- Personen
- Publicaties
-
Organisaties
- Adviescolleges
- Colleges
- Deelgemeentes
- Diensten en agentschappen
- Gemeentes
- Hoog college van Staat
- Koepelorganisaties
- Ministeries
- Openbaar lichaam voor bedrijf en beroep
- Politiekorpsen
- Provincies
- Rechterlijke Macht
- Regering
- Regionale samenwerkingsorganen
- Staten-Generaal
- Waterschappen
- Zelfstandige Bestuursorganen
- Partijen
- Tweets
- Nieuws
Cultuursubsidies 2009-2012; Verslag van een algemeen overleg; Verslag van een algemeen overleg, gehouden op 20 december 2011, inzake Internationaal cultuurbeleid
| Datum publicatie: | 2012-01-31 |
| Datum uitgifte: | 2012-01-30 |
| Organisaties: | |
| Indieners: | |
| Dossier: |
1
31482 Cultuursubsidies 2009-2012
Nr. 78 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG
Vastgesteld 30 januari 2012
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap<1> en de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken<2> hebben op 20 december 2011 overleg gevoerd met minister
Rosenthal van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over:
- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 9
december 2010 houdende de Beleidsreactie advies Raad voor Cultuur inzake culturele
vertegenwoordiging in het buitenland en toezending evaluatie New York 400 (31482,
nr. 70);
- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 17
november 2010 met het Advies van de Raad van Cultuur "Culturele
vertegenwoordiging in het buitenland" d.d. 17 november 2010 (31482, nr. 68);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 december
2010 houdende de reactie op verzoek commissie OCW inzake een evaluatie van New
York 400 (32500-V, nr. 127);
- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 april
2011 houdende afschrift van de brief aan Dutch Art Works (32500-VIII, nr. 167).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Van Bochove
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Albayrak
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Kler
2
Voorzitter: Van Bochove
Griffier: Thomassen
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Bochove, Bosma, Van der Ham,
Klijnsma, De Liefde, Peters en Van der Werf,
en minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, die vergezeld zijn van enkele ambtenaren van hun ministeries.
De voorzitter: Welkom bij dit algemeen overleg.
De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Cultuur is belangrijk. Ook internationaal
cultuurbeleid is belangrijk. Ik moet echter zeggen dat ik in de jaren dat ik in de Kamer zit,
heel kritisch ben geworden over het internationaal cultuurbeleid. Daarbij zijn mijn ogen
vooral geopend rondom New York 400. Ik heb daar met eigen ogen en op eigen rekening
kunnen zien dat het internationaal cultuurbeleid vaak niet veel voorstelde, zeker wanneer het
ging over de New York 400-herdenking. De organisatie kwam laat op gang, de activiteiten
waren zeer verschillend van niveau en er was een waaier van Nederlandse
hoogwaardigheidsbekleders -- uit elke provincie was er wel iemand -- waardoor de
Washington Post zich op een gegeven moment afvroeg of er nog wel bestuurders in
Nederland waren om het land te besturen. Het was vooral een Hollands feestje voor expats
en notabelen. Bovendien bleek de vrees dat het vooral een eenmalig event was zonder
structureel staartje, terecht. Kortom, een gemiste kans voor het bedrijfsleven, voor de
culturele sector en ook bijvoorbeeld voor het lokken van toeristen naar Nederland. Zelfs het
peperdure Holland Paviljoen is een faliekante mislukking geworden. Letterlijk met
tromgeroffel geopend door het kroonprinselijk paar, functioneert het nu vooral als een
muffinuitgiftetent. Dat is letterlijk zo. Ik ben er deze zomer langs geweest en er is niets meer
van over.
Met een motie van mijn hand is de Raad voor Cultuur vorig jaar verzocht om te bekijken hoe
het internationaal cultuurbeleid precies in elkaar steekt. Daaruit is een kritisch rapport
voortgekomen met als conclusies dat de huidige structuur van het internationaal
cultuurbeleid niet voldoet, dat instituties langs elkaar heen werken, dat er te laat wordt
begonnen, dat er niet scherp wordt gekozen, dat er te weinig social media worden gebruikt
en dat het te veel intern is. Wat gaat de regering doen met de aanbevelingen? Er moet
bijvoorbeeld goed worden vastgelegd wat wij nu precies willen met dat internationaal
3
cultuurbeleid. Bij de evaluatie van New York 400 is gekeken hoeveel zaken er in de krant
zijn geweest en hoe dat kan worden omgezet in de hoeveelheid reclametijd die eigenlijk had
moeten worden ingekocht. Dat vind ik een volstrekt amateuristische visie op marketing.
Reclame heeft alleen zin als je weet voor wie je het doet, wie je wilt aanspreken,
bijvoorbeeld potentiële toeristen. Je kunt dan niet lukraak wat informatie geven en wat
activiteiten organiseren en dan denken dat het wel zin heeft als het in de krant staat. Ik vind
dat het op een andere en betere manier moet worden geëvalueerd. Ik vraag nogmaals wat
de regering gaat doen met de adviezen van de Raad voor Cultuur, ook met betrekking tot
een grondige evaluatie. Welke les is er precies getrokken uit New York 400 voor
toekomstige culturele jaren? Wat zou de regering nu anders doen met in het achterhoofd de
ervaringen van New York 400?
Er wordt ook gesproken over de manier waarop in nieuwe regio's activiteiten kunnen worden
ontwikkeld, bijvoorbeeld in de Arabische regio. De British Council is actief bezig om
ontmoetingen te organiseren tussen kunstenaars, denkers en schrijvers, ook om vrijheid
onderling te bevorderen en bespoedigen. Ik heb van de Nederlandse organisaties begrepen
dat er nu heel weinig armslag is om überhaupt meerwaarde te hebben in dat soort regio's.
Hoe gaat de regering hier precies mee om? Ik vraag me ook af in hoeverre er binnen de
Europese Unie wordt samengewerkt aan een loket voor mensen van buiten de Europese
Unie die in Europa iets willen doen rondom cultuur.
Er is momenteel een gesprek gaande over de toekomst van het Tropenmuseum. Ik heb
begrepen dat het instituut zelf nauwelijks daarbij wordt betrokken. Hoe zit dat precies?
Dutch Art Works is bij uitstek iets waarmee je Nederlandse kunst de grote internationale
musea kunt laten binnendringen. Wij hebben de staatssecretaris al eens opgeroepen om
met de Mondriaan Stichting te kijken naar een financiering. Daar is toen niets uitgekomen
omdat de hele internationale poot destijds uit de Mondriaan Stichting is gehaald. In hoeverre
wil de staatssecretaris samen met Dutch Art Works bekijken hoe deze vorm van promotie
van de Nederlandse kunst in de toekomst toch kan worden bevorderd? Dit is iets wat echt
de voet tussen de deur kan krijgen bij de belangrijke internationale musea.
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Ik steun het verhaal van collega Van der Ham inzake het
New York-project met enthousiasme. Mijnheer Van der Ham, het spijt me dat wij het
vandaag eens zijn. Misschien moeten we dan ruzie zoeken op een ander punt!
De heer Van der Ham (D66): Ik vind het heerlijk!
De heer Bosma (PVV): Oké, dan houden we het zo. Dan zijn we alvast een beetje in de
kerstsfeer.
4
Voorzitter. Ik gun iedereen zijn reisje, maar als ik in de stukken lees en ook breder kijk naar
het hele internationaal cultuurbeleid, zie ik allerlei mensen die de wereld afreizen, ik zie
mapping van culturele infrastructuur, ik zie exchange sites, ik zie cultuur & diversiteit, ik zie
dat er 0,75 mln. naar een project in Turkije gaat en ik zie eindeloze debatreeksen van
denkers en kunstenaars die van staatswege vervoerd schijnen te moeten worden om hun
briljante gedachten te kunnen vergelijken met die van collega's in andere landen. Ik zie de
meerwaarde ervan niet. Ik gun iedereen zijn reisje maar financier het vooral zelf. Als ik dan
weer lees over het cluster Damascus-Beiroet-Amman, vraag ik mij af wat wij daar toch
moeten met belastinggeld. Volgens mij hebben de mensen daar, die een lente schijnen te
ondergaan, toch iets anders aan hun hoofd dan allerlei toestanden met Nederland.
