- Personen
- Publicaties
-
Organisaties
- Adviescolleges
- Colleges
- Deelgemeentes
- Diensten en agentschappen
- Gemeentes
- Hoog college van Staat
- Koepelorganisaties
- Ministeries
- Openbaar lichaam voor bedrijf en beroep
- Politiekorpsen
- Provincies
- Rechterlijke Macht
- Regering
- Regionale samenwerkingsorganen
- Staten-Generaal
- Waterschappen
- Zelfstandige Bestuursorganen
- Partijen
- Tweets
- Nieuws
Grondstoffenvoorzieningszekerheid; Brief regering; Aanbieding Grondstoffennotitie
| Datum publicatie: | 2011-07-26 |
| Datum uitgifte: | 2011-07-15 |
| Organisaties: | |
| Indieners: |
|
| Dossier: |
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2010–2011
32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid
Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN
ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE EN DE
STAATSSECRETARISSEN VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU EN
VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juli 2011
Gaarne bieden wij u in bijlage de grondstoffennotitie van het Kabinet aan.
Deze is opgesteld in antwoord op de motie van de leden Nicolai-Ormel
(32 500 V, nr. 81) en conform de toezegging van de Staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken op motie nr.32 599 V, nr. 39 van het lid El Fassed c.s
(verworpen), bieden wij u in bijlage – mede namens de Staatssecretaris
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie –. Deze notitie is ook in
de geest van de motie van de leden Ferrier-Dikkers (32 500 V, nr. 35)
opgesteld, waarin de regering wordt opgeroepen coherentie voor
duurzame ontwikkeling in de praktijk vorm te geven door rekening te
houden met de belangen van ontwikkelingslanden bij het Nederlandse
streven naar grondstofzekerheid. Hierover volgt separaat nog een brief
met een praktische beleidsagenda voor globalisering, waar coherentie
voor ontwikkeling een integraal onderdeel van zal uitmaken.
Grondstoffen vormen de basis van veel menselijk handelen. Toenemende
schaarsten stellen de wereld dan ook voor grote uitdagingen. Mede door
een groeiende wereldbevolking neemt de druk op land, milieu en
biodiversiteit toe. De draagkracht van de aarde om te voorzien in
hernieuwbare grondstoffen wordt bovendien nu reeds overschreden.
Schaarste komt verder voort uit gebrekkige toegang tot grondstoffen door
politieke obstakels, criminaliteit, conflict of ontoereikende infrastructuur in
brongebieden, speculatie en ontoereikende investering in de diversificatie
van het aanbod. Daarbij staat vast dat schaarsten de inwoners van minst
ontwikkelde landen het hardst zullen raken (FAO 2008). Dit kan leiden tot
honger en ondervoeding, maar tevens andere ongewenste neveneffecten
teweeg brengen als conflict, regionale instabiliteit en dientengevolge ook
interregionale migratie.
Grondstoffenvoorziening is in eerste instantie een eigen verantwoorde-
lijkheid van bedrijven. Bovenstaande ontwikkelingen vragen echter ook
kst-32852-1
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2011 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 1
om een adequate reactie en bijdrage van de overheid. De bijgevoegde
grondstoffennotitie markeert een «kick off» van een integraal Nederland
grondstoffenbeleid en brengt lopende initiatieven in kaart, stemt ze af en
agendeert knelpunten en kansen.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal
De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M. J. M. Verhagen
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
H. P. M. Knapen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 2
Grondstoffennotitie
Inhoudsopgave
Samenvatting 3
Aanleiding en analyse 3
Oplossingsrichtingen 3
Introductie 4
Hoofdstuk 1 Analyse 5
Vraag, aanbod en schaarste 5
Multipolair systeem 6
De draagkracht van de aarde 7
Investeren in duurzaamheid als kans 7
Nederlandse grondstoffensituatie 7
Afhankelijkheid topsectoren van grondstoffen 8
Zeldzame aardmetalen 9
Hoofdstuk 2 Naar een Nederlandse grondstoffenvoorzienings-
zekerheidsstrategie 9
Van analyse naar strategie 9
Rol van de Nederlandse overheid 9
Vrijhandel en open systeem 10
EU 10
Bilateraal beleid en strategische partnerschappen 11
Grondstoffenschaarste als kans 11
Ontwikkelingssamenwerking 12
Hoofdstuk 3 Actiepunten 13
Agenda 1: Aanbod 13
Agenda 2: Vraag 14
Agenda 3: Efficiënt en duurzaam gebruik 14
Literatuurlijst 15
Samenvatting
Aanleiding en analyse
Met een groeiende wereldbevolking en een daaraan gekoppelde toene-
mende vraag naar grondstoffen, neemt het risico van mondiale overex-
ploitatie toe en komt het natuurlijk kapitaal als basis voor onze grondstof-
fenproductie in potentie in gevaar. De uitdaging om grondstoffen op de
juiste tijd en plaats voorhanden te hebben, is vooral een combinatie van
politieke, financiële, technologische, milieu- en sociale factoren, die zich
doorgaans manifesteren als vormen van schaarsten1. Prijzen stijgen al
enige tijd, in afwijking van een jarenlange neerwaartse trend2. Ook zijn er
signalen dat de transparantie van de handel en het regulerend vermogen
van de markt teruglopen. Staatsbemoeienis met grondstoffenvoorzie-
ningszekerheid neemt daarentegen mondiaal toe. Dergelijke verstoringen
veroorzaken een situatie waarbij aanbod achter blijft bij de vraag,
waardoor natuurlijke prijsschommelingen en de zorgen van het bedrijfs-
leven over voldoende beschikbaarheid van grondstoffen voor hun
productieproces worden versterkt.
