- Personen
- Publicaties
-
Organisaties
- Adviescolleges
- Colleges
- Deelgemeentes
- Diensten en agentschappen
- Gemeentes
- Hoog college van Staat
- Koepelorganisaties
- Ministeries
- Openbaar lichaam voor bedrijf en beroep
- Politiekorpsen
- Provincies
- Rechterlijke Macht
- Regering
- Regionale samenwerkingsorganen
- Staten-Generaal
- Waterschappen
- Zelfstandige Bestuursorganen
- Partijen
- Tweets
- Nieuws
Informatie- en communicatietechnologie (ICT); Brief regering; Aanpak implementatie van de webrichtlijnen bij gemeenten
| Datum publicatie: | 2011-03-08 |
| Datum uitgifte: | 2011-03-03 |
| Organisaties: | |
| Indieners: |
|
| Dossier: |
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2010–2011
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 175 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN
KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2011
Tijdens het Algemeen Overleg van 17 februari 2011 over ICT-projecten bij
de rijksoverheid heb ik de Kamer een brief toegezegd over de implemen-
tatie van de webrichtlijnen bij gemeenten.
In dit Algemeen Overleg is door meerdere woordvoerders (Heijnen,
Bruins Slot en Janssen) gevraagd om wetgeving teneinde een snelle
implementatie van de webrichtlijnen bij gemeenten te verzekeren. Ik
onderschrijf de urgentie van implementatie van de webrichtlijnen door
overheidsorganisaties, maar acht wetgeving niet het aangewezen middel
om dit doel te bereiken.
In deze brief licht ik toe op welke wijze de implementatie van de webricht-
lijnen zal worden gerealiseerd bij zowel gemeenten als het Rijk en
waarom wetgeving achterwege kan blijven.
Bestuurlijke afspraken met gemeenten
De implementatie van webrichtlijnen maakt onderdeel uit van een breder
programma: het nationaal uitvoeringsprogramma dienstverlening en
e-overheid (NUP). Op dit moment wordt het NUP samen met de andere
overheden nader uitgewerkt. Het is de bedoeling om in het komend
bestuurlijk overleg van april onder meer afspraken te maken over extra
ondersteuning en financiering van de implementatie van NUP-e-overheid-
bouwstenen door gemeenten. Aan deze afspraken zullen resultaatsver-
plichtingen worden gekoppeld.
In mei zal ik de Kamer informeren over het NUP, zoals ik tijdens het AO
van 17 februari 2011 reeds heb toegezegd, over deze bestuurlijke
afspraken, alsmede over mijn eigen overige ambities met betrekking tot
het NUP.
kst-26643-175
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2011 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 26 643, nr. 175 1
Inspanningen van gemeenten
Het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten (KING) heeft onlangs een
onderzoek uitgevoerd naar de implementatie van de de e-overheid-
bouwstenen door gemeenten. Daaruit blijkt dat alle gemeenten op dit
moment bezig zijn met de implementatie van de webrichtlijnen en deze
voor een belangrijk deel laten samenvallen met het moment waarop zij
nieuwe investeringen in hun content-management-systeem (CMS) doen.
Mijn ministerie zal deze voortgang monitoren.
Aanpak websites van de rijksoverheid
Het ministerraadsbesluit1 inzake de implementatie van de webrichtlijnen
bij de rijksoverheid is in uitvoering. Zowel in de Voorlichtingsraad als in
het interdepartementaal CIO-overleg spreek ik de vertegenwoordigers van
de ministeries aan op hun eigen verantwoordelijkheid voor de implemen-
tatie van de webrichtlijnen bij de rijksoverheidswebsites.
Wetgeving
Enkele belangrijke e-overheidsvoorzieningen zijn bij wet geregeld. Het
gaat dan om voorzieningen waar het meedoen van álle overheden een
noodzakelijke voorwaarde is voor het functioneren en slagen van de
desbetreffende voorziening. Aansluiting op en onderhoud van de
basisregistraties, zoals de Wet GBA, is hiervan een goed voorbeeld. De
implementatie van de webrichtlijnen is van een andere orde. Er zijn geen
onderlinge afhankelijkheden. Wetgeving is niet de enige weg om het doel
te bereiken en daarom niet noodzakelijk. Er zijn andere, effectievere én
snellere methoden om tot implementatie te komen.
Een wetgevingstraject vergt een zorgvuldige voorbereiding, een dragende
motivering waarom het doel niet met andere middelen kan worden bereid
en vergt een lange procedure in verband met de advisering door de Raad
van State en de behandeling in de Tweede en de Eerste Kamer. Wetgeving
draagt bovendien het risico met zich dat het proces van implementatie
wordt vertraagd in plaats van versneld omdat betrokkenen zich eerst
duidelijkheid willen omtrent de verplichtingen die de wet hen oplegt, de
kosten die dat meebrengt en de compensatie die zij daarvoor ontvangen
(art. 2 Financiële-verhoudingswet).
Internationale context
De Nederlandse situatie is niet uniek. De Europese Commissie heeft met
de lidstaten de afspraak gemaakt dat vóór 2010 alle publieke websites
toegankelijk2 zijn. Deze doelstelling is EU breed niet gerealiseerd, ook niet
in landen waar wél nationale wetgeving is ingevoerd3. Op dit moment
maakt de Europese Commissie een impact analyse over de verschillende
mogelijkheden om wel de doelstellingen te behalen. Deze mogelijkheden
variëren van doorgaan op dezelfde weg (faciliteren en stimuleren) tot
wetgeving. De resultaten van deze impact analyse worden medio juni dit
jaar verwacht. Graag wacht ik deze resultaten af alvorens te overwegen of
eventueel aanvullende acties in Nederland nodig zijn.
1
Besluit Kwaliteit Rijksoverheidswebsites
(2006). Het onderzoek van KING toont aan dat gemeente zelf forse ambities
2
«All public sites to comply with the Web
hebben op het terrein van de webrichtlijnen. Deze plannen, gecombineerd
Content Accessibility Guidelines 1.0, which is
especially important for disabled people.» met de concrete en handhaafbare ambities van het NUP, staven de
3
Bijv. Italië, waar ondanks wetgeving slechts verwachting dat gemeenten de webrichtlijnen zelf sneller in zullen voeren
4% strik aan de wetgeving voldoet en 15% ten dan dat wetgeving geëffectueerd kan worden.
dele. (gegevens uit onderzoek 2008:
http://ec.europa.eu/information_society/
activities/einclusion/library/studies/docs/ De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
access_comply_annex2.pdf, pagina 14). J. P. H. Donner
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 26 643, nr. 175 2