Ons land heeft zeker een speciale verantwoordelijkheid tegenover het Afrikaans en de
sprekers van die taal in Zuid-Afrika. Het Afrikaans is zeer verwant aan onze taal. Daarom
kreeg Elisabeth Eybers indertijd tenslotte de P.C. Hooft-prijs. Veel plaatsnamen in Zuid-
Afrika herinneren aan de Nederlanders en hun nazaten. De huidige ANC-regering staat
echter met haar rug naar onze zustertaal. Het lijkt er zelfs op dat men erop uit is om alle
sporen van het Afrikaans uit het landschap te wissen. Honderden dorpen, steden en straten
zijn de afgelopen vijftien jaar omgedoopt. Zo verdwenen prachtige namen zoals Vryheid,
Afguns, Warmbad, Bosbokrand, Hoedspruit, Potgietersrust en Duiwelskloof. Het lijkt de
regering er veel aan gelegen te zijn om het Afrikaans uit te wissen. De voormalige
Boerenrepubliek, de Transvaal en Oranjevrijstaat, waar de officiële taal Nederlands was, zijn
al van de kaart geveegd. Zonder enige steun van de bevolking zijn Vrijstaatse steden zoals
Bloemfontein, Kroonstad en Winburg omgedoopt.
De burgerrechtenorganisatie AfriForum verzet zich zeer terecht tegen deze uitwissing,
zonder veel succes. De heer Xaba van de Zuid-Afrikaanse Naamraad snauwt de mensen
van AfriForum af en zegt dat "minderheidsgroepe moet aanvaar dat hulle in die minderheid
is en dat die wil van die meerderheid afgedwing sal word." De grote prijs is Pretoria. De
Afrikaner hoofdstad met zijn Voortrekkersmonument gaat straks Tswane heten, vernoemd
naar een Zoeloeleider die waarschijnlijk nooit bestaan heeft. Het is een klap in het gezicht. Ik
weet dat de macht van de staatssecretaris ophoudt bij de grensovergang Wuustwezel, maar
de macht van de minister van Buitenlandse Zaken kent geen grenzen. Willen beide
bewindslieden zich inzetten voor het behoud van onze cultuur, bijvoorbeeld door datgene te
behouden wat er al is? Zijn zij bereid om zich in contacten met ambtsgenoten ervoor in te
zetten dat Afrikaanse plaatsnamen worden behouden, in het bijzonder Pretoria?
Willen de minister en de staatssecretaris ten slotte bevorderen dat onze ambassade in Zuid-
Afrika een leidende rol neemt in de strijd voor het behoud van het Afrikaans? Zou het niet
een geweldig idee zijn als er regelmatig -- bijvoorbeeld elke maand -- overleg plaatsvindt op
5
de ambassade met de verdedigers van die taal? Dat zou een geweldige steun in de rug zijn
om te zorgen dat deze wonderschone taal overleeft. Ik se: baie dankie.
De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. Bij het project New York 400 waren destijds elf van de
dertien ministeries betrokken. Het verslag leest als een typisch voorbeeld van een
versnipperd internationaal cultuurbeleid, zowel financieel als organisatorisch. Zo nooit meer.
De Raad voor Cultuur stelt terecht een strakkere regie voor. De VVD-fractie deelt die
mening. Zijn de minister en de staatssecretaris met elkaar en eventueel met andere
bewindspersonen in gesprek om te komen tot een betere regie op het internationaal
cultuurbeleid? Ondanks de mooie woorden in de junibrief van de staatssecretaris valt het de
VVD-fractie op dat er nog steeds veel versnippering is en dat de geldstromen niet duidelijk
zijn. Mijn collega Lucas heeft dat al duidelijk gemaakt bij het begrotingsonderzoek OCW
naar het artikel dat gaat over internationaal beleid.
Laten wij alstublieft ook kijken waar de expertise en kennis liggen over internationaal
cultuurbeleid en wie dat goed kunnen uitvoeren. Ons komt het logisch voor dat het ministerie
van OCW zich bezighoudt met en verantwoordelijk is voor het inhoudelijke internationaal
cultuurbeleid. Daar waar wenselijk en mogelijk, in economische of diplomatieke zin, moet de
Nederlandse cultuur meer dan nu worden ingezet voor andere doeleinden. Dan komen
uiteraard de diverse departementen zoals die van Buitenlandse Zaken en EL&I om de hoek
kijken. Ik krijg hierop graag een reactie van beide bewindspersonen.
Een aantal van de vragen die ik had voorbereid, zijn al door de collega's gesteld. Ik vraag
mij tot slot af hoe het kabinet de positie ziet van SICA binnen het internationaal
cultuurbeleid. Wij hebben van diverse kanten informatie ontvangen waaruit blijkt dat SICA
het belabberd doet. Veel debat en weinig activiteiten, is een van de veelgehoorde
opmerkingen. Zijn er andere kandidaten die geschikt zijn voor het uitvoeren van de taken die
de staatssecretaris in zijn junibrief heeft beschreven? Zo nee, is de staatssecretaris bereid
om actief te communiceren dat ook andere organisaties zich hiervoor kunnen inschrijven?
Mevrouw Klijnsma (PvdA): Voorzitter. Ook ik zal proberen om niet in herhaling te vallen. Ik
vind eigenlijk wel dat het kabinet wat lauw heeft gereageerd op de bevindingen van de Raad
voor Cultuur. De Raad voor Cultuur heeft gezegd dat het heel belangrijk is dat er een goede
visie is op hoe je onze cultuur goed kunt promoten in het buitenland en hoe je kunt leren van
wat er in het buitenland gebeurt voor de talentontwikkeling hier. Die helderheid is blijkbaar
niet eenduidig genoeg.
Ik herinner mij uit vroeger tijden dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken mensen
rondliepen -- misschien is dat nog wel zo -- die nauwgezet konden vertellen hoe gestalte kon
worden gegeven aan de promotie van culturele instellingen in het buitenland. Ik ken nog met
6
naam en toenaam iemand die mij destijds als wethouder voor cultuur daarbij heel erg heeft
geholpen, een partijgenoot van mijnheer Van der Ham. Ik ben heel benieuwd hoe dit nu in
zijn werk gaat. Ik moet zeggen dat ik het beeld heb dat het een onsje minder is geworden. Ik
druk mij dan eufemistisch uit. Die glasheldere taakverdeling tussen BZ en OCW moet zich
eigenlijk ook vertalen naar de ambassades in het buitenland. Ik hoor graag of dat ook met
verve geschiedt. Wij moeten natuurlijk constateren dat het kabinet -- en dat is niet nieuw --
ook hier weer enorm op kort, namelijk 2 mln. op de HGIS-gelden. Dat vind je natuurlijk wel
weer ergens terug. Dat kan niet anders, want het moet ingevuld worden. Ik hoor dus graag
hoe het kabinet dit gaat doen.
Kunst en cultuur is internationaal, dus niet alleen in Nederland, een ongelooflijk wezenlijk
fenomeen. Als je je kunstenaars, of ze nu beeldend kunstenaar zijn of allerlei andere
disciplines beoefenen, goed wilt equiperen, moet dat ook van over de grens kunnen worden
gehaald. Gisteren kregen wij een brief van Dutch Art Works, ondertekend door niet de eerste
de beste kunstenaars. Het kan toch niet zo zijn dat wij dit niet meer zouden continueren?
Het is namelijk een enorme ruggensteun. Het is ook voor jonge kunstenaars in Nederland
ongelooflijk wezenlijk dat zij zich kunnen laven aan het internationale en dat zij zich ook in
het buitenland kunnen ontwikkelen. Ook hier dus weer een warm pleidooi voor de
postacademische opleidingen, want ook daar is het internationale natuurlijk zeer aan de
orde.
Ten slotte hoor ook ik graag nog eens van beide bewindspersonen -- ik ben blij dat zij allebei
aanwezig zijn -- hoe nu de toekomst van het Tropenmuseum eruitziet.
Mevrouw Van der Werf (CDA): Voorzitter. Kunst is voortdurend in beweging. Culturele
uitwisseling inspireert weer nieuwe kunstenaars en dat brengt de kunst verder. Dat geldt
voor alle kunstvormen, ook voor de taal. Ik vraag mij af wat de Nederlandse reactie zou zijn
geweest als Rusland had gezegd dat wij de Stalinlaan niet Vrijheidslaan hadden mogen
noemen, maar dit terzijde. Ik denk dat het goed is om stil te staan bij de culturele relaties die
Nederland al eeuwen onderhoudt. De CDA-fractie kijkt naar twee dingen: de evaluatie van
New York 400 en de evenementen die nog op stapel staan.