Men mag concluderen dat in deze multipolaire wereld grondstoffenvoor-
zieningszekerheid ook voor Nederland in zekere mate een economisch en
veiligheidsbelang is geworden. Reden voor het Kabinet om naast de
bevordering van Europees beleid, ook nationale beleidsvorming te
stimuleren. Deze grondstoffennotitie is daartoe de aanzet. De hierbij
1
World Economic Forum gekozen benadering is integraal: zowel a-biotische grondstoffen als
2
IMF, HCSS biotische grondstoffen worden belicht. Verder is voorzieningszekerheid
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 3
voor de Nederlandse economie het primaire uitgangspunt, waarbij lange
termijn duurzaamheid is opgenomen als expliciete voorwaarde om deze
te kunnen blijven garanderen. Duurzaamheid in termen van people, planet
and profit
Het Kabinet zet primair in op het in stand houden van het open handels-
systeem. Vrijhandel is immers cruciaal voor Nederland als belangrijk
doorvoerland. Ook wordt de grondstoffenschaarste als expliciete kans
gezien. Het Kabinet wil innovatie, hergebruik en substitutie stimuleren
opdat Nederland in Europa hierop een leidende rol kan spelen. Dit kan een
versterkend effect hebben op de economie en onze handelspositie.
Oplossingen worden Europees gezocht waar mogelijk en nationaal waar
nodig. Deze notitie sluit aan bij de Nederlandse inzet in het EU-flagship for
a Resource Efficient Europe en bij de mededeling van de Europese
Commissie over Raw materials and commodity markets.
Oplossingsrichtingen
Bij het formuleren van de oplossingsrichtingen is het Kabinet ervan
uitgegaan dat het bedrijfsleven primair aan zet is en dat de overheid
vooral kan faciliteren, stimuleren, kaders stellen en coördineren. Voorts
zijn drie agenda’s uitgewerkt:
Agenda 1: het aanbod veiligstellen, vergroten en verduurzamen
Agenda 2: de vraag beperken en waar mogelijk verduurzamen
Agenda 3: het gebruik van grondstoffen efficiënter en duurzamer maken
Introductie
Onze economie is afhankelijk van grondstoffen. Als de beschikbaarheid in
gevaar komt kan dit leiden tot onvoorspelbare fluctuaties in prijs en
kwaliteit. Onder invloed van verschuiving van (economische) machtsver-
houdingen lopen de Nederlandse economie en de concurrentiepositie
mogelijk gevaar. Mondiale spanningen nemen toe naarmate de belangen
van de geïndustrialiseerde landen, opkomende economieën en grond-
stoffen producerende landen verder op gespannen voet met elkaar komen
te staan. Deze spanningen kunnen in potentie de vrede en veiligheid in de
wereld bedreigen. De afhankelijkheid van grondstoffen heeft daarnaast
zijn weerslag op mens, klimaat, biodiversiteit en milieu, wat eveneens een
directe bedreiging van onze welvaart en ons welzijn kan betekenen.
Het is daarom van belang potentiële risico’s ten aanzien van onze
grondstoffenvoorziening vast te stellen. Op die risico’s moet Nederland
anticiperen, opdat de economie en concurrentiekracht op peil blijven. Dit
vereist dat bewuster met de grondstofvoorziening wordt omgegaan en
dat daarbij rekening wordt gehouden met economische, geopolitieke en
maatschappelijke uitdagingen. Uitdagingen die bovendien het Neder-
landse bedrijfsleven kansen biedt. Tot deze uitdagingen behoort ook dat,
vanuit het oogpunt van beleidscoherentie voor ontwikkeling, onze
grondstofvoorziening geen negatief effect heeft op en bijdraagt aan de
stabiliteit en duurzame economische groei van ontwikkelingslanden.
Deze notitie markeert de «kick-off» van een integraal Nederlands
grondstoffenbeleid. Reeds lopende initiatieven zijn in kaart gebracht en op
elkaar afgestemd; de belangrijkste knelpunten en kansen geagendeerd.
Ook noemt de brief een aantal actielijnen die reeds lopen of op korte
termijn in gang zullen worden gezet. Daarnaast worden stappen aange-
kondigd die nodig zijn om het inzicht in de grondstoffenproblematiek – en
de rol van de overheid daarin – te vergroten.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 4
Vanwege het mondiale karakter van het grondstoffenvraagstuk zijn de
mogelijkheden om met nationale beleidsoplossingen te komen beperkt.
Daarom is het credo: Europees waar mogelijk, nationaal waar nodig en
waar het kansen biedt. Het Nederlandse beleid sluit dus zoveel mogelijk
aan bij lopende Europese trajecten. Daar waar nodig zal in bilateraal of
breder multilateraal kader worden opgetrokken. De brief biedt een
uitgelezen mogelijkheid voort te bouwen op de aanbevelingen van de
Europese Commissie (Raw Materials Initiative) en in te spelen op het
grondstoffenbeleid van belangrijke handelspartners. Op nationaal niveau
zal het Kabinet op verzoek van het bedrijfsleven en in samenspraak met
kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties zoeken naar
mogelijkheden om belemmeringen weg te nemen, de zoektocht naar
substituten te stimuleren en kansen die verduurzaming van de
maatschappij biedt te verzilveren.
In deze notitie is vanwege de wederzijds versterkende effecten op
economisch potentieel, groei, werkgelegenheid en de wenselijkheid om
groei in balans te brengen met de draagkracht van de aarde, gekozen voor
een integrale benadering van a-biotische (ertsen en industriële mineralen)
en biotische (bijv. soja, palmolie) grondstoffen.1 Bovendien zijn beide
stromen van belang om onze positie als doorvoerland en verwerker van
grondstoffen te verstevigen; zijn oorzaken en gevolgen van schaarsten in
beide grondstoffenstromen onlosmakelijk met elkaar verbonden2 en
vormen biotische grondstoffen in toenemende mate potentiële substi-
tuten voor a-biotische grondstoffen.
Met de gepropageerde integrale aanpak voldoet deze grondstoffenbrief
aan de motie Nicolaï-Ormel (32500V81), ingediend tijdens de begrotings-
behandeling Buitenlandse Zaken op 15 december 2010. De motie vraagt
het Kabinet een integrale notitie op te stellen over grondstoffenzekerheid,
1
De EU, VN, OESO, G20, Frankrijk en het waarin wordt aangegeven hoe die zal worden bevorderd. Daarbij vraagt
Verenigd Koninkrijk kiezen voor eenzelfde de motie aandacht voor de grondstoffen producerende ontwikkelings-
benadering. landen3 en een beschrijving van de noodzakelijke bijstellingen in het
2
PBL: Scarcity in a sea of Plenty (2011) en nationaal en Europees buitenlands beleid en het nationaal economisch
UNEP: Decoupling natural resource use and
environmental impacts from economic growth beleid.4
(2011).
