donderdag 17 mei 2012

Informatie- en communicatietechnologie (ICT); Brief regering; Aanpak implementatie van de webrichtlijnen bij gemeenten

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010–2011 26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT) Nr. 175 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 maart 2011 Tijdens het Algemeen Overleg van 17 februari 2011 over ICT-projecten bij de rijksoverheid heb ik de Kamer een brief toegezegd over de implemen- tatie van de webrichtlijnen bij gemeenten. In dit Algemeen Overleg is door meerdere woordvoerders (Heijnen, Bruins Slot en Janssen) gevraagd om wetgeving teneinde een snelle implementatie van de webrichtlijnen bij gemeenten te verzekeren. Ik onderschrijf de urgentie van implementatie van de webrichtlijnen door overheidsorganisaties, maar acht wetgeving niet het aangewezen middel om dit doel te bereiken. In deze brief licht ik toe op welke wijze de implementatie van de webricht- lijnen zal worden gerealiseerd bij zowel gemeenten als het Rijk en waarom wetgeving achterwege kan blijven. Bestuurlijke afspraken met gemeenten De implementatie van webrichtlijnen maakt onderdeel uit van een breder programma: het nationaal uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-overheid (NUP). Op dit moment wordt het NUP samen met de andere overheden nader uitgewerkt. Het is de bedoeling om in het komend bestuurlijk overleg van april onder meer afspraken te maken over extra ondersteuning en financiering van de implementatie van NUP-e-overheid- bouwstenen door gemeenten. Aan deze afspraken zullen resultaatsver- plichtingen worden gekoppeld. In mei zal ik de Kamer informeren over het NUP, zoals ik tijdens het AO van 17 februari 2011 reeds heb toegezegd, over deze bestuurlijke afspraken, alsmede over mijn eigen overige ambities met betrekking tot het NUP. kst-26643-175 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2011 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 26 643, nr. 175 1 Inspanningen van gemeenten Het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING) heeft onlangs een onderzoek uitgevoerd naar de implementatie van de de e-overheid- bouwstenen door gemeenten. Daaruit blijkt dat alle gemeenten op dit moment bezig zijn met de implementatie van de webrichtlijnen en deze voor een belangrijk deel laten samenvallen met het moment waarop zij nieuwe investeringen in hun content-management-systeem (CMS) doen. Mijn ministerie zal deze voortgang monitoren. Aanpak websites van de rijksoverheid Het ministerraadsbesluit1 inzake de implementatie van de webrichtlijnen bij de rijksoverheid is in uitvoering. Zowel in de Voorlichtingsraad als in het interdepartementaal CIO-overleg spreek ik de vertegenwoordigers van de ministeries aan op hun eigen verantwoordelijkheid voor de implemen- tatie van de webrichtlijnen bij de rijksoverheidswebsites. Wetgeving Enkele belangrijke e-overheidsvoorzieningen zijn bij wet geregeld. Het gaat dan om voorzieningen waar het meedoen van álle overheden een noodzakelijke voorwaarde is voor het functioneren en slagen van de desbetreffende voorziening. Aansluiting op en onderhoud van de basisregistraties, zoals de Wet GBA, is hiervan een goed voorbeeld. De implementatie van de webrichtlijnen is van een andere orde. Er zijn geen onderlinge afhankelijkheden. Wetgeving is niet de enige weg om het doel te bereiken en daarom niet noodzakelijk. Er zijn andere, effectievere én snellere methoden om tot implementatie te komen. Een wetgevingstraject vergt een zorgvuldige voorbereiding, een dragende motivering waarom het doel niet met andere middelen kan worden bereid en vergt een lange procedure in verband met de advisering door de Raad van State en de behandeling in de Tweede en de Eerste Kamer. Wetgeving draagt bovendien het risico met zich dat het proces van implementatie wordt vertraagd in plaats van versneld omdat betrokkenen zich eerst duidelijkheid willen omtrent de verplichtingen die de wet hen oplegt, de kosten die dat meebrengt en de compensatie die zij daarvoor ontvangen (art. 2 Financiële-verhoudingswet). Internationale context De Nederlandse situatie is niet uniek. De Europese Commissie heeft met de lidstaten de afspraak gemaakt dat vóór 2010 alle publieke websites toegankelijk2 zijn. Deze doelstelling is EU breed niet gerealiseerd, ook niet in landen waar wél nationale wetgeving is ingevoerd3. Op dit moment maakt de Europese Commissie een impact analyse over de verschillende mogelijkheden om wel de doelstellingen te behalen. Deze mogelijkheden variëren van doorgaan op dezelfde weg (faciliteren en stimuleren) tot wetgeving. De resultaten van deze impact analyse worden medio juni dit jaar verwacht. Graag wacht ik deze resultaten af alvorens te overwegen of eventueel aanvullende acties in Nederland nodig zijn. 1 Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites (2006). Het onderzoek van KING toont aan dat gemeente zelf forse ambities 2 «All public sites to comply with the Web hebben op het terrein van de webrichtlijnen. Deze plannen, gecombineerd Content Accessibility Guidelines 1.0, which is especially important for disabled people.» met de concrete en handhaafbare ambities van het NUP, staven de 3 Bijv. Italië, waar ondanks wetgeving slechts verwachting dat gemeenten de webrichtlijnen zelf sneller in zullen voeren 4% strik aan de wetgeving voldoet en 15% ten dan dat wetgeving geëffectueerd kan worden. dele. (gegevens uit onderzoek 2008: http://ec.europa.eu/information_society/ activities/einclusion/library/studies/docs/ De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, access_comply_annex2.pdf, pagina 14). J. P. H. Donner Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 26 643, nr. 175 2

Powered by League of Brilliance