New York 400 kende zeer veel activiteiten, betrokkenheid van het Koninklijk Huis,
tentoonstellingen en diners, met als hoogtepunt het optreden van dj Armin van Buuren die
danste met de kroonprinses in een Nederlandse postzak. De beelden gingen de wereld over
en dat draagt ongetwijfeld bij aan onze bekendheid wereldwijd. Alles overziende vindt de
CDA-fractie het echter een duur en toch ook wel elitair gebeuren. Soms is dat niet te
vermijden, bijvoorbeeld waar het een ontmoeting van het bedrijfsleven betreft, maar wie in
Nederland zou toen, laat staan nu, nog kunnen vertellen waarom de prinses in New York
aan het dansen was? Noch in het onderwijs, noch in achtergrondartikelen of documentaires
7
is aandacht besteed aan de aanleiding. Wat het succes in de Verenigde Staten betreft moet
ik afgaan op de positieve evaluatie, die door de andere woordvoerders al enigszins is
genuanceerd. In Nederland is er naar mijn idee heel weinig aandacht geweest en zeker niet
in grote kring; vandaar de volgende vragen aan de staatssecretaris.
Deelt hij de mening van de CDA-fractie dat er in Nederland relatief weinig aandacht is
geweest? Hoe denkt de staatssecretaris in het vervolg een betere inbedding te realiseren
voor evenementen? Is er nog iets gedaan aan follow-up in de Verenigde Staten op cultureel
gebied waaruit blijkt dat de culturele banden inderdaad zijn aangehaald? Er liggen
leerpunten en aanbevelingen. Mijn vraag is waar die nu liggen. Welk ministerie voelt zich
verantwoordelijk voor het verwerken van deze punten in het grote plan van het internationaal
cultuurbeleid?
Dat is ook mijn tweede punt: de volgende herinneringsjaren zoals Turkije 2012 en Rusland
2013. Tussendoor zijn er ongetwijfeld nog andere evenementen. Het komt op mij een beetje
hapsnap over. De CDA-fractie vindt dat dit beter moet. Op dit punt heeft zij behoefte aan een
visie op het internationaal cultuurbeleid waarin duidelijk is wie coördineert en de regierol
heeft en waarin heldere doelen zijn geformuleerd over de wijze waarop evenementen
bijdragen aan de doelen. Duidelijk moet zijn hoe de afzonderlijke evenementen elkaar
versterken en bijdragen aan bewustwording en besef in Nederland. Ook moet duidelijk
vermeld zijn op welke wijze de verschillende kunstvormen en de Nederlandse kunstenaars
worden gepromoot. Dat lijstje is nog wel aan te vullen.
Op het punt van de verschillende kunstvormen vraag ik aandacht voor de beeldende kunst.
Het is al eerder genoemd: de manier waarop Dutch Art Works werkt om met inspanningen
van galeriehouders en kunstenaars ervoor te zorgen dat werk van Nederlandse kunstenaars
in buitenlandse musea komt te hangen. Ik denk dat er voor die manier van werken een plek
moet zijn in het internationaal kunstbeleid. Dat zou onderdeel van zo'n visie of
activiteitenplan kunnen zijn; graag een reactie.
Ik sluit af met een blik naar de toekomst. Kan de staatssecretaris ons een dergelijke visie
toezeggen? Wat vindt hij van de inhoudelijke suggesties van de CDA-fractie? Is hij bereid, in
overleg met de andere betrokken ministeries een stuk naar de Kamer te zenden waarin
komende evenementen zijn opgenomen als onderdeel van een bredere internationale
cultuurvisie?
Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks draagt een actief, enthousiast en
waar nodig met middelen bijgestaan internationaal cultuurbeleid een warm hart toe.
Nederland staat ook nog bekend als een van de weinige landen in de wereld dat potjes over
heeft voor cultuur in en van andere landen, zeker in landen in ontwikkeling of transitie waar
kunstenaars geen steun van de staat krijgen, maar wel een belangrijke progressieve
8
voorhoederol in maatschappelijke ontwikkelingen kunnen spelen. Zulke kunstenaars zijn
zowel in politiek als diplomatiek opzicht ambassadeurs van hun land en een brug naar het
Westen, naar ons. Door versobering van het postennetwerk is nauwelijks meer tijd om op dit
soort actoren in te spelen en die brugfunctie te versterken.
Daarom steunt mijn fractie het pleidooi van de Raad voor Cultuur om de Nederlandse
instituten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika te versterken met culturele functies. Die
instituten kunnen op afstand van de ambassades als culturele vrijplaatsen dienen, naar het
succesvolle model van het Erasmus Huis in Jakarta. Ze kunnen kennis en netwerken
bundelen. Ze kunnen zorgen voor consistentie door de jaren heen. Er zijn al zulke
wetenschappelijke instituten in Ankara, Cairo, Damascus, Rabat, Amman en Beiroet. Ik
bezocht er eentje, die in het hartje van Cairo, en het is haast zonde om te zien hoe de
capabele uitgezondenen in dat prachtige pand zich beperken tot Arabische en Nederlandse
les en het faciliteren van onderzoek, maar zich niet ook kunnen richten op kunstenaars en
de culturele infrastructuur van de stad. Wat vinden de staatssecretaris en de minister van
het idee om de taken van de instituten uit te breiden?
Eerder zegde de minister van Buitenlandse Zaken toe dat zijn Matra-Zuid-potje voor
diezelfde regio nadrukkelijk ook is opengesteld voor culturele samenwerking. Ik krijg echter
berichten dat de posten hiervoor geen mankracht of expertise hebben. Het postennetwerk is
natuurlijk ook behoorlijk versoberd. Graag een reactie van de minister, want dat kan niet de
bedoeling zijn van de toezegging die hij deed. Wat vindt hij van het idee om de
wetenschappelijke instituten ook een beroep op Matra-Zuid te kunnen laten doen?
De Raad voor Cultuur staat stil bij de versnippering van het internationaal cultuurbeleid; de
heer Van der Ham sprak er al over. Er zijn fondsen, instituten en losse projectjes. Wat
vinden de minister en de staatssecretaris van het idee om gezamenlijk een ambassadeur
internationaal cultuurbeleid te benoemen die meer eenheid, consistentie en strategie in al
die potjes, fondsen en instituten kan aanbrengen en de doelstellingen van het cultuurbeleid
kan promoten? Mijn fractie hecht meer aan een dergelijke structurele samenwerking op het
gebied van internationale cultuur dan aan dure ad hoc hoogstandjes voor evenementen
zoals de 400-jarige viering waarbij alle woordvoerders al hebben stilgestaan. De spaarzame
gelden die er voor internationaal cultuurbeleid zijn, lijken snel verspild voor zulke
eendagsvliegen. Wat is er van de viering in New York voor de toekomst overgebleven? Welk
publiek is ermee bereikt, naast de Nederlanders en de expats? Welk versterkt effect
ondervinden de goede bilaterale betrekkingen die Nederland al met Amerika heeft dankzij de
4 mln. die eraan is opgegaan? Wat heeft de job swap aan blijvend effect opgeleverd,
behalve wat leuke jongerenervaringen? De kosten zaten hem trouwens niet in de echte
culturele uitwisseling. De kosten voor het Concertgebouw en het Brooklyn Museum waren
peanuts vergeleken bij de kostenposten voor de marketing en de inrichting van het paviljoen.
9
Het moet gezegd: je moet dit soort feestelijke evenementen wel kunnen vieren, maar dat
kan wat mijn fractie betreft wat duurzamer en spaarzamer. Zijn de bewindspersonen bereid,
zich ervoor in te zetten dat de gelden in de toekomst vooral worden ingezet voor activiteiten
die zo'n perspectief bieden op duurzame effecten voor de toekomst?
De voorzitter: Wij zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. De
bewindspersonen hebben laten weten dat zij meteen kunnen antwoorden. Het woord is aan
de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Rosenthal: Voorzitter. Het is mij een eer en genoegen om met deze commissie van
gedachten te wisselen. Dank voor de inbreng in eerste termijn. Ik zal het kort houden. Ik
maak een paar opmerkingen van algemene aard en ga dan in op die specifieke vragen
waarvan collega Zijlstra en ik denken dat ze bij mij thuishoren.