3
Corruptiebestrijding, duurzame extractie, Grondstoffen hebben kenmerken van Global Public Goods.5 Omwille van
versterking van het lokaal bestuur en de focus blijven deze – anders dan als algemene context – grotendeels
transparantie van financiële stromen, mede
met het oog op de concurrentiepositie van het buiten beschouwing. Dit geldt in het bijzonder voor de thema’s water en
Nederlandse bedrijfsleven. voedselzekerheid, waarvoor al beleid is uitgewerkt.6 Hetzelfde geldt voor
4
Met betrekking tot substitutie, diversificatie fossiele energetische grondstoffen (olie voor de chemie)7 en bouwgrond-
en recycling. stoffen.8 Deze laatste worden vooral lokaal en regionaal verhandeld,
5
Met GPG’s of mondiale publieke goederen
wordt gedoeld op al die grensoverschrijdende waardoor een deel van de analyse in deze notitie niet opgaat.
mondiale goederen en diensten waarbij de
marktwerking niet perfect is en internationale Deze grondstoffenstrategie sluit voorts op onderdelen aan op het beleid in
samenwerking nodig is om een stabiele
kader van de duurzaamheidsagenda9, de topsectoren en het ontwikke-
mondiale voorziening in die goederen of
diensten veilig te stellen. Andere GPG’s zijn lingssamenwerkingbeleid (OS basis- en focusbrief).
onder meer een stabiel klimaat, toegang tot
energie en water en effectieve «governance» Hoofdstuk 1 Analyse
van deze GPG’s.
6
Focusbrief OS.
7
Fossiele energetische grondstoffen in de Vraag, aanbod en schaarste
nota: «Naar een nieuw kader voor interna-
tionale energierelaties» (01/2011). Voor een open, concurrerende en innoverende economie als de Neder-
8
Beleid voor bouwgrondstoffen is vastgelegd
landse, is een stabiele toevoer van grondstoffen van groot belang. Deze
in de «Nota Ruimte» (2006), paragraaf 4.8). Dit
beleid wordt herbevestigd in de ontwerp ambitie is als prioriteit opgenomen in het regeerakkoord en de Tweede
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2011). Kamer vraagt hier eveneens aandacht voor.10 Echter, de beschikbaarheid
9
Voor Prinsjesdag zal het Kabinet een van economisch winbare grondstoffen is op de (middel)lange termijn niet
duurzaamheidsagenda aan de Kamer
meer per definitie vanzelfsprekend. De wereldwijde vraag naar grond-
toezenden.
10
Onder meer motie Nicolaï/Ormel stoffen stijgt door de sterke groei van de wereldbevolking en de welvaart.
(32500V81). Het aanbod blijft daarbij achter, waardoor de prijs van grondstoffen stijgt,
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 5
speculatie in de hand wordt gewerkt en schaarste toeneemt. Het is geen
vaststaand gegeven dat op termijn het aanbod de vraag kan bijhouden.
Indien deze ontwikkelingen zich doorzetten, zal ook Nederland als
verbruiker en als belangrijk doorvoerland hiervan negatieve gevolgen
kunnen ondervinden. De wijze waarop nu in de stijgende vraag wordt
voorzien, overschrijdt bovendien de draagkracht van de aarde, waardoor
de productiebasis van grondstoffen in gevaar komt. Omdat mag worden
aangenomen dat de wereldbevolking rond 2050 naar 9 miljard mensen zal
zijn gegroeid, wordt het een uitdaging om in hun behoeften te voorzien op
een manier die mondiaal welvaart brengt én tegelijkertijd de druk op het
milieu doet afnemen.
Van directe fysieke schaarste van a-biotische en biotische grondstoffen is
op dit moment geen sprake. Voor de afzienbare toekomst zijn er
voldoende bewezen voorraden van de meeste belangrijke a-biotische
grondstoffen. Bovendien zijn grote delen van de (diepere) aardkorst nog
nauwelijks onderzocht op potentieel significante nieuwe voorraden. De
trend is echter dat de zuiverheid van veel ertsen afneemt en dat er
ondanks schaalvergroting, verhoogde efficiency en innovatie, steeds meer
water en elektriciteit nodig zijn voor de winning.
Grondstoffenschaarste heeft vaker nog economische oorzaken. Omdat
grondstoffenmarkten niet altijd goed functioneren1 en door de toename in
vraag, zijn de afgelopen 10 jaar gemiddeld de prijzen gestegen. Grond-
stoffenmarkten kennen vertraagde aanpassingsmechanismen door
bijvoorbeeld de benodigde aanlooptijd voor het opstarten van mijnen en
het verhogen van landbouwproductie, wat kan leiden tot tijdelijke extra
schaarste. Dit leidt weer tot onzekerheid over de beschikbaarheid van
grondstoffen en plotselinge toename van prijsvolatiliteit, met een (vaak
negatieve) spiraal van intensievere overheidsbemoeienis met grondstof-
fenvoorzieningszekerheid als gevolg.
Bij biotische grondstoffen leiden steeds kleiner wordende oogsten tot
prijsstijgingen en afname van de beschikbaarheid. Verminderde
landbouwproductiviteit is onder andere te wijten aan klimaatverandering
(zowel toenemende droogte als overstromingen) en overexploitatie.
Multipolair systeem
De geopolitieke situatie is aan sterke veranderingen onderhevig. De
wereld wordt complexer en minder overzichtelijk en internationale
afspraken en regels worden vaker genegeerd. Dat ons Westerse norma-
tieve kader bepalend blijft, is niet langer een vanzelfsprekendheid nu
niet-westerse landen en regio’s aan economische en politieke macht
winnen. Een toenemend aantal staten -vaak, maar niet uitsluitend meer
staatskapitalistische economieën – nemen maatregelen om hun grond-
stoffenvoorziening zeker te stellen. Het creëren van strategische
voorraden, proactieve acquisitie door (semi)staatsbedrijven, exportres-
tricties en «landgrabbing» zijn maatregelen die de grondstoffenmarkten
onder druk zetten en een belemmering vormen voor de vrijhandel.
