heeft gesteld een definitieve eindafrekening, en wordt de klant naar behoren geïnformeerd
over zijn daadwerkelijk elektriciteitsverbruik en de kosten daarvan, dit voldoende frequent om
hem in staat te stellen zijn eigen elektriciteitsverbruik te regelen. Het is maar de vraag of aan
dergelijke eisen voldaan kan worden zónder intelligentere metersystemen.
Bijlage B.1 bevat een korte bloemlezing uit de genoemde Europese regelingen.
2.3 Vijf Europese landen nader tegen het licht
Aan de hand van de in paragraaf 1.3 genoemde actuele thema's, worden nu de landen
Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Zweden aan een nader onderzoek
onderworpen. Achtereenvolgens komen de volgende vragen aan de orde:
Hoe ziet de energiemarkt in genoemde landen eruit?
Wie is verantwoordelijk voor de meteropname?
Is er een keuze gemaakt voor landelijke implementatie van intelligente meters?
Zijn er kosten-batenanalyses gemaakt en wat is daarvan het resultaat?
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
23
Welke functionaliteit en welke technologie is voorzien in de intelligente meters?
Wat is het resultaat van pilots met intelligente meters?
Hoeveel energie-efficiëntie verwacht men te bereiken met intelligente meters?
Zijn er problemen geweest in verband met privacy?
Welke relatie is er tussen intelligente meters en intelligente netten?
Bij de beantwoording van deze vragen ligt de focus op de elektriciteits- en gasmarkt.
2.3.1 Hoe ziet de energiemarkt er uit?
De energiebranche in Europa is door de liberalisering de afgelopen jaren ingrijpend ver-
anderd. Productie, handel en verkoop van energie zijn commerciële activiteiten geworden,
terwijl het beheer van de energienetten meer in dienst van de marktwerking is komen staan.
Om keuzevrijheid mogelijk te maken, zijn levering en het beheer van de netten van elkaar
gescheiden. Dit is het directe gevolg van Europese regelgeving. Uiterlijk per 1 juli 2007
dienden immers de energiemarkten in alle EU-landen volledig vrij te zijn, wat inhoudt dat
klanten moeten kunnen kiezen tussen verschillende leveranciers. Als gevolg hiervan hebben
zich in heel Europa nieuwe leveringsbedrijven op de energiemarkt begeven.
In het recente verleden was de energiemarkt te typeren als een echte monopoliemarkt:
verticaal geïntegreerde monopolies (productie, fysieke distributie en levering in één bedrijf)
domineerden de markt. In de landen van de EU bleven energieverbruikers voor de levering
van energie traditioneel beperkt tot de leverancier die het (nationale of regionale) monopolie
bezat, waardoor de klant geen keuze had.
Tussen de verschillende energiemarkten in de landen van de EU bestaan echter wel
nuanceverschillen; het gaat dan bijvoorbeeld om het tempo van vrijmaking, de organisatie
van de markt, de wijze waarop bemetering is geregeld, enzovoorts. In Bijlage B.2 wordt een
korte beschrijving gegeven van de energiemarkten in de vijf onderzochte landen: Duitsland,
het Verenigd Koninkrijk, België, Spanje en Zweden.
2.3.2 Wie is verantwoordelijk voor de meteropname?
Wat betreft het meten van het energieverbruik bestaat in Duitsland en het Verenigd
Koninkrijk, net als in ons land, een geliberaliseerde metermarkt, óók voor huishoudens. In
België, Zweden en Spanje is de netbeheerder verantwoordelijk voor de meteropnames bij
huishoudens.
Meteropneming bij kleinverbruikers met een traditionele meter gebeurt in principe elk jaar,
hetzij door een meteropnemer, hetzij door zelfaflezing door de klant. Als een klant gaat
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
24
verhuizen of van leverancier verandert moet de meter tussentijds worden afgelezen; dit
gebeurt meestal ook door zelfaflezing door de klant. Het proces van meteropnames is in
België soms uitbesteed aan hiervoor opgerichte, gespecialiseerde bedrijven (dochter-
ondernemingen van de verschillende netbeheerders), zoals Metrix en Indexis.