Vanuit mijn optiek, vanuit Buitenlandse Zaken -- ik heb dit meermalen gewisseld met collega
Zijlstra en wij zijn het op dat punt volkomen met elkaar eens -- opent cultuur deuren in de
buitenlandse politiek. Dat is een mooie, open mededeling. Wanneer wij het hebben over
cultuur en Buitenlandse Zaken of buitenlandse betrekkingen, betekent dat dus ook dat je
meteen aan diplomatie denkt. Culturele diplomatie is een belangrijke functie in het "overall"
diplomatieke werk. Culturele diplomatie is ook moderne diplomatie, want wanneer ik het een
beetje breed aanzet gaat het dus ook over allerlei moderne cultuurdragers, cultuurdragers
van dit moment. Ik heb het dan bijvoorbeeld ook over bloggers, die vaak de voorhoede zijn
van maatschappelijke ontwikkelingen en ook cultuur uitdragen.
Ik heb net een AO over Latijns-Amerika achter de rug. Ik verheel niet dat ik de zaak ook
combineer met economische diplomatie en dat ik coherentie zoek tussen die twee takken.
Om het dan even concreet te maken: eind vorig jaar was ik in het Groninger Museum, dat
toen nog allemaal prima liep, waar een fenomenale tentoonstelling werd geopend over
Russische oriëntaalse kunst. Dat speelde zich helemaal af in een concerted action, in een
soort van bundeling van activiteiten vanuit Groningen in relatie tot de Russische Federatie
met betrekking tot economie, energie, gasrotonden en culturele inspanningen. Wij weten
hoe belangrijk voor bijvoorbeeld de Russen de culturele kanten van bilaterale betrekkingen
zijn, juist ook met een land als Nederland. De cultuuradviseur van president Medvedev weet
meer van de Nederlandse avant-gardekunst, het Nederlandse creative design en de
Nederlandse architectuur dan deze minister van Buitenlandse Zaken; ik zeg dat zonder
reserve. Dat is in de kern hoe ik als minister van Buitenlandse Zaken tegen de functies van
het internationale cultuurbeleid aankijk.
In belangrijke mate is dat het benutten van het topsegment van de Nederlandse cultuur voor
onze internationale betrekkingen. Ik heb het dan niet alleen over wereldberoemde
10
Nederlandse cultuurmerken in een bepaalde categorie kunst, zoals het
Concertgebouworkest, het Danstheater, de architectuur en de oude meesters. In Amerika
heb ik tentoonstellingen over Metsu en Frans Hals mogen openen. Ik weet dat men in Japan
gek is van Van Gogh en dat men in de Verenigde Staten meer van de oude meesters houdt.
Op dat soort specifieke punten moet je ook altijd letten. Ik heb het ook over andere
topelementen en personen in het topsegment. In dit AO durf ik waarachtig ook mensen zoals
André Rieu en Armin van Buuren te noemen. Die ken ik dan ook nog wel! Van mijn kant gaat
het erom -- dat is ook de lijn die collega Zijlstra volgt -- dat het topsegment een enorm
exportproduct voor Nederland is, dat zelf de externe lijnen ook hard nodig heeft. Ik voeg
eraan toe dat wij daarbij ook op het oog hebben het versterken van de marktpositie voor
onze kunstenaars en cultuurdragers in het buitenland.
Dat gezegd hebbende kom ik bij een aantal concrete punten die zijn genoemd. Ik moet dan
helaas door de zure appel -- zoals het door deze commissie wordt gezien -- heen bijten van
New York 400. De kritische opmerkingen die door de leden der commissie zijn gemaakt,
neem ik ter harte. Ze zullen niet voor niets gemaakt worden. Als ik echter de interne
evaluatie van Buitenlandse Zaken bezie, kijk ik er op een aantal punten wat anders
tegenaan. Ik wil vooral zeggen dat wij uit datgene wat nog beter kan dan daar goed is
gegaan -- u hoort hoe ik mij uitdruk -- lessen moeten trekken voor de toekomst, ook voor
andere grootschalige events. Turkije 2012 en Rusland 2013 zijn in dat kader al genoemd.
Wij trekken er inderdaad lessen uit. Bij New York 400 kan een aantal punten echt positiever
worden beoordeeld dan in de toonzetting van een aantal leden naar voren is gekomen. In de
eerste plaats is dat de publiek-private samenwerking. In de tweede plaats zijn er op een
aantal punten wel degelijk naeffecten van positieve aard geweest. Ik kan dat met overtuiging
zeggen. Toen ik in Washington was, zowel in maart als laatstelijk in september, heb ik
gepraat met mensen uit de Nederlandse gemeenschap en met topfiguren uit de
Amerikaanse kunst- en cultuurwereld die wel degelijk zelf refereerden aan New York 400.
Misschien is dat een wat sobere mededeling, maar het zij toch gezegd.
De voorzitter: Ik onderbreek u even. Ik zeg tot de leden dat ik het aantal interventies wil
beperken, hoewel ik niet meteen in getallen zal spreken. Ik geef nu gelegenheid tot het
plaatsen van enkele interrupties, te beginnen met de heer De Liefde.
De heer De Liefde (VVD): Ik hoorde de minister de zinsnede "uit een interne evaluatie"
bezigen. Dat triggerde mij. Wat staat er in die evaluatie wat wij niet gekregen hebben?
11
Minister Rosenthal: Ik bedoel daarmee de evaluatie van Buitenlandse Zaken die, naar ik
meen, ook naar de Kamer is gestuurd. Ik noem het een interne evaluatie omdat het geen
externe evaluatie is geweest.
De heer De Liefde (VVD): Ik dacht heel even dat er nog wat informatie ontbrak, maar ik ben
geheel gerustgesteld.
Minister Rosenthal: Zeker niet. Zo moet u het niet zien.
De heer Van der Ham (D66): Die evaluatie heeft de Kamer inderdaad gezien. Ik heb haar
natuurlijk heel goed bestudeerd. Er staan veel foto's in en men klopt zichzelf veel op de
borst, maar er is heel weinig echte, zakelijke kritiek. Ik noemde al het voorbeeld dat wordt
gekeken hoe veel websites zijn aangedaan en hoe vaak mensen ergens een keertje op een
zender zijn geweest. Dat wordt dan omgerekend naar een hoeveelheid zendtijd of reclame
die je zou hebben ingekocht en dat is dan de marktwaarde. Als je echt aan marketing doet,
kijk je naar de doelgroep die je ermee aanspreekt en welk effect dat gaat hebben. Zo gaat
het in het bedrijfsleven. Dat soort referenties wordt hier helemaal niet gedaan. Als ik het
lees, denk ik alleen: wat een amateurs in de manier waarop het wordt geëvalueerd en wat is
het weinig zakelijk gebeurd. Het is werkelijk een fotoboek van hoe leuk men het heeft gehad.
De manier waarop dit soort dingen wordt geëvalueerd moet beter. Ik kijk dan ook met enige
vreze naar de toekomstige statelijke jaren. Dit is broddelwerk.
De voorzitter: Dit was nog niet uw tweede termijn, mijnheer Van der Ham. Hebt u ook nog
een vraag?
De heer Van der Ham (D66): Mijn vraag is of de minister het ermee eens is dat de manier
waarop het wordt geëvalueerd, gewoon beter moet.
Minister Rosenthal: Ik hoor de heer Van der Ham loudly and clearly. Ik denk toch dat van
een aantal criteria die voor deze evaluatie zijn gehanteerd, wel degelijk enige
zeggingskracht uitgaat. Laat ik ook zeggen dat er nu door een aantal woordvoerders een wel
uitermate somber, zwart beeld wordt geschetst van New York 400. Ik ga niet in op alle ins en
outs van de evaluatie, maar een aantal zaken die daar heeft gespeeld, kan wel degelijk
positief worden beoordeeld. Over de betrokkenheid en aanwezigheid van hoogmogenden uit
de Verenigde Staten zelf kunnen wij soms wat lacherig doen, maar het is toch van belang.
De burgemeester van New York heeft New York 400 wel degelijk serieus genomen en heeft
het evenement ook uitgezet in de New Yorkse gemeenschap. Dat zijn toch positieve punten.