Ook worden grondstoffen gepolitiseerd voor het bereiken van buiten-
landse economische en politieke doelstellingen, bijvoorbeeld door
uitsluiting van levering bij conflicten, als politiek wisselgeld in interna-
tionale fora of voor het verkrijgen van investeringen, leningen en
handelspreferenties.
1
Zoals monopolievorming, het ontbreken van
openbare handelsplatformen, overheidsinter-
venties uit opkomende economieën, machts-
concentratie bij leveranciers.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 6
Internationaal groeit de steun voor het maken van afspraken die minimum
eisen stellen aan het tegengaan van negatieve consequenties van de wijze
van productie van grondstoffen. De recentelijk herziene OESO richtlijnen
voor multinationals en de OESO Due Diligence richtlijnen zijn hiervan
voorbeelden.1 Deze trend bevordert dat internationaal opererende
bedrijven meer rekening gaan houden met mensenrechten, arbeids-
rechten en het milieu.
De draagkracht van de aarde
Niet-duurzame consumptie en productie, en toenemend gebruik van
grondstoffen veroorzaken afname van de veerkracht van de aarde om in
(hernieuwbare) grondstoffen te voorzien.
Bij biotische grondstoffen speelt bovendien de concurrentie om land
tussen belangrijke ecosystemen, voedselproductie, productie van
biobrandstoffen, hout, vezels en dergelijke een wezenlijke rol. Dit kan tot
sociale problemen in productielanden leiden en tot risico’s voor de
economie van importerende landen. Duurzaam gebruik van grondstoffen
vereist dat rekening wordt gehouden met de gevolgen in termen van
people, planet en profit, zodat dit gebruik ook op langere termijn kan
worden voortgezet, zonder afwenteling van negatieve aspecten op milieu
en biodiversiteit, op andere regio’s in de wereld of toekomstige
generaties. Bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn zich steeds
meer bewust dat duurzaamheid noodzaak is voor economische ontwik-
keling op langere termijn. Mondiaal opererende bedrijven passen hierop
hun strategieën aan en vragen om kader- en randvoorwaardenstellend
beleid om duurzame transities te versnellen en de eigen concurrentiepo-
sitie te versterken. In verschillende sectoren zijn Nederlandse multinati-
onals hierbij mondiaal smaakmakend.
Investeren in duurzaamheid als kans
Het dient benadrukt te worden dat er naast risico’s ook expliciete kansen
zijn. Waar toegang tot schaarsere grondstoffen moeizamer wordt, neemt
het belang van hergebruik en substitutie immers toe. Innovatie is hierbij
een sleutelwoord. De Nederlandse economie is goed gepositioneerd om
op dit punt kansen te verzilveren en de groeiende wereldwijde grondstof-
fenschaarste om te zetten in een comparatief voordeel. Nederland heeft
een centrale positie in Europa en een goed ontwikkelde infrastructuur
voor recycling. Ook zet Nederland reeds in op transformatie naar een
biobased economy gekoppeld aan duurzaamheids-randvoorwaarden. Dit
maakt dat Nederland (mits innovatie wordt gestimuleerd) op het gebied
van hergebruik en substitutie een leidinggevende rol in Europa kan
spelen. Daarnaast zijn er kansen ten aanzien van de primaire productie
van grondstoffen omdat Nederland een toonaangevende positie inneemt
binnen de offshore grondstoffenwinning.
1
OECD Due Diligence Guidance for Responsi- Nederlandse grondstoffensituatie
ble Supply Chain of Materials from Conflict-
Affected and High Risk Areas.
2 De Europese Unie heeft 41 a-biotische grondstoffen beoordeeld op hun
zeldzame aardmetalen, platina metalen
groep, germanium, magnesium, antimoon, korte termijn belang voor de Europese economie. Veertien2 bleken kritisch
gallium, indium, beryllium, kobalt, tantaal, vanwege een hoog economisch belang voor de Europese industrie
fluorspar, grafiet, niobium, wolfraam. gecombineerd met een hoog voorzieningsrisico. Hieronder vallen
3
TNO en het CBS hebben aangegeven dat
bijvoorbeeld ook zeldzame aardmetalen (zie kader op pagina 9). Vrijwel
voor de Nederlandse economie vooral de
productgroepen glas en bouwmaterialen, alle benodigde a-biotische grondstoffen worden door Nederland
basismetalen, metaalproducten, machinerie geïmporteerd.3 De Regering gaat in haar analyses vooralsnog uit van de
en installaties, kantoormeubelen en compu- 41 door de EU geïdentificeerde grondstoffen, aangevuld met fosfaat, goud
ters, elektronische machines, medisch,
en tin. Nationale prioriteiten ten aanzien van a-biotische grondstoffen zijn
precisie en optische gereedschap, auto’s,
ander transport en elektriciteit en gas echter nog niet definitief opgesteld. Dit vereist een nadere analyse van
afhankelijk zijn van kritische grondstoffen. bedrijfs- en (top)sectoren die in de komende maanden zal worden
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 7
uitgevoerd. Zie voor een eerste indicatie het kader «Afhankelijkheid van
topsectoren van grondstoffen» op pagina 9.
Voor biotische grondstoffen bestaat nog geen Europese prioriteitsstelling.
Voor consumptie en industriële verwerking zijn importen van biotische
grondstoffen onomstotelijk cruciaal. Nederland heeft de keuze t.a.v.
biotische grondstoffen in het kader van het Beleidsprogramma Biodiver-
siteit (2008) en het Initiatief Duurzame Handel (IDH) de facto al wel
gemaakt, uitgaande van de criteria «belang voor de Nederlandse
economie» en «duurzaamheid». Toegang tot en verduurzaming van hout,
soja, palmolie, vis(meel), veen, cacao, koffie en specerijen blijft ook de
komende jaren cruciaal voor de Nederlandse concurrentiepositie binnen
de topsectoren Agro-Food, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, Water,
Energie en Chemie.
