Vragen van de leden Omtzigt en Blanksma-van den Heuvel (beiden CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën over herverzekerde pensioenfondsen. (Ingezonden 26 november 2009)
| Personen | Pieter Omtzigt Elly Blanksma-van den Heuvel |
| Vraagnummer | 2009Z22658 |
| Organisatie | Tweede Kamer der Staten-Generaal |
| Categorie | Economie / / Ouderen |
| Document Type | Schriftelijke vragen officiële publicatie Kamervragen zonder Antwoord |
| Publicatie | Kamervragen zonder antwoord |
28-11-2009
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009–2010 Vragen gesteld door de leden der Kamer 2009Z22658 Vragen van de leden Omtzigt en Blanksma-van den Heuvel (beiden CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën over herverzekerde pensioenfondsen. (Ingezonden 26 november 2009) 1 Is het waar dat herverzekerde pensioenfondsen zich niet mogen beroepen op een uitsluitingclausule in geval een verzekeraar in gebreke blijft? Is het derhalve waar dat bij het faillissement van een verzekeraar het pensioenfonds nog immer gehouden is de pensioenen in zijn geheel uit te keren? 1 2 Hoeveel pensioenfondsen in Nederland zijn (nagenoeg) geheel herverzekerd bij een verzekeraar en hoeveel deelnemers, slapers en gepensioneerden hebben die regelingen? 3 Ervan uitgaande dat indien een verzekeraar failliet gaat de rangorderegeling in artikel 3:198 van de Wet Financieel Toezicht (WFT) van toepassing is, waarin herverzekerde contracten niet worden genoemd, betekent dit dat er pas wordt uitgekeerd op herverzekerde contracten nadat de directe polissen voor 100% van de toekomstige waarde, alsmede de overige vorderingen aldaar genoemd, zijn uitgekeerd? Betekent dit dat er bij het failliet van een verzekeraar het risico bestaat dat er voor herverzekerde contracten bij faillissement in zijn geheel geen geld overblijft? 4 Waarom hebben directe polishouders een betere rechtsbescherming dan gepensioneerden bij een pensioenfonds met een herverzekerd contract? 5 Ervan uitgaande dat de facto deelnemers aan herverzekerde pensioenfondsen veel slechter af kunnen zijn dan deelnemers aan een eigen beheerfonds, terwijl de schijn van volledige dekking wordt gewekt, acht u het buiten de rangorderegeling vallen van herverzekerde pensioenfondsen een aanvaardbaar risico voor de deelnemers aan herverzekerde pensioenfondsen? 6 Bent u van mening dat de rechtsbescherming bij het faillissement van een verzekeraar, van mensen met een herverzekerd pensioen gelijkwaardig zou moeten zijn aan de rechtsbescherming van mensen met een directe polis? Zo ja, hoe gaat u dat regelen? 7 Is voor het gelijkstellen van directe polissen en herverzekerde contracten in de rangorderegeling van artikel 3:198 WFT een wijziging van Europese richtlijnen noodzakelijk? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat die wijziging er zo spoedig mogelijk komt? Wat moet er geregeld worden in de tussentijd? 8 Acht u het wenselijk en verantwoord, gezien de antwoorden op de voorgaande vragen, dat pensioenfondsen herverzekeringscontracten afsluiten met verzekeraars op dit moment? 9 Op welke wijze dienen herverzekerde pensioenfondsen hun deelnemers te informeren over het feit dat hun aanspraken veel minder beschermd zijn dan de pensioenrechten van anderen? 10 Kunt u deze vragen, gezien de urgentie van de problematiek, op zeer korte termijn beantwoorden, zodat de antwoorden betrokken kunnen worden bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de behandeling van het wetsvoorstel houdende wijzigingen van de Pensioenwet in verband met het uitbreiden van de werkingssfeer voor ondernemingspensioenfondsen (multi-OPF)? 2 1 De Nederlandsche Bank: «Uitsluitingclausule voor herverzekerde pensioenfondsen» http://www.dnb.nl/openboek/extern/id/nl/ pf/40-194979.html) 2 Kamerstuk 32 141. 0910tkkvl2009Z22658 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2009 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, Vragen