12
Mijn oog valt nu op de mededeling dat er tienduizenden bezoekers zijn geweest op het New
Island Festival en bij de Pioneers of Change met de presentatie van Nederlands duurzaam
design. Laten wij er maar gewoon van uitgaan dat de diffuse effecten van New York 400
misschien toch iets groter zijn geweest dan hier nu wordt gezegd. Dat gezegd hebbende: wij
trekken lering uit dit soort zaken, ook uit de dingen die beter kunnen, en doen dat vooral met
het oog op Turkije 2012 en Rusland 2013. Ik merk daarbij op, voordat ik de commissie op
het verkeerde been zet ten aanzien van Turkije 2012 en Rusland 2013, dat dit grootschalige
zaken zijn die verder reiken dan alleen de internationale culturele betrekkingen. Het gaat
daar waarachtig om veel meer dan dat.
Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik hoorde de minister iets zeggen over culturele diplomatie
en over het versterken van de marktpositie van Nederlandse kunstenaars in het buitenland.
Dat is een beweging van Nederland naar het buitenland. Wat moeten die evenementen in
het buitenland naar de visie van de minister bewerkstelligen in Nederland?
Minister Rosenthal: Het gaat erom dat je een intensivering probeert te bewerkstelligen van
de contacten, niet alleen ten aanzien van de cultuur maar ook bijvoorbeeld ten aanzien van
de economie. Om het maar even duidelijk te zeggen: waar het Turkije 2012 betreft, hebben
wij met de Turkse autoriteiten afgesproken dat wij heel zwaar inzetten op het intensiveren
van de contacten op maatschappelijk en economisch gebied, met name in het midden- en
kleinbedrijf. Cultuur is absoluut niet een soort van bijvangst van het geheel. Het is een
integraal onderdeel van wat je met elkaar doet. Datzelfde geldt ten aanzien van Rusland
2013. Op dit vlak speelt natuurlijk ook dat wanneer je uitwisselt met elkaar, je ook de
kwaliteit van de onderlinge betrekkingen naar een hoger plan tilt en verdiept. Daar gaat het
vooral om.
Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik vind het toch een beetje mager als de minister het tipje
van de sluier niet verder oplicht ten aanzien van welke lering hij van plan is te trekken uit
New York 400. Dat er wat diffuse naijleffecten zijn van de 7,3 mln. die ertegenaan is
gegooid, vind ik echt te mager om genoegen mee te nemen. Het is schrijnend als je dat
bedrag afzet tegen de forse bezuinigingen die tegelijkertijd op culturele instellingen in
Nederland worden gepleegd. Zij zitten te schreeuwen om €10.000 hier en €10.000. Zeker
als je kijkt naar de criteria waaraan die instellingen moeten voldoen om voor subsidie in
aanmerking te komen, lijkt het alsof er bij dit soort vieringsactiviteiten maar met geld
gesmeten wordt.
De voorzitter: Wat is uw vraag?
13
Mevrouw Peters (GroenLinks): Welke lessen gaat het kabinet trekken en wat zijn de criteria
voor het besteden van nieuwe miljoenen voor toekomstige vieringen?
Minister Rosenthal: Op het punt van de aanbevelingen die zijn gedaan en de lessen die
worden getrokken, hebben wij het bijvoorbeeld over het feit dat zware nadruk wordt gelegd,
ook trouwens door de Raad voor Cultuur, op de functie van een intendant. Die zetten wij dus
in met betrekking tot Rusland 2013. Wij hebben het over de betrokkenheid op politiek niveau
bij Turkije 2012 en Rusland 2013. Misschien mag ik de vraag wat verbreden. De leden van
de commissie hebben gesproken van een soort reiscircus dat naar New York is getrokken.
Het kabinet werkt sinds een half jaar met een zogeheten strategische reisagenda, waarin wij
zeer nauwgezet met elkaar afstemmen waar wij met wie op welk moment naartoe gaan. Dat
geldt dus ook voor de intensivering van de contacten die logischerwijze uit Turkije 2012 en
Rusland 2013 zullen voortkomen. Ten slotte gaat het er vooral om dat wij er, anders dan bij
New York 400 kennelijk het geval is geweest, niet vroeg genoeg bij kunnen zijn. Dat komt
ook naar voren in de aanbevelingen van de evaluatie. Voor Rusland 2013 zijn wij al volop
bezig om activiteiten te ontplooien en om belangstellenden en belanghebbenden erbij te
betrekken. Voor het overige geldt: soberheid en de tering naar de nering zetten. Dat ben ik
met mevrouw Peters eens. De financiën die de regering ter beschikking stelt voor Turkije
2012 en Rusland 2013 zijn aanmerkelijk kleiner dan de gelden die aan New York 400 zijn
besteed.
De voorzitter: Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording gekomen?
Minister Rosenthal: Nee, voorzitter. Er is nog een aantal concrete vragen gesteld.
De voorzitter: Toen u begon, zei u dat u het kort zou houden. Gaat u dus uw gang.
Minister Rosenthal: Ik merk op dat de interventies van deze commissie vaak even aandacht
vergen. Ik zal het heel kort doen, voorzitter.
Wat New York 400 betreft, kan ik nog wel een boom opzetten over het zogeheten paviljoen
waarover de heer Van der Ham in plastische bewoordingen sprak. Ik begreep dat de
donuttoestanden zich beperken tot twee vleugels en niet het hele paviljoen betreffen. Dat is
een schrale, zij het in dit geval vette, troost.
De heer Bosma heeft vragen gesteld over Zuid-Afrika. Ik verwijs naar de inspanningen van
de Nederlandse Taalunie ter zake en naar het feit dat er veel uitwisseling is met schrijvers
en zangers uit Zuid-Afrika. Ik zeg wel tot de heer Bosma dat als hij zo hecht aan de
14
plaatsnamen en straatnamen in Zuid-Afrika, hij ook moet accepteren dat de grachtengordel
in Kaapstad breed aanwezig is met de Herengracht, Prinsengracht en Keizersgracht. Ik
neem aan dat hij dat, vanuit zijn zienswijze, dan veranderd zou willen zien!
De heer Bosma (PVV): Is het kabinet bereid om iets te doen voor de Afrikaner plaatsnamen
in Zuid-Afrika? Mijn andere suggestie was om onze ambassade in Zuid-Afrika eens te laten
kijken naar het Afrikaans en bijvoorbeeld een regelmatige bijeenkomst te laten beleggen met
mensen in Zuid-Afrika die zich inzetten voor het Afrikaans.
Minister Rosenthal: Op de eerste vraag is het antwoord nee. Op de tweede vraag is het
antwoord, met bepaalde specificaties, ja.
De heer De Liefde heeft gewezen op de regie die nodig is. Ik neem aan dat collega Zijlstra
op dit vlak de complementariteit zal aangeven.
Mevrouw Klijnsma en mevrouw Peters hebben gesproken over de kwestie van het inzetten
van geld en waar je dat doet. De rol van Buitenlandse Zaken is om geografisch-strategische
prioriteiten te stellen, met speciale aandacht voor de buurlanden Duitsland, België, het
Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, voor de BRIC-landen en voor de Verenigde Staten, Italië,
Spanje, Japan, Indonesië, Turkije en de Arabische wereld. De Arabische wereld nemen wij
ter zake zeer serieus. Ik voeg er echter aan toe dat er minder geld is. Ook hier moeten wij
dus de tering naar de nering zetten. Ik vrees dat het er niet in hoge mate in zal zitten om
allerlei potjes in allerlei landen uit te zetten. Ik wijs er overigens op dat de Netherlands
Business Support Offices (NBSO's) in allerlei landen ook culturele taken uitvoeren, met
name voor het topgebied creatieve industrie.
Hiermee heb ik eigenlijk al de vraag van mevrouw Peters beantwoord over Matra-Zuid. Ja,
daarin zit ook culturele samenwerking, maar een beetje. Ook daar moet de tering naar de
nering worden gezet. Ik ben zelf laatst nog in Cairo geweest. Ik heb toen begrepen dat de
Nederlands-Egyptische culturele betrekkingen behoorlijk op peil zijn en blijven.
Mevrouw Peters (GroenLinks): Als de posten aanvragen voor culturele projecten beoordelen
in het kader van de besteding van de Matra-Zuid-gelden, kan het antwoord dus nooit zijn:
sorry, wij hebben er geen tijd voor. Het antwoord moet dan zijn: ja, binnen het zetten van de
tering naar de nering en de marges.
Minister Rosenthal: Ja. De uitspraak "de tering naar de nering zetten" moet daarbij heel
serieus worden genomen. Veel zal het dus niet wezen.