Los van de nog nader te bepalen directe afhankelijkheidsgraad van ruwe
grondstoffen staat vast dat Nederland een belangrijk doorvoerland is van
zowel biotische als a-biotische grondstoffen. Logistiek, invoer en uitvoer,
zijn essentiële onderdelen van de Nederlandse economie. Een minder
open markt voor grondstoffen kan daarom directe gevolgen voor de
Nederlandse economie hebben. Op het vlak van a-biotische grondstoffen
voor de eigen industrie is Nederland vooral een grote importeur van
halffabricaten, niet zozeer van ruwe grondstoffen1. Daarnaast heeft ons
land een relatief kleine maar technologisch hoogwaardige industrie; een
belangrijke agrosector die 10% van de werkgelegenheid genereert en die
een grote afhankelijkheid kent van de import van biotische grondstoffen
voor menselijke consumptie en veevoer. Veel Nederlandse grote
multinationals hebben banden met biotische en a-biotische grondstofpro-
ducenten. Binnen de Europese Unie is er geen land van vergelijkbaar
formaat met een vergelijkbare positie in de internationale grondstoffen-
stromen.
Afhankelijkheid topsectoren van grondstoffen
Topsector Voorbeelden van gerelateerde producten en grondstoffen
Agro-Food Fosfaat voor kunstmest, soja voor veevoeder, palmolie, cacao, koffie,
specerijen, vis(meel)
Tuinbouw en Veen als substraat t.b.v. plant veredeling en kweek
uitgangsmaterialen
High Tech Germanium in optische kabels en optische infrarood technologieën;
materialen en cerium in computers; antimoon, niobium en tantaal in microcondensato-
systemen ren; ijzererts, cokes, injectiekolen, tin en zinkertsen voor staal; bauxiet/
aluinaarde voor aluminium; zilver, goud en koper voor elektronische
apparatuur; wolfraam, niobium, vanadium, nikkel, mangaan en chroom
voor speciale staalsoorten.
Energie Neodymium, dysprosium en samarium in permanent-magneten; indium,
gallium, seleen en telluur in zonnecellen; platina in brandstofcellen;
europium, yttrium, gallium en indium in LED-verlichting; lithium, kobalt
en zeldzame aardmetalen in batterij-technologie; biomassa voor
energieopwekking
Logistiek Lithium en neodymium in elektrische auto’s; kobalt en samarium in hoge
snelheidstreinen; scandium-legeringen in lichtgewicht vliegtuigframes;
magnesium voor metaallegeringen in auto’s; platina, palladium en
rhodium in auto-uitlaatgaskatalysatoren;
Creatieve industrie Niobium, antimoon en tantaal in computerchips; zeldzame aardmetalen
zoals yttrium-, europium, terbium en indium in LCD-technologie
Life-sciences Tantaal in medische technologie
Chemie Platina en palladium in katalysatoren; kobalt in synthetische brandstof;
zeldzame aardmetalen als katalysatoren
Water Palladium voor ontzilting; hout voor damwanden, steigers en meerpalen
1
Voor de staalproductie en -industrie worden
wel ruwe grondstoffen geïmporteerd.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 8
Zeldzame aardmetalen
TNO heeft met CE Delft in navolging op de kwalitatieve studie van
het CBS, voor de metalen neodymium, indium en koper kwantitatief
bekeken in hoeverre de Nederlandse economie hiervan afhankelijk
is. Uit de studie blijkt dat indium, neodymium en koper niet als pure
grondstof het land binnenkomen, maar voornamelijk als onderdeel
van halffabricaten en componenten. Dit is een cruciaal kenmerk van
de Nederlandse economie; een geavanceerd handelsland. Grond-
stofwinning van ertsen komt niet voor, productie van «lower-end»
componenten en ook «high-end» (assemblage) vindt in het
buitenland plaats. Het blijkt dat de bedrijfstakken die indium
bevattende goederen verwerken/produceren bevatten, bijna één
miljard euro aan toegevoegde waarde produceerden in 2009; meer
dan 22 duizend mensen vinden er werk. Dat is 0,3% van het
Nederlandse totaal. Voor neodymium is dat ruim 250 miljoen euro
en 7 300 mensen (0,1% van het Nederlandse totaal). Voor koper is
dat minder bescheiden: 2,9 miljard euro (0,6% van Nederlands BBP)
en vinden er 70,4 duizend mensen werk (0,9%).
Hoofdstuk 2 Naar een NL grondstoffen- voorzieningszekerheids-
strategie
Van analyse naar strategie
Uit de analyse blijkt dat op langere termijn een toereikend aanbod van
kwaliteitsgrondstoffen geen vanzelfsprekendheid is. Economische
schaarste, veranderde geopolitieke omstandigheden en niet-duurzame
consumptie en productie van grondstoffen zijn hiervan de oorzaken.
Nederlandse topsectoren lopen hierdoor mogelijk risico’s, maar kunnen er
ook garen bij spinnen. Risico’s kunnen hanteerbaar gemaakt worden en
kansen verzilverd door in te zetten op een goed aanbod (veiligstellen van
beschikbaarheid en vergroten van duurzaamheid), het waar mogelijk
verduurzamen en beperken van de nationale vraag, en door het gebruik
van grondstoffen efficiënter te maken.
Rol van de Nederlandse overheid
De beschreven economische, geopolitieke en maatschappelijke ontwikke-
lingen maken voorzieningszekerheid van grondstoffen van strategisch
nationaal belang. Het ontwikkelen van een Nederlandse grondstoffenstra-
tegie is dus opportuun. Het Kabinet zet daarbij in op een strategie die
zoveel mogelijk aansluit bij Europese trajecten en daar waar nodig
inspeelt op het grondstoffenbeleid van belangrijke handelspartners. Waar
nodig zal in bilateraal of breder multilateraal kader worden opgetrokken.