In Spanje en Zweden zijn de netbeheerders eigenaar van de meterinstallaties. Tevens zijn
zij verantwoordelijk voor het installeren, onderhouden en uitlezen van energiemeters,
alsmede voor het datamanagement. De gecollecteerde meetdata worden vervolgens
gerapporteerd aan de belanghebbenden (bijvoorbeeld aan de leveranciers). In Zweden kan
de netbeheerder deze taken echter wel weer uitbesteden aan een apart bedrijf, maar blijft
zélf eindverantwoordelijk. Energieleveranciers zijn niet betrokken bij het proces van meter-
aflezing.
In Duitsland is de netbeheerder standaard eindverantwoordelijk voor de meetinstrumenten
voor elektriciteit en gas en voor de meting daarvan, behalve in gevallen waarin de
consument een derde partij voor deze diensten opdracht heeft gegeven. Sinds 2005 bestaat
er namelijk in Duitsland een geliberaliseerde markt voor meetinrichtingen en is tevens de
markt voor de energiemeting geopend. Met de liberalisering van het meetwezen in Duitsland
zijn twee nieuwe marktrollen ontstaan, namelijk de zogenoemde Messstellenbetreiber, de
partij die zorgdraagt voor de meetinrichting, en de zogenoemde Messdienstleister, de partij
die de meting doet. Een consument kan beide diensten desgewenst bij twee verschillende
partijen onderbrengen (behalve indien de consument beschikt over een intelligente meter).
Ook in het Verenigd Koninkrijk is de metermarkt geopend voor concurrentie. Net als in
Duitsland zijn ook in het Verenigd Koninkrijk nieuwe marktrollen ontstaan, namelijk de meter
operator, de partij die zorgdraagt voor de meetinrichting, en de data collector, de partij die de
meting doet. De klant kan de meter operator in principe vrij kiezen. Over het algemeen zijn
het vooral multisites, afnemers met een groot aantal vestigingen, die hiervoor kiezen.
Energieleveranciers zijn in het Verenigd Koninkrijk eindverantwoordelijk voor het kopen van
meterdiensten voor hun klanten. Om deze reden wordt de keuze voor de data collector in de
regel door de leverancier gemaakt. Energieleveranciers proberen in toenemende mate deze
meetdienst zelf uit te voeren. Er zijn echter ook enkele grote onafhankelijke leveranciers van
meetdiensten zoals AccuRead, Onstream, IMServ en Siemens Energy Services. Indien de
klant switcht van leverancier, verandert meestal ook de data collector.
Het meterpark in het Verenigd Koninkrijk is voor een groot deel verouderd. Op veel plaatsen
is zelfs geen meter aanwezig. Elk jaar worden er daarom ongeveer 1,5 miljoen elektriciteits-
en 1 miljoen gasmeters vervangen, als onderdeel van een hercertificeringsprogramma, of
geïnstalleerd op nieuwe locaties binnen het Verenigd Koninkrijk.
Intelligente meetinfrastructuur: een rondgang door Europa
25
Voor grote industriële aansluitingen wordt momenteel in alle genoemde landen al telemetrie,
het op afstand uitlezen van energiemeters, toegepast. In ons land gebeurt dit (verplicht) bij
elektriciteitsaansluitingen met een contractvermogen van minimaal 100 kW en bij
gasaansluitingen met een jaarverbruik van minimaal 170.000 m3.
2.3.3 Naar een landelijke implementatie van intelligente meetinfrastructuur
Zweden is, naast Italië, momenteel het enige land in Europa met een (nagenoeg) 100%
penetratie van intelligente meters.
In de beginjaren van de energieliberalisatie in Zweden werd het verbruik van grote
elektriciteitsaansluitingen per uur gemeten via afstanduitlezing. Afstandsuitlezing voor
huishoudens was in deze tijd alleen verplicht als de klant wilde switchen van leverancier.
Dergelijke systemen voor afstandsuitlezing waren echter vrij duur (ongeveer 1.000 euro),
zeker in vergelijking met de mogelijke energiebesparingen door zo'n systeem. Later werd
een wettelijke maximumpri