15
Mevrouw Klijnsma (PvdA): Ik heb de minister goed gehoord toen hij zei dat het topsegment
van cultuur wezenlijk is voor de promotie van Nederland in het buitenland. In mijn bijdrage
heb ik geprobeerd te onderstrepen dat het ook voor de talentontwikkeling zo ongelooflijk
belangrijk is dat men in het buitenland zijn licht kan opsteken en andersom. Wil de minister
daar nog op ingaan?
Minister Rosenthal: Ik moet het gewoon zeggen zoals het is. Er is minder geld en wij
moeten ervoor zorgen dat het daar wordt besteed waar wij denken dat het de meeste
toegevoegde waarde zal hebben. Wij constateren dat het aan het buitenland tonen van het
topsegment van de Nederlandse cultuur een enorme impact heeft. Dat wordt in van alles en
nog wat weer teruggeploegd naar Nederland. Dan kunnen wij op een bepaald moment weer
datgene doen waarnaar mevrouw Klijnsma vraagt. Zowel het een als het ander nu doen, is
echter niet de lijn die wij in onze prioriteitstelling hanteren.
De heer Van der Ham (D66): De minister zegt dat het allemaal best wel meevalt omdat er
zo veel mensen naar Vermeer zijn wezen kijken. Ja, dat werkt altijd wel goed. Het paviljoen
was echter het enige wat de regering daar grootschalig heeft neergezet. Dat kostte 1,5 mln.
Het heeft heel veel geld gekost om het te onthullen. Ik heb om enige reflectie van de minister
gevraagd. Zoiets neerzetten zonder dat er enig beleid is over wat er daarna mee moet
gebeuren -- het wordt niet eens onderhouden -- is toch gewoon weggegooid geld? Waarom
geeft de minister hier niet gewoon toe dat wij het nooit meer zo moeten doen?
Minister Rosenthal: Nu dwingt de heer Van der Ham mij om weerwerk te leveren op zijn
suggestie dat het paviljoen nu een all-out donutvoorziening is.
De heer Van der Ham (D66): Muffins.
Minister Rosenthal: Muffins. Sorry, waar heb ik het toch de hele tijd over? Muffins zijn iets
heel anders. Ook lekker! Ik zeg gewoon wat ik weet, namelijk dat het paviljoen nog altijd
diverse functies vervult. Er is een interactief scherm met informatie over downtown
Manhattan, inclusief veel Nederlands erfgoed. Zoals gezegd zijn er inderdaad twee vleugels
ter beschikking gesteld aan een uitbater van hoogwaardige voedsel- en drankvoorzieningen.
De inkomsten uit deze lease garanderen het onderhoud van het plein en het paviljoen in de
toekomst. Het is een bundeling van cultureel en economisch ondernemerschap.
De heer Van der Ham (D66): Ik ben er zelf geweest. Gelukkig hebben we de foto's nog. Dat
interactieve scherm werkt niet en die hoogwaardige voedsel- en drankvoorziening houdt in
16
muffins en koffie. Voor de rest is er niets meer te vinden, behalve een plakkaat dat het is
onthuld door het kroonprinselijk paar. Dat was het dan. Ga er zelf eens kijken als u in
Amerika bent, zo zeg ik tot de minister. Het stelt niets voor. De minister moet gewoon
kunnen toegeven dat het heel moeilijk was om er überhaupt een uitbater voor te vinden. Dit
soort dingen moet niet meer gebeuren. Het is weggegooid geld. Dat doet ook onrecht aan
de goede dingen die het internationaal cultuurbeleid kan doen.
Minister Rosenthal: Ik zeg de heer Van der Ham toe dat ik, de volgende keer dat ik in New
York ben, met eigen ogen ga kijken en hem dan mijn oordeel zal doen toekomen.
De voorzitter: Ik deel mede dat mevrouw Van der Werf dit overleg verlaat om deel te nemen
aan een debat in de plenaire zaal.
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Zijlstra: Voorzitter. Ik zeg nog even snel tot mevrouw Van der Werf dat de
visie op internationaal cultuurbeleid waarnaar zij vroeg, in de junibrief staat. Daarin hebben
wij gereageerd op de bevindingen van de Raad voor Cultuur. Wij hebben erin aangegeven
hoe wij naar de toekomst toe willen omgaan met internationaal cultuurbeleid.
De Raad voor Cultuur heeft inderdaad een kritisch rapport uitgebracht, waarover bijna alle
leden van de commissie vragen hebben gesteld. Ik geloof dat mevrouw Klijnsma zei dat er
wat lauw is gereageerd. Ik zou toch willen zeggen van niet. In de junibrief hebben wij juist
ronduit gezegd dat wij het grootste deel van de aanbevelingen overnemen. Nu ging de
junibrief ook over heel veel andere zaken, dus ik kan mij voorstellen dat dat wat afgeleid
heeft. Daar staat echter wel de kern met betrekking tot de toekomst. De minister heeft al een
aantal zaken geschetst, zoals de taakverdeling tussen OCW, dat een inhoudelijke rol heeft,
en Buitenlandse Zaken, dat bezig is met evenementen, posten en dat soort zaken. Dat staat
beknopt maar volgens mij helder in de junibrief.
De uitdaging voor het Tropenmuseum is dat er een opening is als het museum los van het
KIT in staat is om tot samenwerking te komen met Volkenkunde. Als daar een serieuze, echt
significante kostenbesparing uit te halen is, ligt er een mogelijkheid dat men in het museale
bestel wordt opgenomen. Dat betekent dat het Tropenmuseum -- dus niet het KIT -- moet
verkennen hoe dit kan worden vormgegeven en hierover moet terugrapporteren aan
staatssecretaris Knapen. Aan de hand van de uitkomsten zullen de heer Knapen en ik
bekijken of wij er handen en voeten aan kunnen geven.
Wat Dutch Art Works betreft moet ik zeggen dat de heer Van der Ham vasthoudend is. Dit is
bijna een traditioneel terugkerend punt. Ik zeg hem dat niet wij Dutch Art Works hebben
gefinancierd, maar dat het de BankGiro Loterij was die Dutch Art Works een startbedrag gaf
17
om dit initiatief van de grond te krijgen. Het zou heel gek zijn, zeker in deze tijd, om
initiatieven die met privaat geld worden gestart over te nemen als de private financier ermee
ophoudt. Dutch Art Works promoot het aankopen van Nederlandse kunst door buitenlandse
musea, waarbij de prijs met 90% wordt gereduceerd. De kunstenaars om wie het hier gaat,
zijn geen beginnende kunstenaars maar kunstenaars van enige naam en allure. Onlangs
heeft het Kröller-Müller Museum een kunstwerk aangekocht van Gilbert & George. In
Nederland wordt dat betaald vanuit fondsen. Daarvoor wordt gewoon de volle prijs betaald.
In dit geval zou er dan een soort van English Art Works moeten zijn die 90% korting geeft. Ik
vind dat eigenlijk een heel gekke situatie. Ik ben minder enthousiast over Dutch Art Works
dan de Kamer. Het lijkt mij juist goed, ook voor de prijzen van Nederlandse kunstwerken, dat
gewoon de reële ontwikkeling van de markt wordt gevolgd. De overheid moet dat niet
overnemen.
Ten aanzien van het Afrikaans zeg ik, in aanvulling op datgene wat de minister heeft
gezegd, dat de Nederlandse Taalunie vorig jaar in Brugge een Memorandum of
Understanding heeft getekend met Zuid-Afrika. Zuid-Afrika is in dat kader begonnen met het
meer gestructureerd vormgeven van het behoud van het Afrikaans. In die zin wordt al
tegemoetgekomen aan het verzoek van de heer Bosma. Ik weet niet of wij hiermee het
omdopen van Pretoria kunnen voorkomen, maar dat is geheel aan Zuid-Afrika.
De heer Bosma (PVV): Ik hoorde net een heel mooie toezegging van de minister dat onze
ambassade wellicht een stimulerende rol kan spelen om mensen bij elkaar te brengen die
opkomen voor het Afrikaans, het liefst op regelmatige basis. Wellicht kan de staatssecretaris
via de Taalunie daarin een organiserende rol spelen.
Staatssecretaris Zijlstra: De heer Bosma beschrijft het heel goed: dat was een mooie
toezegging van de minister. Het kabinet zorgt altijd voor eenheid van beleid.
Voorzitter. Ik ben net al even ingegaan op de taakverdeling, die helder moet zijn. Er moet
geen dubbeling zitten tussen de ministeries. Wij zien daarop scherp toe. De Kamer zal dat
ongetwijfeld ook doen, want het is verspilling van geld.