Uitgangspunt is dat het zekerstellen van de grondstoffenaanvoer primair
een zaak is voor het bedrijfsleven. Echter, waar de markt niet goed werkt,
zal de Nederlandse overheid via gepaste kanalen interveniëren (EU, WTO
etc.). Waar zich specifieke kansen voor Nederland voordoen zal het
Kabinet -ook op initiatief van het bedrijfsleven en in samenspraak met
kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties- waar mogelijk een
actieve bijdrage leveren. De Nederlandse overheid kan faciliteren en
stimuleren, initiatieven verbinden, kaders stellen, marktprocessen
benutten en waar nodig aansturen op een maatschappelijk gewenste
uitkomst. Bewustwording van de mogelijke bedreigingen en kansen die
het grondstofvraagstuk oproept, hoort hier bij.
De Regering heeft een Speciale Vertegenwoordiger Natuurlijke
Hulpbronnen aangesteld om bij te dragen aan de totstandkoming van een
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 9
Nederlands internationaal beleid op lange termijn en duurzame voorzie-
ningszekerheid van onder andere grondstoffen. Om voorzieningsze-
kerheid te bevorderen, zal hij een nationaal en internationaal netwerk van
overheden, bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen en belangen maatschap-
pelijke organisaties (o.a. NGO’s) ontwikkelen. Naast sterke banden met de
EU, zal hij bilaterale relaties met grondstof producerende landen op- en
verder uitbouwen. Langs de lijnen van reeds bestaande verbanden, zoals
het Platform Materiaal Schaarste en het Kennisplatform Duurzaam
Grondstoffenbeheer, zal de samenwerking van de overheid, bedrijfsleven
en kennisinstellingen worden geïntensiveerd. Hierbij kan tevens gedacht
worden aan een conferentie op nationaal of op Europees niveau.
Vrijhandel en open systeem
Handel, de verwerkende industrie en logistiek zijn voor Nederland
belangrijke inkomstenbronnen. De inzet voor ons buitenlands beleid t.a.v.
grondstoffenvoorzienings-zekerheid moet dus allereerst gericht blijven op
het in stand houden van een open wereldwijd handelssysteem. Juist voor
handelsnatie als Nederland is het van belang dat een ongebreidelde
wereldwijde strijd om grondstoffen wordt voorkomen. Iedereen zou
daarbij immers verliezen. Ons beleid dient derhalve nog sterker gericht te
zijn op bevorderen van internationaal gerespecteerde spelregels en
effectieve multilaterale kaders.
EU
De Europese Raad nam op 10 maart 2011 conclusies aan over de
mededeling «Grondstoffen en grondstoffenmarkten: uitdagingen en
oplossingen.» Deze mededeling is een van de initiatieven in het kader van
het Europese vlaggenschipinitiatief Resource Efficiency,1 dat moet
bijdragen aan de beoogde slimme, duurzame en inclusieve groei uit de
EU-2020 strategie. De Nederlandse Regering omarmt dit initiatief, omdat
de continuïteit van de hulpbronnenvoorziening is gebaat bij een integrale
Europese aanpak, waarbij synergie tussen sectoren (zoals industrie,
landbouw, transport, energie) wordt benut en afwenteling van effecten
wordt tegengegaan. Het Kabinet is van mening dat een forse omscha-
keling nodig is om een grondstoffenefficiënt Europa te bereiken en steunt
de ontwikkeling van een passende instrumentenmix met onder meer
innovatie- en marktconforme instrumenten.
De hoofdlijnen zijn ook terug te vinden in de principes die de Commissie
verwoordt als de basis voor een geïntegreerde strategie voor het
verzekeren van de toegang tot grondstoffen voor het Europese bedrijfs-
leven:
– de markt voor grondstoffenderivaten moeten transparanter en
stabieler worden, onder meer door aanpassing van de richtlijnen over
marktmisbruik en markten in financiële instrumenten;
– er moet meer onderzoek worden gedaan naar de wisselwerking tussen
de financiële en de grondstoffenmarkten;
– de bestaande lijst met veertien kritieke grondstoffen moet regelmatig
worden aangepast aan de marktontwikkelingen;
– de Commissie en lidstaten moeten tijdig maatregelen kunnen nemen
als de beschikbaarheid van bepaalde kritieke grondstoffen in het
geding is;
– de EU moet haar handelsstrategie door middel van «grondstoffendi-
plomatie» aanscherpen en aankaarten in internationale contacten en
1
onderhandelingen;
Het vlaggenschipinitiatief Resource
– de EU moet meer bilateraal samenwerken met grondstof produce-
Efficiency betreft naast grondstoffen ook
andere hulpbronnen, zoals water en eco- rende ontwikkelingslanden om goed bestuur, investeringen en
systemen. geologische kennis en vaardigheden te stimuleren.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 10
Diverse Europese landen – zoals Frankrijk, Duitsland en het Verenigd
Koninkrijk – hebben al een eigen grondstoffenbeleid. Dit beleid loopt
vanwege verschillende nationale belangen echter sterk uiteen. Dit brengt
het risico van verzwakking van de Europese positie met zich mee. Er zou
een situatie kunnen ontstaan waarin de Europese belangen onvoldoende
behartigd worden binnen de veranderende context van een multipolaire
wereld. Voor Nederland is inzet op een sterk Europees beleid, gericht op
het bevorderen van een open handelssysteem daarom belangrijk. Daar
waar de EU bevoegd is zal Nederland actief de vorming van beleid
stimuleren. Daarnaast zullen partnerschappen worden gezocht met
EU-lidstaten om ook de nationale strategieën met elkaar af te stemmen.
Bilateraal beleid en strategische partnerschappen
De specifieke kenmerken van de Nederlandse economie en daarmee
samenhangende belangen1 vereisen naast EU-beleid aanvullend nationaal
beleid. Bilaterale relaties en strategische partnerschappen zijn daarbij van
groot belang. Met een belangrijke handelspartner als Duitsland bijvoor-
beeld; om de Nederlandse doorvoerpositie van grondstoffen te behouden
en eventueel daaruit voortkomende gezamenlijke belangen te behartigen.
En met internationale organisaties, maatschappelijke organisaties en
andere actoren die in deze voor Nederland van belang zijn.
Ook zijn goede relaties met grondstoffen producerende landen belangrijk.
Uit de initiële analyse blijkt dat Nederland voor de eigen industrie relatief
weinig behoefte heeft aan ruwe a-biotische grondstoffen maar vooral aan
geïmporteerde halffabricaten. Het kan daarom tevens zinvol zijn relaties
aan te halen en allianties te sluiten met landen die een belangrijke
leverancier van dergelijke halffabricaten zijn. NB de Nederlandse Regering
heeft hier weinig directe invloed op maar kan het bedrijfsleven waar nodig
ondersteunen.
In het algemeen geldt dat constructieve relaties met handels- en andere
strategische partners alleen maar belangrijker worden – juist ook om het
open wereldhandelssysteem in stand te houden. In het kader van
economische diplomatie en de herinrichting van het postennet kiest
Nederland met welke strategische partners het de betrekkingen wil
intensiveren.
Grondstoffenschaarste als kans
Zoals gezegd biedt toenemende grondstoffenschaarste de Nederlandse
economie een unieke kans.2 Andere extractiemethoden dan het ontginnen
van ruwe grondstoffen worden door de toenemende schaarste en
bijbehorende prijsstijgingen interessant. Recycling, urban mining, deep
sea mining, grondstoffeninnovatie, het bevorderen van mijnbouwactivi-
teiten in Europa en het ontwikkelen van nieuwe materialen worden
economisch interessante alternatieven. Nederland heeft, als voorloper op
duurzaamheid en vanwege haar unieke positie in de mondiale logistieke
keten, op deze terreinen grote toegevoegde waarde te bieden.
Veel topsectoren (Agro-Food, High Tech materieel en systemen, Creatieve
1
industrie, Chemie en Water) hebben een voorsprong op deze terreinen en
handelsnatie, relatief grote belang van
kunnen daarbij verder worden ondersteund door (deels al bestaand)
biotische grondstoffen en positie van onze
mainports. overheidsbeleid. Nederland kan tot de internationale onderzoekstop op
2
het bedrijfsleven (VNO-NCW) beaamt dit en het gebied van grondstoffeninnovatie gaan behoren, mits de innovatie-
vraagt de overheid dit thema op deze manier agenda hier mede op wordt gericht. Materiaalsubstitutie3 en de transitie
te benaderen (zie de Afvalbrief).
3 naar een biobased economy binnen duurzaamheidsrandvoorwaarden,
het vervangen van «kritische» mineralen en
metalen door in overvloed aanwezige bieden eveneens markt- en innovatieperspectief.
elementen van het periodiek systeem.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 11
Afval wordt gezien als grondstof. Door in te zetten op een hoogwaardige
verwerking kan meer waarde uit afval worden gehaald en kan winst voor
het milieu worden gecombineerd met winst voor de economie. Het
Kabinet zal in de Afvalbrief beschrijven hoe zij grondstoffenrotondes
bevordert. Een grondstoffenrotonde richt zich op het sluiten van kring-
lopen voor grondstoffen en hoogwaardige recycling, waar zowel milieu
als economie daar baat bij hebben.
Door de prijsstijgingen van grondstoffen kan ook mijnbouw in Europa
(weer) economisch aantrekkelijk worden. Voor Nederland liggen daar
kansen vanwege zijn unieke expertise op het gebied van (onder-
zee-)exploratie en duurzame mijnbouw van a-biotische grondstoffen
(zoals ook terugwinning van fosfaat uit bijvoorbeeld rioolwater en mest).
Ook consumenten tonen een toenemende interesse in duurzaamheid.
Nederlandse bedrijven als DSM, TNT, KLM en Unilever komen tegemoet
aan die vraag en scoren hoog op de duurzaamheidsindex van de Dow
Jones. Duurzaam gebruik van grondstoffen zal ook door de toenemende
schaarste en de bijbehorende economische noodzaak steeds meer
aandacht krijgen. Nederlandse en Europese bedrijven hebben door de
hogere eisen die hier gesteld worden een voorsprong op ondernemingen
uit bijvoorbeeld opkomende economieën. Door in eigen land in te blijven
zetten op diversificatie van grondstofgebruik, substitutie, recycling en
hergebruik kan winst worden geboekt.
Ontwikkelingssamenwerking
Voor grondstof producerende ontwikkelingslanden kunnen duurzame
winning en verwerking van grondstoffen een katalysator vormen voor
economische groei, export en armoedebestrijding. Echter, dit potentieel
wordt niet altijd benut omdat winning ook plaatsvindt in fragiele landen
met een zwak bestuur waar deze sector vaak is omgeven door geweld,
conflict, corruptie en mensenrechtenschendingen. Ontwikkelingssamen-
werking op het gebied van goed bestuur, transparantie en duurzaam
gebruik van ruimte kan er aan bijdragen dat de opbrengsten van
grondstoffenexport ten goede komen aan de duurzame ontwikkeling van
het land. Het levert hiermee een basis voor meer handel en verbeterde
transparantie en een stabielere grondstofvoorziening met lagere
prijsvolatiliteit, en dient daarmee een direct Nederlands belang.
Hetzelfde geldt voor internationale initiatieven op het gebied van
duurzaam grondstoffenbeheer, bijvoorbeeld op het gebied van certifi-
cering van conflictgrondstoffen en het openbaar maken van betalingen
aan mijnbouwbedrijven en Regeringen (Extractive Industries Transpa-
rancy Initiative EITI). Nederlandse ontwikkelingssamenwerking onder-
steunt verschillende van deze initiatieven. Ook het creëren van degelijke
(internationale) regelgeving en handhaving zijn relevante onderdelen van
een grondstofstrategie.
Met betrekking tot biotische grondstoffen wordt met het Initiatief
Duurzame Handel (IDH) succes geboekt. Producenten in de hele productie-
keten (bv palmolie, soja, cacao/chocola, thee) werken samen met
maatschappelijke organisaties en overheden aan verduurzaming van de
grondstoffenvoorziening en voorzieningszekerheid wereldwijd.