De heer De Liefde heeft gezegd dat SICA het belabberd doet. SICA heeft te maken met een
fusie met Trans Artists en de Mediadesk tot één instelling voor internationaal beleid, een
aanbeveling van de Raad voor Cultuur. Rondom zo'n fusieproces zit soms wat gedoe. Wij
monitoren de prestaties continu. SICA heeft geen automatisch monopolie, maar doet het
naar onze mening op dit moment goed, hoewel er verbeteringen aan te brengen zijn. Er is
veel commentaar geweest op het feit dat SICA veel debatten en dergelijke in het buitenland
heeft georganiseerd. Dat was een van de voorwaarden voor de verstrekking van de
subsidie. In de vorige convenantsperiode is dat uitdrukkelijk aan SICA gevraagd. Als zij dat
18
vervolgens uitvoert, moeten wij haar dat natuurlijk niet euvel duiden. Wij zien echter scherp
toe op hoe de fusie van de genoemde instellingen wordt vormgegeven en of dat proces nog
nadere sturing vanuit onze ministeries behoeft.
Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb nog een vraag over de toezegging die is gedaan aan
de heer Bosma dat de Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika nu bijeenkomsten over de
Afrikaanse taal moet organiseren. Ik ben wel benieuwd aan welke voorwaarden de minister
dacht toen hij zei dat dit geclausuleerd is. Er wordt aan alle kanten bezuinigd op het
postennetwerk. Er is alleen nog maar een marge met tering en nering voor de culturele
diplomatie. Wat moeten die taalbijeenkomsten daar nog bij?
Staatssecretaris Zijlstra: Volgens mij was de minister daar vrij helder over: dit zal gebeuren
in het kader van een Memorandum of Understanding dat de Taalunie heeft afgesloten. Het
moet in dat licht worden bekeken. Ik zie de minister ja knikken, dus ook in dit geval zijn wij
het eens.
De heer De Liefde (VVD): De staatssecretaris zei zojuist dat het houden van debatten SICA
in de vorige periode is opgelegd. Ik neem aan dat de staatssecretaris dat nu niet meer doet
en scherp voor ogen houdt dat wij in diplomatieke en economische zin moeten profiteren
van de werkzaamheden van SICA. Dat moet voorop staan.
Staatssecretaris Zijlstra: Een terecht punt. Wij hebben inderdaad andere prioriteiten gelegd
en SICA is dus ook bezig om die omslag te maken. De inzet moet meer zijn gericht op het
versterken van het economisch verkeer en van de marktposities van Nederlandse
kunstenaars in het buitenland. Die slag wordt nu gemaakt. Bij het bezoek aan China is dit
bijvoorbeeld al heel stevig neergezet. Er zijn zeer goede programma's in het kader van
Dutch Design, Fashion and Architecture.
De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Peters wil interrumperen, maar ik stel voor om het iets
anders te doen. Elke woordvoerder krijgt een minuut in tweede termijn om af te ronden.
Misschien kan mevrouw Peters daar haar vraag in meenemen, want dan komen alle
collega's nog even aan bod en blijven wij ook binnen de tijd. Is dat mogelijk?
Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb alleen behoefte aan het herhalen van een niet-
beantwoorde vraag.
De voorzitter: En die vraag luidt ...?
19
Mevrouw Peters (GroenLinks): Nederlandse wetenschappelijke instituten uitbreiden met een
culturele taak en hen ook een beroep laten doen op de Matra-Zuid-middelen. Het kost dus
niet eens extra geld.
Staatssecretaris Zijlstra: Volgens mij hoorde ik de minister daarop net een antwoord geven.
Minister Rosenthal: Voorzitter. Ten aanzien van de instituten hebben wij een geografisch-
strategische keuze gemaakt. Men doet wat men moet doen. Als daaraan wat toe te voegen
is waardoor die functie wordt bevorderd, zal dat niet worden nagelaten. Ook hier moet echter
de tering naar de nering worden gezet. Wij kunnen niet meer gaan doen met middelen die
minder worden.
De voorzitter: Dan beginnen wij nu aan de tweede termijn. Iedere woordvoerder heeft
precies een minuut spreektijd.
De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Ik ben tevreden in die zin dat de aanbevelingen van
de Raad voor Cultuur worden meegenomen. Dat klinkt allemaal mooi. Ik heb er echter niet
zo veel vertrouwen in dat het ook daadwerkelijk gebeurt. Er is iets in het internationaal
cultuurbeleid gesleten van: zo doen wij het nu eenmaal. De minister heeft niet gezegd dat de
wijze van evalueren, bijvoorbeeld inzake het berekenen van de effecten, moet veranderen.
Ik voel mij dan echt genoodzaakt om een VAO aan te vragen omdat dit op een andere
manier moet worden vormgegeven.
Ik vind het van groot belang dat er enige regie wordt genomen inzake de methode van Dutch
Art Works, dus niet inzake Dutch Art Works zelf. Daar hoeft wat mij betreft niet heel veel
overheidsgeld bij. Het lijkt mij echter wel heel nuttig dat wordt gekeken hoe kan worden
georganiseerd dat Nederlandse kunst in dat soort musea terechtkomt. Ik neem dit punt
graag mee in het VAO.
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Ik heb vier jaar in New York mogen wonen. De enige
associatie met Nederland die ik tegenkwam, betrof die met softdrugs en het red light district.
Dat daar nu misschien de muffins van de heer Van der Ham bijkomen, lijkt mij winst. Ik vind
de prijs van 7,5 mln. alleen een beetje hoog. Ik gun iedereen al die reisjes, maar het
praktische effect ...mwah, om het zo maar te zeggen.
Ik ben blij met de toezegging inzake onze ambassade in Zuid-Afrika. Dat hoeft niets te
kosten, behalve een Hollands bakkie troost. Breng die mensen bij elkaar en spreek ze een
beetje moed in vanuit het oude moederland. Dat zullen zij erg waarderen. Als de heer Van
20
der Ham een VAO aanvraagt, ga ik mij even op het achterhoofd krabben of ik met een
mooie motie kan komen over de Zuid-Afrikaanse plaatsnamen. Ik ben echter tevreden met
de beantwoording.
De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. Ik dank de regering voor de beantwoording. Ik wil nog
iets dieper ingaan op de woorden van de staatssecretaris over de strakkere regie en de
samenwerking tussen de departementen. Ik heb uit de stukken gehaald welke stappen het
kabinet voornemens is om te nemen. Ik zie dit echter nadrukkelijk als beginstappen en niet
als het eindpunt. Uiteindelijk moeten wij komen tot één verantwoordelijke die de leiding
neemt in het internationale cultuurbeleid. Ik hoor graag van het kabinet wanneer het er met
elkaar uit is. Ik krijg hierover graag een brief nadat de bewindspersonen erover hebben
gesproken met hun collega's op EL&I en andere departementen.
Mevrouw Klijnsma (PvdA): Voorzitter. Dank voor de beantwoording, al zullen de
bewindspersonen begrijpen dat ik er minder blij mee ben dan sommige collega's. Ik moet
weer constateren dat hierop natuurlijk dik bezuinigd wordt. Ik moet weer constateren dat
alleen de economie centraal staat in het kunst- en cultuurbeleid, ook naar het buitenland toe.
Ik moet weer constateren dat de talentontwikkeling een ondergeschoven kind is. Dat verdriet
mij.
Ik ben blij dat er een VAO komt omdat ik, waarschijnlijk samen met mevrouw Van der Werf
die zonet in de deuropening nog nee stond te schudden, een motie denk in te dienen over
de visie. Hoe zit het nu precies met die visie? Wie doet wat? Het blijft namelijk toch onhelder
en het is essentieel om het helder te krijgen.
Ik zie een brief van het kabinet tegemoet over het Museum Volkenkunde, het
Tropenmuseum en het KIT en hoe we dat met zijn allen afhechten.
Last but not least blijf ik een lans breken voor Dutch Art Works, dat ongelooflijk goed werk
doet. Het kan niet alleen door business support, want dan staat alleen de economie centraal.
Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Ook ik vind de opbrengst van dit overleg een
beetje mager. Ik begrijp dat de visie op internationaal cultuurbeleid van het kabinet zich
louter en alleen richt op de exportbevordering en de vergroting van de economische markt.