Landen als China en Japan zetten hun ontwikkelingssamenwerking in als
instrument om grondstoffenvoorziening zeker te stellen. Nederland dient
dit beleid niet te kopiëren, maar kan er wel lering uit trekken. Bijvoorbeeld
door zijn goed uitgebouwde ontwikkelingssamenwerkingsnetwerk
inzetten ten behoeve van ontwikkelingscoherent beleid, waarbij weder-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 12
zijds profijtelijke economische belangen en grondstoffenzekerheid hand in
hand gaan. Maar ook de inzet op bijvoorbeeld het Europese nabuur-
schapsbeleid kan hierop aangepast worden (bv fosfaat in Marokko).
Hoofdstuk 3 Actiepunten
Op korte en middellange termijn zal de Regering werken aan de volgende
actiepunten.
Agenda 1 – Aanbod
Veiligstellen van de beschikbaarheid en het vergroten van de
duurzaamheid van grondstoffen door in te zetten op nieuw aanbod, het
sluiten van kringlopen (hergebruik, recycling) en het zoeken van oplos-
singen voor fosfaat als eindige voorraad.
Optimaal benutten van grondstoffen in Nederland en in de EU om
afhankelijkheid van grondstoffen van buiten de EU te verkleinen.
De Regering zet in op:
– het wegnemen van regels die onnodig belemmerend werken.
– nieuwe initiatieven die zich richten op duurzame oplossingen voor
grondstoffenschaarste, zoals het Kennisplatform Duurzaam Grondstof-
fenbeheer in oprichting bij de TU Delft en het Platform Materiaal
Schaarste (HCSS en TNO).
– uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar samenwerking met
Japan op het gebied van recycling en substitutie van zeldzame
aardmetalen (najaar 2011) en naar samenwerking met Australië en
China ter vermindering van de milieudruk door het winnen van
zeldzame aardmetalen (eveneens najaar 2011).
– een Plan van Aanpak Fosfaat helpen creëren, waarin bedrijven,
kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden met
elkaar oplossingen versnellen.
– het faciliteren van certificering van veen door het bedrijfsleven in
samenwerking met maatschappelijke organisaties, en het met deze
partijen onderzoeken of alternatieven voor veen kunnen worden
ontwikkeld.
Bevordering internationale stabiliteit en vergroting van transparantie over
contracten en financiële stromen.
De Regering zal:
– financiële steun geven aan The Natural Resource Charter, het
Kimberley Proces, het regionale initiatief tot grondstoffencertificering
van de International Conference on the Great Lakes Region en aan het
Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI).
– op basis van de verwachte internationale ontwikkelingen in de
verschillende transparantie-initiatieven, waaronder die in de EU, op
gepast moment EITI of een vergelijkbaar initiatief in Nederland
invoeren.
– lobbyen bij internationale financiële instellingen om bedrijven die zich
aantoonbaar houden aan EITI regels voorrang te geven bij aanbeste-
dingsprocedures. Verlening van technische assistentie en expertise bij
contractonderhandelingen over grondstoffenexploitatie aan ontwikke-
lingslanden zou hier ook afhankelijk gemaakt moeten worden.
– bevorderen dat OS-landen die EITI succesvol hebben geïmplemen-
teerd (zoals Liberia) andere Afrikaanse landen kunnen bijstaan;
– de OESO «Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chain of
Materials from Conflict-Affected and High Risk Areas» en de
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 852, nr. 1 13
VN-richtlijnen van Ruggie over «business and human rights» actief
uitdragen.
De Regering zet in op de volgende Europese trajecten:
– het naar Nederland halen van één van de tien pilot plants voor
demonstratieprojecten die men voorziet vanuit het Raw Materials
Initiative.
– het gebruiken van EU-kaders (zoals het Europese Eco-Innovatie
Actieplan en het Kaderprogramma voor Onderzoek) om die innovaties
op het gebied van grondstoffen efficiëntie, recycling, eco-innovatie en
eco-design te programmeren die voor Nederlandse bedrijven van
belang zijn.
– het bijdragen aan initiatieven ter vergroting van meer transparantie in
termijnhandel.
– het inbrengen van specifieke expertise van Nederlandse bedrijven en
kennisinstellingen in Europese ontwikkelingssamenwerking en
-partnerschappen met grondstofrijke landen (bv. Nederlandse
recycling technologie en logistiek).
– het delen van Nederlandse ervaringen en «best practises» bij het
verduurzamen van handelsketens (bv. IDH, Ronde Tafels).
Agenda 2 – Vraag
De nationale vraag naar grondstoffen waar mogelijk verduurzamen en
beperken.1
De overheid stimuleert met haar eigen inkoopbeleid en bedrijfsvoering
efficiënt, duurzaam en innovatief (her)gebruik van grondstoffen door:
– bij de aanbestedingspraktijk van grote bouwprojecten -naast het
energieverbruik- ook verduurzaming en beperking van het grondstof-
fengebruik een rol te laten spelen.
– in de Etalage die in het kader van duurzaam en innovatiegericht
inkopen wordt ingericht specifiek aandacht aan de rol van grondstof-
fen te besteden;
– de topsectoren uit te nodigen om aan te geven voor welke grondstof-
fen (waarvan de overheid een grote inkoper is) zij risico’s zien, zodat
heldere prioriteitstelling mogelijk is.
– voor de ontwikkeling van kansrijke alternatieven door substitutie,
vermindering van materiaalgebruik en hergebruik het Small Business
Innovation Research Program (SBIR) in te zetten.
– in de eigen bedrijfsvoering van het Rijk aandacht te schenken aan het
terugwinnen van strategische grondstoffen door ketenafspraken over
productontwerp, het beter benutten van afvalstromen, het afnemen
van diensten in plaats van producten en het terugwinnen van fosfaat
uit afvalwater.
Duurzaamheidstandaarden in EU-verband. De Regering zal:
– de ervaring met «Round Tables» in EU-verband inbrengen als «best
practise».
– in overleg met de Europese Commissie de mogelijkheden verkennen
om de EU aanpak ter bevordering van de handel in en productie van
aantoonbaar legaal en duurzaam hout ook toe te passen op andere