Ik mis een voortgang van de traditie die Nederland kent dat er nadrukkelijk aansluiting wordt
gezocht met culturele actoren in de landen waar je naartoe gaat, waarmee je handelt, waar
je posten hebt, waar je de mensen wilt leren kennen en waarmee je betrekkingen wilt
onderhouden. Instituten die her en der in Noord-Afrika en de Arabische regio worden
geopend of al bestaan, kunnen daarin een nuttige rol vervullen. Ik nodig de minister van
Buitenlandse Zaken nog een keer uit om een positieve, uitnodigende uitlating te doen over
21
de wenselijkheid dat de instituten deze culturele samenwerking versterken. Ze staan er al en
de middelen zijn er. Wat nodig is, is een klap van de regering: ja, zulke culturele
samenwerking willen wij en onze diplomatie is meer dan alleen zilver poetsen voor het
bedrijfsleven.
Minister Rosenthal: Voorzitter. De heer Van der Ham heeft een mededeling gedaan omtrent
een VAO met een motie over New York 400. Gelukkig zitten wij inmiddels op New York 401.
Laat ik zeggen dat ik de opmerkingen over evaluaties en de methodiek daarvan ter harte
neem. Ik neem ook ter harte dat hier is gezegd dat hierin veel geld is omgegaan. Turkije
2012 en Rusland 2013 worden wat dat betreft van een andere snit; dat zij gezegd.
New York 400 is toch iets meer dan wat de heer Bosma heeft gezegd. De Nederlandse
creative industry is bijvoorbeeld heel duidelijk in New York aanwezig.
Tot mevrouw Klijnsma zeg ik dat ik mij niet vastzet in een hokje van economie, een hokje
van cultuur, een hokje van maatschappij en een hokje van politiek. Ik neem aan dat
mevrouw Klijnsma dat ook niet doet. Er is een wisselwerking aan de orde. Dat geldt ook voor
de wijze waarop wij naar het internationaal cultuurbeleid kijken, ook in zijn relatie tot de
economie, de politiek en de maatschappelijke betrekkingen. Het gaat om de wisselwerking.
Naar aanleiding van de woorden van mevrouw Peters zeg ik dat ik het graag anders zou
willen, maar dat wij een euro maar één keer kunnen uitgeven. De wetenschappelijke
instituten hebben een budget en een bepaalde functie die hen is toebedeeld. Als je daaraan
iets toevoegt, moet er voor je het weet geld bij, tenzij je de effectiviteit en de efficiency van
de desbetreffende instituten zou kunnen opkrikken. Daartoe zie ik op dit moment echter
geen reden en geen mogelijkheid.
Staatssecretaris Zijlstra: Voorzitter. Voortbordurend op de laatste woorden van de minister:
het geld dat dit zou opbrengen, zou dan waarschijnlijk weer worden besteed aan de
wetenschappelijke activiteiten die deze instituten als kerntaak hebben. Dat zijn soms
cultuurhistorische zaken. Egypte en Jordanië zijn landen met een rijke geschiedenis op dat
punt en dat is de reden dat de instituten daar zitten. Dat is een andere reden dan de
invulling die mevrouw Peters eraan geeft.
De heer De Liefde was duidelijk: hij wil een helder eindpunt met één eindverantwoordelijke.
Op het gebied van internationale zaken doen de kerndepartementen altijd de vormgeving
van -- in dit geval -- het cultuurbeleid, maar Buitenlandse Zaken is altijd leading waar het de
posten en de evenementen betreft. De komende tijd zullen wij, daar waar er overlap is of
waar dingen niet helemaal synchroon lopen, de zaken gelijkschakelen. De minister en ik
vinden elkaar daarin bijna fundamenteel, zou ik willen zeggen.
22
Gesteld is dat het alleen om exportbevordering gaat. Nee, maar dat is wel een belangrijk
onderdeel. Initiatieven zoals Dutch Design, Fashion and Architecture kennen zowel een
economische als een culturele component. Er was een economische reden om naar de
Beijing International Book Fair te gaan, maar er zijn ook gesprekken geweest met
dissidenten. Het is dus breder, maar economische stimulering is inderdaad een veel sterkere
taak geworden. SICA is daar, als uitvoerende organisatie, ook veel steviger mee bezig. Dat
klopt.
De motie over visie van mevrouw Klijnsma zie ik tegemoet. Voordat zij de motie indient,
vraag ik haar echter om de junibrief nog eens goed te lezen. Als de Kamer daarin dingen
mist, zou het helpen als zij aangeeft op welk vlak zij precies nadere verwachtingen heeft. Als
alleen het woord visie valt, is dat niet genoeg. Ik kan een hele batterij ambtenaren
bezighouden met het schrijven van een visie, maar wij moeten dan natuurlijk wel proberen
om het een beetje te richten.
Over het Tropenmuseum heeft de Kamer een brief ontvangen, zo zeg ik tot mevrouw
Klijnsma. Men moet nu aan de hand van die brief aan de slag. In het eerste kwartaal van
2012 zal men dat moeten afronden. Als er weer nieuws is, krijgt de Kamer dat natuurlijk ook
te horen.
Naar aanleiding van Dutch Art Works heeft de heer Van der Ham gevraagd wat wij doen op
het gebied van stimulering van Nederlandse kunstenaars. Wij doen meer dingen op dat vlak.
Ik noem de biënnales en DDFA. Ik herhaal echter dat een initiatief dat met privaat geld is
gefinancierd, niet door de overheid moet worden overgenomen. Daarbij komt dat men een
systematiek hanteert die eerder marktverstorend is dan ondersteunend voor de Nederlandse
kunstenaars.
De voorzitter: Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van dit algemeen overleg. Ik stel
vast dat de heer Van der Ham om een VAO heeft gevraagd. Wij zullen dat aanmelden bij de
Griffie. Hij heeft zojuist gezegd dat dit na het reces mag. Ook dat zullen wij doorgeven. Ik
dank de beide bewindslieden en hun medewerkers voor hun aanwezigheid en voor de
beantwoording van de vragen van de Kamer. Ook dank ik de belangstellenden op de
publieke tribune.
1 Samenstelling:
Leden: Van der Ham (D66), Van Bochove (CDA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Ortega-
Martijn (ChristenUnie), Bosma (PVV), Jasper van Dijk (SP), Ouwehand (PvdD), Dibi
(GroenLinks), Wolbert (PvdA), ondervoorzitter, Biskop (CDA), Smits (SP), Elias (VVD),
Beertema (PVV), Dijkstra (D66), Jadnanansing (PvdA), Van Dekken (PvdA), Dijkgraaf
23
(SGP), Çelik (PvdA), Lucas (VVD), Van Klaveren (PVV), Klaver (GroenLinks), De Liefde
(VVD), Van der Werf (CDA)
Plv. leden: Koşer Kaya (D66), Ferrier (CDA), Van der Burg (VVD), Schouten (ChristenUnie),
Dille (PVV), Kooiman (SP), Thieme (PvdD), Peters (GroenLinks), Van Dam (PvdA),
Haverkamp (CDA), De Wit (SP), Hennis-Plasschaert (VVD), De Mos (PVV), Pechtold (D66),
Dijsselbloem (PvdA), Klijnsma (PvdA), Van der Staaij (SGP), Hamer (PvdA), Harbers (VVD),
Gerbrands (PVV), Sap (GroenLinks), Berckmoes-Duindam (VVD), De Rouwe (CDA)
2 Samenstelling:
Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Çörüz (CDA), Timmermans (PvdA),
Albayrak (PvdA), voorzitter, Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Eijsink (PvdA), Irrgang (SP), De
Roon (PVV), Voordewind (ChristenUnie), Pechtold (D66), ondervoorzitter, Ten Broeke
(VVD), Thieme (PvdD), Peters (GroenLinks), Kortenoeven (PVV), Bosman (VVD), Dikkers
(PvdA), El Fassed (GroenLinks), Hachchi (D66), Dijkhoff (VVD), Driessen (PVV), De Caluwé
(VVD)
Plv. leden: Van Raak (SP), Dijkgraaf (SGP), Knops (CDA), Samsom (PvdA), Recourt
(PvdA), Bruins Slot (CDA), Haverkamp (CDA), Arib (PvdA), Jasper van Dijk (SP), De Mos
(PVV), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Schouw (D66), Hennis-
Plasschaert (VVD), Ouwehand (PvdD), Sap (GroenLinks), Wilders (PVV), Leegte (VVD),
Heijnen (PvdA), Braakhuis (GroenLinks), Van Veldhoven (D66), Taverne (VVD), Bontes
(PVV), Mulder (VVD)
